Ronnie Peterson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ronnie Peterson
Ronnie Peterson in 1971
Ronnie Peterson in 1971
Algemene informatie
Nationaliteit Vlag van Zweden Zweden
Formule 1-carrière
Actieve jaren 1970-1978
Teams March, Tyrrell, Lotus
Aantal races 123
Overwinningen 10
Aantal podia 26
Totaal punten 206
Aantal polepositions 14
Aantal snelste rondes 9
Eerste grand prix Monaco 1970
Eerste overwinning Frankrijk 1973
Laatste overwinning Oostenrijk 1978
Laatste grand prix Italië 1978
Portaal  Portaalicoon   Sport
Autosport
Ronnie Peterson in een Lotus in het kielzog van Mario Andretti trijdens de GP van Nederland 1978.

Bengt Ronnie Peterson (Örebro, 14 februari 1944 - Milaan, 11 september 1978) was een Zweeds autocoureur.

Jeugdjaren[bewerken]

Ronnie Peterson werd geboren in Örebro in Zweden. Op 7-jarige leeftijd reed Peterson voor het eerst, weliswaar in een door z'n vader zelfgemaakte onaangedreven go-kart. Eén jaar later kreeg Ronnie opnieuw een zelfgemaakte go-kart, dit keer met een 50cc motortje waarmee hij 12 km/u haalde. Hij ontwikkelde zijn rijstijl op jonge leeftijd in het karten, iets wat in z'n latere carrière vruchten zou afwerpen.

Formule 2 en 1[bewerken]

Ronnie Peterson in 1975

Debuut en de eerste jaren[bewerken]

In 1962 debuteerde hij voor het eerst in competitie. In het Zweedse kampioenschap (klasse D) go-karts eindigde hij tweede. Ronnie werd Scandinavisch kampioen in de klasses C en D, voor de derde keer Zweeds kampioen (klasse C Int.), veroverde de bronzen medaille in de Europese Kampioenschappen voor ploegen en eindigde 14de in het Wereldkampioenschap in de A-klasse. In 1966 reed hij voor het eerst in Formule 3. Hij zou er 27 overwinningen boeken. In 1969 leerde Ronnie z'n toekomstige vrouw kennen, Barbro Edwardsson.

Hij maakte zijn Formule 1 debuut in een March in Monaco in 1970 waar hij met een 7e plaats net naast de punten greep. In 1971 was Peterson op twee fronten succesvol: Europees kampioen Formule 2 en tweede in de eindstand van het WK Formule 1 achter Jackie Stewart. Het jaar daarop (1972) verliep teleurstellend, de March was niet vooruit te branden. Het was tijd voor een sprong voorwaarts. Vanaf 1973 maakte de Zweed deel uit van het succesvolle Lotus. Zijn toekomstige teamgenoot, de kersverse wereldkampioen Emerson Fittipaldi kon zijn borst nat maken.

1973-1976[bewerken]

Peterson's eerste Grand Prix zege liet niet lang op zich wachten: in 1973 won hij de Grote Prijs van Frankrijk op Paul Ricard in de Lotus 72. Er kwamen dat jaar nog 3 overwinningen bij: Oostenrijk, Italië en de Verenigde Staten. Bovendien pakte hij dat jaar 9 pole positions, een record in die tijd.

In 1974 waren er 3 zeges: Monaco, Frankrijk en wederom Italië. Langzaam maar zeker werd echter duidelijk dat het team van Colin Chapman het contact met de top (Ferrari en McLaren) aan het verliezen was. De Lotus 76 met automatische versnellingsbak (1974) mislukte jammerlijk en het team moest voor 1975 noodgedwongen teruggrijpen op de ooit trendsettende maar inmiddels bejaarde Lotus 72. Zoals te verwachten was verliep 1975 zeer teleurstellend. Een gefrustreerde Peterson startte het seizoen 1976 nog voor Team Lotus (met de aanvankelijk zeer matige Lotus 77), maar hield het al snel voor gezien; hij besloot terug te keren op het oude nest: March Engineering. Ondanks een flink aantal uitvalbeurten gaf zijn zege in Italië (zijn 3e op Monza) het seizoen '76 toch nog enige glans.

1977-1978[bewerken]

In 1977 ging hij voor Tyrrell rijden, maar de Tyrrell P34 'zeswieler' ontgoochelde. In 1978 verraste Peterson iedereen door terug te gaan naar het John Player Team Lotus. Hij behaalde 2 overwinningen: Zuid-Afrika (Kyalami) en Oostenrijk (op een kletsnatte Osterreichring). Duidelijk was wel dat de Zweed in dienst moest rijden van de beoogde kampioen Mario Andretti die aan de wieg had gestaan van de wederopstanding van Lotus (met - ironisch genoeg - de hierboven genoemde Lotus 77...). Omdat Peterson zelf kopman wilde zijn had hij voor 1979 een contract om bij McLaren te gaan rijden. Zover zou het echter niet komen.

