José María Aznar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
José María Aznar
Aznar op de Azoren, 17 maart 2003
Aznar op de Azoren, 17 maart 2003
Volledige naam José María Aznar López
Geboren Madrid, 25 februari 1953
Partij PP
PP
1990-2004 partijvoorzitter
Bestuurlijke loopbaan
1982-1987 Volksvertegenwoordiger
1987-1989 President van Castilië en León
1989-2004 Volksvertegenwoordiger
1996-2004 Premier
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Spanje
Aznar met Bush op de Azoren

José María Aznar López (Madrid, 25 februari 1953) is een Spaans conservatief politicus van de Partido Popular (PP). Aznar was van 1996 tot 2004 premier (Presidente del Gobierno) van Spanje, tijdens de zesde en de zevende legislatuur.

Biografie[bewerken]

José María Aznar is de kleinzoon van Manuel Aznar Zubigaray, een voormalige Baskische nationalist die een aanhanger van de vroegere dictator Franco werd. In zijn jeugdjaren is Aznar een Falangist en lid van de Frente de Estudiantes Sindicalistas (Front van Sindicalistische Studenten, FES), een beweging die onderdeel is van de enige toegestane partij, de Falangistische partij. Deze beweging staat kritisch ten opzichte van de regering van Franco omdat deze niet genoeg de grondbeginselen van het Falangisme, zoals geformuleerd door José Antonio Primo de Rivera, zou respecteren.[1] Aznar studeerde rechten aan de Complutense Universiteit van Madrid, en werd belastinginspecteur.

Congreslid[bewerken]

Aznar wordt lid van de conservatieve partij Alianza Popular (AP) en in 1982 voor het eerst in het Spaanse congres verkozen namens de stad Ávila. Tussen juli 1987 en september 1989 is hij president van de autonome regio Castilië en León. Deze functie legde hij neer om lijsttrekker van de Partido Popular (PP, de opvolger van de AP) te worden, en zich zo kandidaatpremier voor de vierde legislatuur te stellen. De verkiezingen op 29 oktober verliest hij echter van zittend premier Felipe González van de socialistische Partido Socialista Obrero Español (PSOE), die daarmee aan zijn derde termijn begint.

Als de PP ook de parlementsverkiezingen van 1993 verliest, staat José María Aznar ook tijdens de vijfde legislatuur als oppositieleider tegenover Felipe Gonzáles. Op 19 april 1995 pleegt de ETA een aanslag op Aznar. Hij overleeft deze aanslag door zijn gepantserde wagen.

Premierschap[bewerken]

Na een sterke campagne tegen de corruptieschandalen van de PSOE van Felipe González en diens betrokkenheid bij een illegale anti-terreurgroep, de GAL, wint Aznar de vroegtijdig bijeengeroepen verkiezingen van 1996. Hierbij behaalt de PP echter niet de verwachte absolute meerderheid moet onderhandelen met regionale nationalistische partijen. Hij wordt premier van een coalitie van de PP met CiU (Catalonië), PNV (Baskenland) en de Coalición Canaria (Canarische Eilanden). Tegen de verwachtingen in, haalt Spanje onder zijn bewind de normen voor deelname aan de Economische en Monetaire Unie van de Europese Unie: de begroting was in evenwicht, de werkloosheid was teruggedrongen van 20% tot 10% en de inflatie was onder controle. Waarschijnlijk als gevolg van deze successen werd hij herkozen in 2000.

Zijn steun aan George W. Bush tijdens de ontwapeningscrisis van Irak in 2002, die in april 2003 zou leiden tot de door de Amerikanen geleide invasie in Irak, wordt hem niet in dank afgenomen door de EU-lidstaten Frankrijk en Duitsland. Hij zit daarmee in hetzelfde schuitje als de premiers van Italië en het Verenigd Koninkrijk, Silvio Berlusconi en Tony Blair, met wie hij goed bevriend is.

In januari 2004 vraagt hij de ontbinding van de Cortes Generales (het Congres en de Senaat gezamenlijk) en kondigt nieuwe verkiezingen aan voor maart van dat jaar. Hij verklaart daarbij niet opnieuw kandidaat te zijn voor het ambt van premier, waarmee hij een belofte hield die hij vóór zijn verkiezing in 1996 had gedaan. Hij schuift Mariano Rajoy Brey naar voren als kandidaat premier namens de PP. De partij staat er, ondanks zijn vertrek, goed voor in de peilingen, dankzij Aznars economische succes, en alles ziet er naar uit dat de verkiezingen weer gewonnen zullen worden. Drie dagen voor de verkiezingen, op 11 maart, wordt er in Madrid een terroristische aanslag gepleegd waarbij 191 doden vallen. Aznar en zijn regering geven in eerste instantie de schuld aan de Baskische ETA, zelfs nadat al vrij snel duidelijk was dat de bommen door de terreurorganisatie Al Qaida gelegd waren. Drie dagen later bij de verkiezingen wordt de socialistische kandidaat José Zapatero gekozen, die vervolgens de Spaanse troepen terugtrekt uit Irak.

Tijdens Aznars regeringsperiode werd een vereniging die Franco wilde blijven eren en herdenken, door de overheid gesubsidieerd.

Sinds het einde van zijn premierschap is José María Aznar onder andere erelid van zijn partij en voorzitter van de denktank van de partij, de FAES.

Privé[bewerken]

José María Aznar is getrouwd met Ana Botella, met wie hij twee zonen en een dochter heeft.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. «José María Aznar López: 1- El ascenso de un militante discreto pero sin altibajos» "[...] muchos responsables del FES dirigieron una actitud sumamente crítica hacia el franquismo postrero y su fachada política, el Movimiento Nacional, y reivindicaron el pensamiento original del fundador de la Falange, José Antonio Primo de Rivera. Aznar era uno de estos jóvenes falangistas identificado con las ideas joseantonianas."
Voorganger:
Felipe González
Spanje
Premier van Spanje

1996-2004
Legislaturen: VI en VII

Opvolger:
José Luis Rodríguez Zapatero