Mario Andretti

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mario Andretti
Mario Andretti in 2010
Mario Andretti in 2010
Algemene informatie
Nationaliteit Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Geboorteplaats Montona
Geboortedatum 28 februari 1940
Formule 1-carrière
Actieve jaren 1968-1972, 1974-1982
Teams Lotus, March, Ferrari, Parnelli, Alfa Romeo, Williams
Aantal F1-races 131 (128 gestart)
Kampioenschappen 1 (1978)
Overwinningen 12
Aantal podia 19
Totaal punten 180
Aantal polepositions 18
Aantal snelste rondes 10
Eerste grand prix Verenigde Staten 1968
Eerste overwinning Zuid-Afrika 1971
Laatste overwinning Nederland 1978
Laatste grand prix Las Vegas 1982
Portaal  Portaalicoon   Sport
Autosport

Mario Gabriele Andretti (Montona, 28 februari 1940) is een voormalige Amerikaanse autocoureur. Hij werd in 1978 wereldkampioen Formule 1 in een Lotus.

Andretti wordt beschouwd als een van de meest succesvolle Amerikaanse autocoureurs. Hij is met Dan Gurney één van de twee rijders die races kon winnen in zowel de Formule 1, de Champ Car, de NASCAR en het World Sportscar kampioenschap. Verder won hij races in de Midget car- en Sprintcar-raceklassen. Hij won de Daytona 500 in 1967 en de Indianapolis 500 in 1969. Hij won tijdens zijn loopbaan in de Formule 1 twaalf races. Zijn laatste overwinning behaalde hij tijdens de Grand Prix van Nederland in 1978 en hij is tot op heden (peildatum jan. 2013) de laatste Amerikaan die een Grand Prix in de Formule 1 kon winnen. Naast zijn Formule 1-titel uit 1978 won hij vier titels in de Amerikaanse Champ Car, drie georganiseerd door de United States Automobile Club in 1965, 1966 en 1969 en de vierde en laatste titel uit 1984, die georganiseerd werd door de CART. In 2000 werd hij als erelid opgenomen in de International Motorsports Hall of Fame.

Biografie[bewerken]

Mario Andretti en zijn tweelingsbroer Aldo werden geboren in een Italiaans gezin in Montona, toen Italiaans gebied, maar na de Tweede Wereldoorlog werd het als Motovun bij Joegoslavië ingedeeld naar aanleiding van het Verdrag van Parijs. De familie verliet Montona en kwam met een omweg langs Italië in de Verenigde Staten terecht, waar de familie zich vestigde in Nazareth, Pennsylvania. In 1964 werd Andretti Amerikaans staatsburger. Hij huwde in 1961 met Dee Ann, de vrouw die hem Engels leerde. Ze kregen twee kinderen, Michael en Jeff, die beiden in de voetsporen van hun vader traden. Michael werd Champ Car-kampioen in 1991 en Jeff reed 21 races in deze raceklasse. Michaels zoon Marco werd eveneens autocoureur. Mario's broer Aldo had kortstondig een carrière als autocoureur en zijn zoon John had een lange carrière in de NASCAR en reed daarnaast acht jaar lang in de Champ Car.

Na zijn actieve loopbaan als autocoureur werd Andretti zakenman en is hij onder meer vicevoorzitter van een wijnbedrijf, dat zijn naam draagt. Hij woont in Bushkill Township in Northampton County, Pennsylvania.

Carrière[bewerken]

Mario en zijn broer Aldo startte met racen op een onverhard ovaal circuit dat gelegen was in hun woonplaats Nazareth. Mario reed tussen 1966 en 1969 veertien races in de NASCAR Grand National Series. In 1967 won hij de iconische Daytona 500.

Champ Car[bewerken]

Van 1956 tot 1979 werd het belangrijkste Formuleracingkampioenschap in de verenigde Staten georganiseerd door de United States Automobile Club en stond het kampioenschap informeel bekend als de IndyCar alsook de Champ Car. Andretti debuteerde in deze raceklasse op 19 april 1964 tijdens een race in Trenton. Hij finishte tijdens zijn debuut op de elfde plaats en reed dat jaar twaalf andere races, met een derde plaats op de Milwaukee Mile als beste resultaat. Hij boekte zijn eerste overwinning een jaar later in 1965 toen hij vanaf poleposition vertrokken was op de Lucas Oil Raceway in Indianapolis en hij werd dat jaar voor de eerste keer kampioen voor A.J. Foyt, die met vijf overwinningen tweede werd in de eindstand. Andretti won in 1966 acht races en won het kampioenschap voor de tweede keer op rij. In 1967 en 1968 werd hij vicekampioen toen de titels respectievelijk naar A.J. Foyt en Bobby Unser gingen. In 1969 won hij de titel voor de derde keer.