Dood[bewerken]

De Grote Prijs van Italië op het hem in voorgaande jaren zo goedgezinde Monza startte slecht voor Ronnie. Gedurende de vrije trainingen en kwalificaties werd zijn bolide geplaagd door technische problemen. Bij een crash als gevolg van remproblemen in de warming-up voorafgaande aan de race schreef hij zijn Lotus 79 af en liep hij lichte kneuzingen op aan zijn benen. Lotus beschikte over twee reserve autos: een 79, afgesteld op kopman (en aanzienlijk kleinere) Andretti en een oude 78, een eerste generatie 'wing car', die nog was uitgerust met tanks in de side pods. Het was de pech van Peterson dat hij in 1978 tweede rijder was. De moderne en dat jaar onverslaanbare Lotus 79 werd aangeduid als 'venturi car' en was opgebouwd rondom een smalle aluminium overlevingscel (monocoque) met een centrale tank achter de rug van de coureur. Deze veel veiliger bouwwijze is tot op de dag van vandaag de standaard in de Formule 1, zij het dat het aluminium al sinds het begin van de jaren 80 heeft plaatsgemaakt voor het aanzienlijk lichtere, sterkere en stijvere koolstofvezel.

10 september 1978 : Na de opwarmronde reden de 24 auto's op naar de startgrid. De racestarter zwaaide echter te vroeg met de vlag: de eerste coureurs hadden hun plek op de grid net ingenomen terwijl de auto's in de tweede helft van het veld nog naar hun startposities rolden. Het resultaat was dat het complete veld in elkaar schoof in de bottleneck vlak voor de eerste chicane (waar de baan half zo breed was als bij start/finish) met een massacrash als gevolg. Riccardo Patrese, door velen gezien als de man die het ongeluk veroorzaakte, kwam volgens sommigen tijdens een wilde inhaalbeweging in contact met James Hunt, hoewel foto's aantoonden dat er nog ruimte zat tussen de twee bolides. Hoe dan ook, Hunt week uit voor Patrese, en tikte met het linkervoorwiel van zijn wagen het rechterachterwiel van Peterson's Lotus aan. Ook Vittorio Brambilla, Hans-Joachim Stuck, Patrick Depailler, Didier Pironi, Derek Daly, Clay Regazzoni en Brett Lunger raakten betrokken bij de crash.

Peterson's Lotus 78 boog scherp af naar rechts en knalde bijna frontaal op de vangrails. De volle brandstoftanks scheurden open en de bolide veranderde in een vuurbal. Peterson zat door de klap bekneld in z'n wagen, maar Hunt, Regazzoni and Depailler bevrijdden hem uit de vlammenzee voordat hij al te zware brandwonden zou oplopen. Hij was volledig bij bewustzijn en werd in het midden van de baan gelegd. Het was duidelijk dat Peterson zeer zwaargewond was aan beide benen. Het duurde maar liefst 20 minuten voordat er dokteren en een ambulance ter plaatse waren. Er was op dat moment meer bezorgdheid rond de toestand van Brambilla, die een rondvliegend wiel op zijn hoofd had gekregen en in bewusteloze toestand in zijn auto zat. Peterson's leven was op dat moment niet in gevaar. Hij werd overgebracht naar een hospitaal in Milaan, de brokstukken werden van het circuit gehaald en er werd een herstart gegeven.

In het hospitaal werd duidelijk dat Peterson 17 breuken in het rechterbeen had en 3 in het linkerbeen. Na overleg met Ronnie zelf, besloten de artsen tot operatie over te gaan om de beenderen te stabiliseren. Maar 's nachts na de operatie vermengde zich door de beenbreuken beenmerg van zijn benen in de bloedbaan. Vetembolieën ontstonden die al snel zijn belangrijkste organen bereikten, zoals longen, lever en hersenen. Tegen de morgen hadden alle organen het opgegeven, en enkele uren later werd hij dood verklaard. De tragedie van dit alles is dat Ronnie's leven wellicht gered zou geweest zijn als hij direct na het ongeval al medische bijstand zou hebben verkregen. Peterson werd 34 jaar oud.

Ronnie Peterson reed een totaal van 123 Grote Prijzen gedurende zijn carrière en won er 10 van. Hij wordt vaak gezien als een van de beste coureurs, samen met Stirling Moss en Gilles Villeneuve, die nooit wereldkampioen werden.

