Scuderia Ferrari

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Scuderia Ferrari
Felipe Massa aan het stuur
(Grote Prijs van Maleisië - 2007)
Jaren actief 1948-
Basis Maranello, Italië
Discipline Formule 1
Hoofdsponsor(en) Marlboro
Eigenaar Ferrari
Manager Stefano Domenicali
Technisch directeur Mario Almondo
Huidige coureurs
Kimi Räikkönen
Felipe Massa
Testrijders
Luca Badoer
Marc Gené
Sportportaal

Scuderia Ferrari is het oudste raceteam in de Formule 1. Het team is volledig in handen van het Italiaanse Ferrari en behaalde successen met coureurs als Juan Manuel Fangio, Niki Lauda, Jody Scheckter, Michael Schumacher en Kimi Räikkönen.

Inhoud

[bewerk] Geschiedenis

[bewerk] 1929 - 1938

Alfa Romeo 8C 2900 Scuderia Ferrari
Alfa Romeo 8C 2900 Scuderia Ferrari

In 1929 richt Enzo Ferrari samen met Alfredo Caniato en Mario Tadini Scuderia Ferrari op in Modena met als doel coureurs een kans te geven in de autosport. Als wagens gebruikt hij vooral Alfa Romeo's en Scuderia Ferrari groeit uit tot de officiële racedivisie van Alfa Romeo in 1933. In 1938 neemt Alfa Romeo weer zelf de racedivisie in handen en wordt de racedivisie omgedoopt naar Alfa Corse. Enzo verlaat Alfa Romeo in 1939, maar moest hen beloven dat hij de naam Scuderia Ferrari niet zou gebruiken in de komende vijf jaar. Hij gebruikte aanvankelijk de naam Auto Avio Costruzioni. Na de Tweede Wereldoorlog begint hij met het ontwikkelen van wagens onder zijn eigen naam.

[bewerk] 1950 - 1964

Ferrari debuteert in de Formule 1 in 1950 bij de Grote Prijs van Italië met een F1 versie van de Ferrari 125. Ze zijn hiermee het oudste team dat nog steeds actief is in de Formule 1. Veel potten werden er echter nog niet gebroken in het eerste jaar, Alfa Romeo domineert het hele seizoen. Op 14 juli 1951 breekt Froilán González op Silverstone de zegereeks van Alfa en zorgt voor de eerste overwinning van Ferrari. In 1952 wint Alberto Ascari zes Grand Prix achter elkaar en wordt Ascari de eerste wereldkampioen in een Ferrari. Een jaar later is hij opnieuw de beste coureur en wint hij vijf races. Hierna neemt de overmacht van Ferrari tijdelijk af.

Ferrari 500 uit 1953/54
Ferrari 500 uit 1953/54

In 1956 gaat Ferrari samenwerken met Lancia. Het heeft direct resultaat, want Juan Manuel Fangio wordt onmiddellijk wereldkampioen. Omdat Fangio niet goed met Enzo Ferrari kan opschieten, vertrekt hij na één seizoen. Ferrari beleeft een rampjaar en behaalt geen enkele zege. In 1958 wordt alles weer goed gemaakt. Met slechts één overwinning, maar met vijf tweede plaatsen wordt Mike Hawthorn zeer verrassend de derde wereldkampioen voor Ferrari. In de volgende twee jaren zijn er nog wat kleine successen te vieren, maar geen kampioenschappen meer.

In 1961 behaalt Ferrari voor het eerst de constructeurstitel. De titel bij de coureurs lijkt naar de Ferrari-coureur Wolfgang von Trips te gaan, maar in Monza verongelukt hij dodelijk en zijn teamgenoot Phil Hill wordt wereldkampioen. Het seizoen daarna is een slecht seizoen voor Ferrari. Een tweede plaats voor Hill in Monaco is het beste resultaat. In 1963 haalt John Surtees de enige zege voor Ferrari, het jaar daar op wordt Surtees wereldkampioen.