Formule 1[bewerken]

Andretti debuteerde op 6 oktober 1968 in de Formule 1 tijdens de Grand Prix van de Verenigde Staten in een Lotus. Hij moest opgeven met mechanische pech. Tot 1974 reed hij enkele races per jaar in de Formule 1 en de rest van het jaar concentreerde hij zich op de races in de Verenigde Staten. In 1971 reed hij vijf races voor Ferrari. Hij kon zich dat jaar niet meer kwalificeren voor de Grand Prix van Monaco, maar hij won wel de openingsrace van het jaar, de Grand Prix van Zuid-Afrika. Vanaf 1975 ging hij zich fulltime toeleggen op de Formule 1. Dat jaar reed hij voor Parnelli. In 1976 reed hij naast twee races voor Parnelli, dertien races voor Lotus. Hij won met Lotus de Grand Prix van Japan. Hij bleef de volgende vier jaar bij Lotus rijden. In 1977 werd hij met vier overwinningen derde in de eindstand van het kampioenschap.

Mario Andretti in de Alfa Romeo tijdens de Grote Prijs van Nederland 1981.

In 1978 startte hij en zijn teamgenoot Ronnie Peterson in de Lotus 78. Andretti won de openingsrace van het jaar in Argentinië en Peterson kon winnen in Zuid-Afrika. Na vijf races werd de Lotus 79 geïntroduceerd, het alom geprezen ontwerp van Colin Chapman. Andretti won meteen de eerste race in deze auto tijdens de Grand Prix in België en hij won verder in Spanje, Frankrijk, Duitsland en Nederland en tussendoor won Peterson de regenrace in Oostenrijk.

Met nog drie races te gaan had Andretti twaalf punten voorsprong op Peterson en had de derde in de stand, Niki Lauda mathematisch geen kans meer om de titel te winnen. Peterson was akkoord gegaan om de teamorders te volgen en de titel aan Andretti te laten. Peterson startte de Grand Prix van Italië in de oude Lotus 78 en raakte betrokken bij een crash. Hij stierf een dag later aan zijn verwondingen. Andretti was kampioen en Peterson werd vervangen door Jean-Pierre Jarier, maar noch hij, noch Andretti konden nog punten sprokkelen tijdens de laatste twee races van het seizoen.

Andretti reed nog twee jaar voor Lotus, maar kon geen races meer winnen. In 1981 stapte hij over naar Alfa Romeo. Het werd zijn laatste volledige seizoen in de Formule 1. Hij kon dat jaar maar één keer binnen de punten rijden. In 1982 reed hij nog drie races in de Formule 1, hij werd derde in een Ferrari tijdens de Grand Prix van Italië.

Opnieuw Champ Car[bewerken]

Andretti had tijdens zijn jaren in de Formule 1 het racen in de Verenigde Staten nooit helemaal opgegeven en bleef af en toe races in de Champ Car rijden tussen de Grands prix door. In 1980 reed hij vier races in de Champ Car en won hij dat jaar op de Michigan International Speedway. Een jaar later reed hij zeven races en vanaf 1982 reed hij weer het volledige programma en hij bleef dat doen tot bij zijn afscheid op het einde van 1994. In 1984 won hij zes races en werd hij met Newman-Haas Racing kampioen, zijn vierde en laatste titel in de Champ Car. Vanaf dat jaar reed zijn zoon Michael fulltime in de Champ Car en streden vader en zoon meermaals voor de zege. Op 4 april 1993, drie weken voor zijn 53e verjaardag won hij op de Phoenix International Raceway, zijn 52e en laatste overwinning uit zijn carrière. Daarmee staat hij op de tweede plaats voor het recordaantal gewonnen wedstrijden in de Champ Car, na A.J.Foyt die 67 overwinningen op zijn naam schreef.

Indianapolis 500[bewerken]

Andretti reed 29 keer de Indianapolis 500. Hij vertrok drie keer vanaf poleposition en kon de race één keer winnen. Tijdens de race van 1969 vertrok hij vanaf de tweede startplaats, reed hij 116 ronden aan de leiding en finishte hij op de eerste plaats voor Dan Gurney en Bobby Unser. In de Amerikaanse pers is vaak sprake van de "Andretti vloek" omdat hij vaak met pech af te rekenen kreeg tijdens de belangrijkste race van het jaar. In 1994 reed hij de race voor de laatste keer. In 2003 probeerde hij terug te keren om zich een dertigste keer te kwalificeren voor de race, maar tijdens de voorbereidende trainingen had hij een zware crash waarna hij besloot om te stoppen.

Andere races[bewerken]

Andretti won de 12 uren van Sebring drie keer, in 1967 met Bruce McLaren, in 1970 met Ignazio Giunti en Nino Vaccarella en in 1972 met Jacky Ickx. Andretti en Ickx wonnen datzelfde jaar ook de 24 uur van Daytona. Andretti nam acht keer deel aan de 24 uur van Le Mans. Hij werd eerste in 1995 in de WSC-klasse en tweede overall.

