Isabella van Parma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Prinses Isabella van Parma

Isabella van Parma, (Italiaans: Elisabetta Maria Luisa Antonietta Ferdinanda Giuseppina Saveria Dominica Giovanna Borbone, principessa di Parma) (Madrid, Spanje, 31 december 1741Wenen, Oostenrijk, 27 november 1763) was de dochter van Filips van Parma, hertog van Parma, en diens vrouw, de Franse prinses Louise-Elisabeth. Ze groeide op aan het hof van de Spaanse koning Filips V in Madrid, maar toen haar vader hertog van Parma werd verhuisde de familie naar het hertogdom in het Noorden van Italië.

Isabella leerde het bespelen van de viool, en ze las ook boeken die waren geschreven door filosofen en theologen zoals Jacques-Bénigne Bossuet en John Law. Ze was vaak neerslachtig en na de dood van haar moeder in 1759, dacht ze vaak over de dood.

Op 6 oktober 1760, op 18-jarige leeftijd, werd ze uitgehuwelijkt aan de latere keizer Jozef II van het Heilige Roomse Rijk. De mensen aan het hof van Wenen waren snel gecharmeerd van Isabella, dit kwam vooral door haar schoonheid en intelligentie. Blijkbaar kon Isabella moeilijke wiskundige problemen oplossen.

Isabella en Jozefs zuster, aartshertogin Maria Christina werden snel goede vriendinnen. Ook al ontmoetten de twee elkaar elke dag, ze schreven ook brieven naar elkaar. Alleen Isabella's brieven zijn bewaard gebleven.

Isabella baarde uiteindelijk twee kinderen: Maria Theresia in 1762 en Marie Christine in 1763. Haar tweede kind Marie Christine (vernoemd naar haar schoonzus) stierf in het kraambed, Isabella zelf stierf enkele dagen later aan pokken. Haar dochter Maria Theresia overleed in 1770 aan longontsteking. Jozef bleef na Isabella's dood ontroostbaar achter en trouwde twee jaar later met tegenzin met Maria Josepha van Beieren. Zij stierf in 1767 eveneens aan pokken.

Isabella ligt begraven in de keizerlijke Kapuzinergruft dicht bij keizerin Maria Theresia.