Indianapolis 500 in 1982

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De 66e Indianapolis 500 werd gereden op zondag 30 mei 1982 op de Indianapolis Motor Speedway. Patrick Racing coureur Gordon Johncock won de race voor de tweede en laatste keer in zijn carrière.

Startgrid[bewerken]

Rick Mears won op zaterdag 15 mei de poleposition. De kwalificatiesessie werd overschaduwd door het dodelijke ongeval van Gordon Smiley, die met een snelheid van 320 km/h frontaal de muur inreed. Hij was op slag dood.

Rij Binnen Midden Buiten
1 Vlag Rick Mears Vlag Kevin Cogan Vlag A.J. Foyt
2 Vlag Mario Andretti Vlag Gordon Johncock Vlag Bill Wittington
3 Vlag Tom Sneva Vlag Don Wittington Vlag Danny Ongais
4 Vlag Pancho Carter Vlag Chip Ganassi Vlag Johnny Rutherford
5 Vlag Danny Sullivan Vlag Herm Johnson Vlag Héctor Rebaque
6 Vlag Al Unser Vlag Bobby Rahal Vlag Howdy Holmes
7 Vlag Roger Mears Vlag Geoff Brabham Vlag Dennis Firestone
8 Vlag Michael Chandler Vlag Dale Whittington Vlag Jim Hickman
9 Vlag Johnny Parsons Vlag George Snider Vlag Tony Bettenhausen Jr.
10 Vlag Jerry Sneva Vlag Chet Fillip Vlag Gary Bettenhausen
11 Vlag Tom Bigelow Vlag Pete Halsmer Vlag Josele Garza

Race[bewerken]

Tijdens de start van de race veroorzaakte Kevin Cogan een ongeval waarbij hij, Mario Andretti, Roger Mears en Dale Whittington meteen uit de race lagen. A.J. Foyt en Bobby Rahal die ook bij het ongeval betrokken waren konden hun race verder zetten. In de laatste ronde reden Gordon Johncock en Rick Mears zij aan zij. Johncock won met 0,16 seconden voorsprong, het kleinste verschil tussen de nummers één en twee in de geschiedenis van de Indy 500 op dat moment. Het record hield tien jaar stand tot Al Unser Jr. in 1992 met 0,043 seconden voorsprong won op Scott Goodyear.

# Coureur Auto Ronden Opgave
1 Vlag Gordon Johncock Wildcat-Cosworth 200
2 Vlag Rick Mears Penske-Cosworth 200
3 Vlag Pancho Carter March-Cosworth 199
4 Vlag Tom Sneva March-Cosworth 197 Mechanisch
5 Vlag Al Unser Longhorn-Cosworth 197
6 Vlag Don Whittington March-Cosworth 196
7 Vlag Jim Hickman (R) March-Cosworth 189
8 Vlag Johnny Rutherford Chaparral-Cosworth 187 Mechanisch
9 Vlag Herm Johnson (R) Eagle-Chevrolet 186
10 Vlag Howdy Holmes March-Cosworth 186
11 Vlag Bobby Rahal (R) March-Cosworth 174 Mechanisch
12 Vlag Gary Bettenhausen Lightning-Cosworth 158 Mechanisch
13 Vlag Héctor Rebaque (R) March-Cosworth 150 Brand
14 Vlag Danny Sullivan (R) March-Cosworth 148 Ongeval
15 Vlag Chip Ganassi (R) Wildcat-Cosworth 147 Mechanisch
16 Vlag Bill Whittington March-Cosworth 121 Mechanisch
17 Vlag Mike Chandler Eagle-Chevrolet 104 Mechanisch
18 Vlag Tom Bigelow Eagle-Chevrolet 96 Mechanisch
19 Vlag A.J. Foyt March-Cosworth 95 Mechanisch
20 Vlag Tom Bigelow March-Cosworth 92 Ongeval
21 Vlag Johnny Parsons March-Cosworth 87 Mechanisch
22 Vlag Danny Ongais Interscope-Cosworth 62 Ongeval
23 Vlag Jerry Sneva March-Cosworth 61 Ongeval
24 Vlag Chet Fillip (R) Eagle-Cosworth 60 Ongeval
25 Vlag Pete Halsmer Eagle-Chevrolet 38 Mechanisch
26 Vlag Tony Bettenhausen Jr. March-Cosworth 37 Ongeval
27 Vlag Dennis Firestone Eagle-Chevrolet 37 Mechanisch
28 Vlag Geoff Brabham March-Cosworth 12 Mechanisch
29 Vlag Josele Garza March-Cosworth 1 Mechanisch
30 Vlag Kevin Cogan Penske-Cosworth 0 Ongeval
31 Vlag Mario Andretti Wildcat-Cosworth 0 Ongeval
32 Vlag Roger Mears (R) Penske-Cosworth 0 Ongeval
33 Vlag Dale Whittington (R) March-Cosworth 0 Ongeval
Gemiddelde snelheid : 260,760 km/h - Snelste Ronde : Rick Mears, 322,73 km/h
Aantal neutralisaties : 7 (35 van de 200 ronden in totaal)

Externe link[bewerken]