[bewerk] 1965 - 1997

Ferrari 412 T1 F1 bolide uit 1995 (Jean Alesi aan het stuur)
Ferrari 412 T1 F1 bolide uit 1995 (Jean Alesi aan het stuur)

In 1968 verkocht de stichter, Enzo Ferrari, 90% van zijn personenwagenzaak en 50% van de Scuderia Ferrari aan Fiat. In dat jaar zorgde de Belg Jacky Ickx voor de enige overwinning van het team. In 1970 won Jacky Ickx in zijn Ferrari nog drie Grote Prijzen en werd tweede in het kampioenschap. Tot 1975 was het echter crisis bij Ferrari: soms was het team gewoon niet competitief genoeg, dan weer misten ze de titel op een haar na. De terugkeer van hun ware kracht kwam in 1975. De drie daaropvolgende jaren won Ferrari de constructeurstitel. Niki Lauda werd bovendien wereldkampioen in 1975 en 1977. In 1976 was dit waarschijnlijk ook het feit geweest als hij zijn ongeluk op de Nürburgring niet had gehad. Ferrari eindigde de jaren ’70 in stijl. Jody Scheckter werd wereldkampioen en het rode team won ook de constructeurstitel. Het zouden de laatste titels voor lang zijn.

[bewerk] 1997 - 2007

Michael Schumacher, de meest succesvolle Ferrari Formule 1 rijder in actie te Monaco in 2006
Michael Schumacher, de meest succesvolle Ferrari Formule 1 rijder in actie te Monaco in 2006

In 1996 arriveerde Michael Schumacher bij het rode team. Vanaf dat moment begon het team weer op te leven. In 1997 was Ferrari dicht bij de rijderstitel maar uiteindelijk ging Williams er samen met Jacques Villeneuve mee lopen. Het volgende jaar kon Schumacher wereldkampioen worden tot de laatste race, maar weer liep het mis. In 1998 kwam Luca Badoer bij het team die vanaf dat moment testrijder is geworden bij het team van Ferrari, alleen in het jaar 1999 racede hij een seizoen voor het team van Minardi maar daarna bleef hij testen voor Ferrari. In 1999 brak de zevenvoudige wereldkampioen zijn been in de Grand Prix op Silverstone. Hij kon geen rol van betekenis meer spelen in het wereldkampioenschap. Teamgenoot Eddie Irvine greep net naast de titel. Ferrari veroverde wel sinds lang opnieuw de constructeurstitel. 2000 was het einde van de 21-jarige lijdensweg van de Scuderia: Schumacher won zijn 3de rijderstitel. Het volgende jaar was nog beter voor Ferrari. Williams was snel en McLaren constant, maar Ferrari was het beiden nog meer… goed voor twee titels. In 2002 zorgde de uitermate dominante F2002 bolide dat Ferrari 15 van de 17 races kon winnen, waarvan Michael Schumacher er 11 behaalde, goed voor zijn 5de wereldtitel. Aanvankelijk leek 2003 niet zo succesvol te worden maar uiteindelijk slaagde Ferrari er toch in zowel de rijderstitel als de constructeurstitel te bemachtigen. 2004 was opnieuw "makkelijk" voor het Italiaanse team: Schumacher zorgde voor 13 overwinningen en de rijderstitel. In 2005 belandde het rode team opnieuw in een diepe put. Het Italiaanse team kon slechts 1 Grand Prix winnen: de farce-race van Indianapolis waar slechts 6 wagens aan de start kwamen. In 2005 heeft het team het seizoen afgesloten op een 3de plaats. In 2006 boekte het team betere resultaten, zo won Schumacher zeven races en de nieuw in het team gekomen Massa twee races. Ondanks dat besloot Schumacher te stoppen met de Formule 1. Zijn opvolger is de Fin Kimi Räikkönen geworden. Op 14 januari 2007 gaf het team de eerste foto's vrij van de Ferrari F2007 waarmee Kimi Räikkönen en Felipe Massa het huidige seizoen rijden. Opvallend is tot voor het eerst sinds lange tijd de voorvleugels van de auto weer rood zijn. Die waren vanaf het model F2000 wit. In 2007 won Ferrari zowel de coureurstitel met Räikkönen als de constructeurstitel.