Trivia[bewerken]

  • Riccardo Patrese werd na zijn roekeloze rijgedrag geschorst voor één rit. Hij en Giovanni Restelli, de racestarter, werden later zelfs aangeklaagd voor onopzettelijke doodslag. Ze werden vrijgesproken en James Hunt werd later tot z'n grote verbazing verantwoordelijk geacht.
  • Volgens bloemenzaken in Örebro, zijn er nooit meer bloemen verkocht dan de dagen na Peterson's dood. Verder staat er een standbeeld van Peterson gemaakt door Richard Brixel in Örebro.
  • Ronnie Peterson trouwde met topmodel Barbro Edwardsson in april 1975 en hun dochter Nina, werd later dat jaar geboren. Barbro raakte nooit helemaal over Ronnie's dood, werd eenzaam en pleegde in 1987 zelfmoord. Ze liggen samen begraven in Örebro.
  • Na Ronnie's dood verkeerde Barbro nog een aantal jaar met John Watson, ook een Formule 1 coureur.
  • Na het ongeval werd "Professor" Sid Watkins aangesteld als verantwoordelijke voor reddingen en eerste zorgen op het circuit. Dit kreeg heel wat tegenstand en controverse, maar cijfers tonen aan dat het een grote stap voorwaarts was inzake veiligheid. Tussen 1973 en 1977 waren er 51 zwaargewonde coureurs in 250 ongelukken, in de periode 1978-1982 waren dat er slechts 3 in 283 ongelukken.

Overzicht[bewerken]

Resultaten in de Formule 1[bewerken]

Seizoen Inschrijving Chassis Motor 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Pos Punten
1970 Antique Automobile Racing Team March 701 Cosworth V8 RSA ESP MON
7
BEL
NC
- 0
Colin Crabbe Racing NED
9
FRA
NF
GBR
9
GER
NF
AUT ITA
NF
CAN
NC
USA
11
MEX
1971 STP March Racing Team March 711 Cosworth V8 RSA
10
ESP
NF
MON
2
NED
4
GBR
2
GER
5
AUT
8
ITA
2
CAN
2
USA
3
2 33
Alfa Romeo V8 FRA
NF
1972 STP March Racing Team March 721 Cosworth V8 ARG
6
RSA
5
9 12
March 721X ESP
NF
MON
11
BEL
9
March 721G FRA
5
GBR
7
GER
3
AUT
12
ITA
9
CAN
DSQ
USA
4
1973 John Player Team Lotus Lotus 72D Cosworth V8 ARG
NF
BRA
NF
RSA
11
3 52
Lotus 72E ESP
NF
BEL
NF
MON
3
SWE
2
FRA
1
GBR
2
NED
11
GER
NF
AUT
1
ITA
1
CAN
NF
USA
1
1974 John Player Team Lotus Lotus 72E Cosworth V8 ARG
13
BRA
6
MON
1
SWE
NF
NED
8
FRA
1
GBR
10
AUT
NF
ITA
1
CAN
3
USA
NF
5 35
Lotus 76 RSA
NF
ESP
NF
BEL
NF
GER
4
1975 John Player Team Lotus Lotus 72E Cosworth V8 ARG
NF
BRA
15
RSA
10
ESP
NF
MON
4
BEL
NF
SWE
9
NED
15
FRA
10
GBR
NF
GER
NF
AUT
5
ITA
NF
USA
5
13 6
1976 John Player Team Lotus Lotus 77 Cosworth V8 BRA
NF
11 10
March Engineering March 761 RSA
NF
ESP
NF
BEL
NF
MON
NF
SWE
7
FRA
19
GBR
NF
GER
NF
AUT
6
NED
NF
ITA
1
CAN
9
USA
NF
JPN
NF
Theodore Racing RSA
10
1977 Elf Team Tyrrell Tyrrell P34 Cosworth V8 ARG
NF
BRA
NF
RSA
NF
USW
NF
ESP
8
MON
NF
BEL
3
SWE
NF
FRA
12
GBR
NF
GER
9
AUT
5
NED
NF
ITA
6
USA
16
USA
NF
JPN
NF
14 7
1978 John Player Team Lotus Lotus 78 Cosworth V8 ARG
5
BRA
NF
RSA
1
USW
4
MON
NF
BEL
2
ITA
NF
2 51
Lotus 79 ESP
2
SWE
3
FRA
2
GBR
NF
GER
NF
AUT
1
NED
2
USA CAN

Externe links[bewerken]