Statistieken[bewerken]

Formule 1[bewerken]

Andretti's Lotus 79 uit 1978
1968 1969 1970 1971 1972 1974 1975 1976 1977 1978 1979 1980 1981 1982 Totaal
Aantal races 2 3 5 6 5 2 12 15 17 16 15 14 15 3 130
Aantal zeges 1 1 4 6 12
Aantal pole-positions 1 1 7 8 1 18
Aantal snelste ronden 1 1 1 4 3 10
Aantal podiumplaatsen 1 1 3 5 7 1 1 19
Aantal WK-punten 4 12 4 5 22 47 64 14 1 3 4 180
Eindrangschikking - - 16 8 12 - 14 6 3 1 12 20 17 19 Laurel wreath.svg (1x)

Champ Car[bewerken]

1964 1965 1966 1967 1968 1969 1970 1971 1972 1973 1974 1975 1976 1977 1978 1979 1980 1981 1982 1983 1984 1985 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992 1993 1994 Totaal
Aantal races 10 16 15 19 27 24 18 10 10 15 11 4 4 6 8 1 6 9 12 14 16 15 18 16 16 16 17 18 16 17 17 421
Aantal zeges 0 1 8 8 4 9 1 0 0 1 0 0 0 0 1 0 1 0 0 2 6 3 2 2 2 0 0 0 0 1 0 52
Aantal pole-positions 0 3 9 4 8 5 4 0 1 1 1 0 0 0 0 0 2 1 0 2 8 3 3 9 0 0 0 0 1 1 0 66
Eindrangschikking 11 1 1 2 2 1 5 9 11 5 15 23 9 7 17 11 16 11 3 3 1 5 5 6 5 6 7 7 6 6 14 Laurel wreath.svg (4x)

Indianapolis 500[bewerken]

Andretti's winnende auto van de Indianapolis 500 in 1969
Jaar Auto Motor Start Finish
1965 Brawner Hawk Ford 4e 3e
1966 Brawner Hawk Ford 1e 18e
1967 Brawner Hawk Ford 1e 30e
1968 Brawner Hawk Ford 4e 33e
1969 Brawner Hawk Ford 2e 1e
1970 McNamara Ford 8e 6e
1971 McNamara Ford 9e 30e
1972 Parnelli Offy 5e 8e
1973 Parnelli Offy 6e 30e
1974 Eagle Offy 5e 31e
1975 Eagle Offy 27e 28e
1976 McLaren Offy 19e 8e
1977 McLaren Cosworth 6e 26e
1978 Penske Cosworth 33e 12e
1979 Geen deelname
1980 Penske Cosworth 2e 20e
1981 Wildcat Cosworth 32e 2e
1982 Wildcat Cosworth 4e 31e
1983 Lola Cosworth 11e 23e
1984 Lola Cosworth 6e 17e
1985 Lola Cosworth 4e 2e
1986 Lola Cosworth 30e 32e
1987 Lola Chevrolet 1e 9e
1988 Lola Chevrolet 4e 20e
1989 Lola Chevrolet 5e 4e
1990 Lola Chevrolet 6e 27e
1991 Lola Chevrolet 3e 7e
1992 Lola Ford-Cosworth 3e 23e
1993 Lola Ford-Cosworth 2e 5e
1994 Lola Ford-Cosworth 9e 32e

24 uur van Le Mans[bewerken]

Jaar Klasse Auto Team Co-rijders Ronden Pos. Klasse
Pos.
1966 P
+5.0
Ford GT40 Mk.II
Ford 7.0L V8
Vlag Holman & Moody Vlag Lucien Bianchi 97 DNF DNF
1967 P
+5.0
Ford GT40 Mk.IV
Ford 7.0L V8
Vlag Holman & Moody Vlag Lucien Bianchi 188 DNF DNF
1983 C Porsche 956
Porsche Type-935 2.6L Turbo Flat-6
Vlag Porsche Kremer Racing Vlag Michael Andretti
Vlag Philippe Alliot
364 3e 3e
1988 C1 Porsche 962 C
Porsche Type-935 3.0L Turbo Flat-6
Vlag Porsche AG Vlag Michael Andretti
Vlag John Andretti
375 6e 6e
1995 WSC Courage C34
Porsche Type-935 3.0L Turbo Flat-6
Vlag Courage Compétition Vlag Bob Wollek
Vlag Éric Hélary
297 2e 1e
1996 LMP1 Courage C36
Porsche Type-935 3.0L Turbo Flat-6
Vlag Courage Compétition Vlag Jan Lammers
Vlag Derek Warwick
315 13e 3e
1997 LMP Courage C36
Porsche Type-935 3.0L Turbo Flat-6
Vlag Courage Compétition Vlag Michael Andretti
Vlag Olivier Grouillard
197 DNF DNF
2000 LMP900 Panoz LMP-1 Roadster-S
Élan 6L8 6.0L V8
Vlag Panoz Motorsports Vlag David Brabham
Vlag Jan Magnussen
315 15e 8e

Externe links[bewerken]