[bewerk] Resultaten (1997-2007)

1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Aantal zeges 5 6 6 10 9 15 8 15 1 9 9
Aantal pole-positions 3 3 3 10 11 10 8 12 1 7 9
Aantal podiums 8 13 12 17 17 17 12 18 7 14 16
Aantal WK-punten 102 133 128 170 179 221 158 262 100 201 204
Eindstand WK 2e 2e 1e 1e 1e 1e 1e 1e 3e 2e 1e

[bewerk] Palmares

Ferrari haalde in haar geschiedenis de volgende kampioenschappen:

Behaalde kampioenschappen
Jaar Coureur Constructeur
1952 Alberto Ascari Niet gehouden
1953 Alberto Ascari Niet gehouden
1956 Juan Manuel Fangio Niet gehouden
1958 Mike Hawthorn
1961 Phil Hill Kampioen
1964 John Surtees Kampioen
1975 Niki Lauda Kampioen
1976 Kampioen
1977 Niki Lauda Kampioen
1979 Jody Scheckter Kampioen
1982 Kampioen
1983 Kampioen
1999 Kampioen
2000 Michael Schumacher Kampioen
2001 Michael Schumacher Kampioen
2002 Michael Schumacher Kampioen
2003 Michael Schumacher Kampioen
2004 Michael Schumacher Kampioen
2007 Kimi Räikkönen Kampioen


[bewerk] Records

Ferrari is het oudste en meest succesvolle Formule 1-team, en bezit vrijwel alle belangrijke records:

  • winnaar bij de constructeurs: 15 keer
  • winnaar bij de coureurs: 14 keer
  • aantal overwinningen: 200
  • aantal overwinningen in 1 seizoen: 15
  • aantal podiumplaatsen: 555
  • aantal podiumplaatsen in 1 seizoen: 29
  • aantal pole-positions: 186
  • aantal punten: 4550,8
  • aantal punten in 1 seizoen: 262 (50% van de te halen punten)
  • winstpercentage: 23% (voor teams met tenminste 10 overwinningen)

[bewerk] Formule 1-wagens

Model Jaar Motor Vermogen Topsnelheid
125 F1 1948 1497 cc 60° V12 (supercharged) 230 pk (bij 7.000 rpm) 260 km/u
275 F1 1950 3322 cc 60° V12 300 pk (bij 7.300 rpm) 280 km/u
340 F1 1950 4102 cc 60° V12 335 pk (bij 7.000 rpm) 300 km/u
375 F1 1950 4494 cc 60° V12 330 pk (bij 7.000 rpm) 320 km/u
553 F1 1954 2498 cc 4 cilinders in lijn 260 pk (bij 7.500 rpm) 280 km/u
625 F1 1954 2498 cc 4 cilinders in lijn 250 pk (bij 7.200 rpm) 270 km/u
555 F1 1955 2498 cc 4 cilinders in lijn 260 pk (bij 7.200 rpm) 280 km/u
D50 1955 2486 cc 90° V8 265 pk (bij 8.000 rpm) 280 km/u
801 F1 1957 2493 cc 90° V8 285 pk (bij 8.800 rpm) 280 km/u
412 MI 1958 4023 cc 60° V12 415 pk (bij 8.000 rpm) 320 km/u
246 F1 1958 2417 cc 65° V6 280 pk (bij 8.500 rpm) 280 km/u
256 F1 1959 2475 cc 65° V6 295 pk (bij 8.600 rpm) 280 km/u
156 F1 1961 1496 cc 65° V6 200 pk (bij 10.500 rpm) 260 km/u
156 F1 1963 1477 cc 120° V6 205 pk (bij 10.500 rpm) 260 km/u
158 F1 1964 1489 cc 90° V8 210 pk (bij 11.000 rpm) 270 km/u
512 F1 1964 1490 cc 180° V12 220 pk (bij 12.000 rpm) 270 km/u
312 F1 1966 2990 cc 60° V12 360 pk (bij 10.000 rpm) 300 km/u
312 B 1970 2991 cc 180° V12 460 pk (bij 12.000 rpm) 310 km/u
312 B2 1971 2992 cc 180° V12 470 pk (bij 12.600 rpm) 320 km/u
312 B3 1973 2992 cc 180° V12 485 pk (bij 12.500 rpm) 325 km/u
312 B3 1974 2992 cc 180° V12 495 pk (bij 12.600 rpm) 325 km/u
312 T 1975 2992 cc 180° V12 495 pk (bij 12.200 rpm) 330 km/u
312 T2 1976 2992 cc 180° V12 500 pk (bij 12.200 rpm) 320 km/u
312 T3 1978 2992 cc 180° V12 510 pk (bij 12.200 rpm) 320 km/u
312 T4 1979 2992 cc 180° V12 515 pk (bij 12.300 rpm) 320 km/u
312 T5 1980 2992 cc 180° V12 515 pk (bij 12.300 rpm) 320 km/u
126 C 1981 1496 cc 120° V6 (turbo) 580 pk (bij 11.500 rpm) 320 km/u
126 C2 1982 1496 cc 120° V6 (turbo) 580 pk (bij 11.000 rpm) 320 km/u
126 C3 1983 1496 cc 120° V6 (turbo) 600 pk (bij 10.500 rpm) 320 km/u
126 C4 1984 1496 cc 120° V6 (turbo) 660 pk (bij 11.000 rpm) 320 km/u
156/85 1985 1496 cc 120° V6 (turbo) 780 pk (bij 11.000 rpm) 330 km/u
F1/86 1986 1496 cc 120° V6 (turbo) 850 pk (bij 11.500 rpm) 330 km/u
F1/87 1987 1496 cc 90° V6 (turbo) 880 pk (bij 11.500 rpm) 330 km/u
F1/87-88C 1988 1496 cc 90° V6 (turbo) 620 pk (bij 12.500 rpm) 310 km/u
F1/89 1989 3498 cc 65° V12 600 pk (bij 12.500 rpm) 310 km/u
F1 641 1990 3498 cc 65° V12 680 pk (bij 12.750 rpm) 310 km/u
F1 642 1991 3499 cc 65° V12 720 pk (bij 13.800 rpm) 320 km/u
F1 643 1991 3496 cc 65° V12 735 pk (bij 14.800 rpm) 320 km/u
F92 A 1992 3479 cc 65° V12 700 pk (bij 14.700 rpm) 320 km/u
F93 A 1993 3498 cc 65° V12 730 pk (bij 14.700 rpm) 320 km/u
412 T1 1994 3498 cc 65° V12 780 pk (bij 15.000 rpm) 320 km/u
412 T2 1995 2997 cc 75° V12 700 pk (bij 17.000 rpm) 310 km/u
F310 1996 2998 cc 75° V10 700 pk (bij 16.000 rpm) 320 km/u
F310 B 1997 2998 cc 75° V10 750 pk (bij 17.000 rpm) 325 km/u
F300 1998 2998 cc 80° V10 760 pk (bij 17.600 rpm) > 325 km/u
F399 1999 2997 cc 80° V10 800 pk (bij 17.500 rpm) > 325 km/u
F1 2000 2000 2997 cc 90° V10 810 pk (bij 17.600 rpm) > 325 km/u
F2001 2001 2997 cc 90° V10 840 pk (bij 18.000 rpm) > 325 km/u
F2002 2002 2997 cc 90° V10 850 pk (bij 18.000 rpm) 330 km/u
F2003-GA 2003 2997 cc 90° V10 830 pk (bij 18.500 rpm) > 360 km/u
F2004 2004 2997 cc 90° V10 900 pk (bij 18.800 rpm) > 360 km/u
F2005 2005 2997 cc 90° V10 900 pk (bij 18.800 rpm) > 370 km/u
248 F1 2006 2398 cc 90° V8 730 pk (bij 19.600 rpm) > 340 km/u
F2007 2007 2398 cc 90° V8 730 pk (bij 19.600 rpm) > 350 km/u
F2008 2008 2398 cc 90° V8 730 pk (bij 19.600 rpm) > 350 km/u
 
Persoonlijke instellingen