Kamerontbinding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met kamerontbinding of ontbinding van het parlement wordt de ontbinding bedoeld van (een deel van) het parlement.

Kamerontbinding in Nederland[bewerken]

Procedure in Nederland[bewerken]

In Nederland wordt met kamerontbinding de ontbinding van de Tweede Kamer of Eerste Kamer bedoeld. Beide kamers kunnen door de regering worden ontbonden:

Artikel 64 lid 1 Grondwet: Elk der kamers kan bij Koninklijk Besluit worden ontbonden.

Men moet onderscheid maken tussen het besluit tot kamerontbinding en de kamerontbinding zelf. Het besluit tot kamerontbinding leidt tot nieuwe verkiezingen. De kamerontbinding zelf gaat pas in op de dag dat de nieuwe kamer bijeenkomt (artikel 64 lid 3 Grondwet).

In de volgende gevallen wordt besloten tot kamerontbinding:

  • 1. wanneer bij het overlijden van de Koning een opvolger ontbreekt (artikel 30 lid 2 Grondwet)
  • 2. na aanvaarding van een voorstel tot wijziging van de grondwet in eerste lezing (artikel 137 lid 3 Grondwet). Tot 1995 was ook de ontbinding van de Eerste Kamer in dit geval vereist.
  • 3. wanneer het kabinet niet langer het vertrouwen geniet van de Tweede Kamer en zijn ontslag indient bij de Koning en dit ontslag voorlopig wordt aanvaard (het ontslag wordt pas verleend bij installatie van een nieuwe regering)
  • 4. wanneer een conflict in de boezem van het kabinet (of binnen de coalitie als geheel) slechts kan worden beslecht door het kiezen van een nieuwe Tweede Kamer en het formeren van een nieuw kabinet op basis van de nieuw gekozen kamer.

De situaties 1 en 2 worden beschreven in de Grondwet. Situaties 3 en 4 zijn gebaseerd op ongeschreven recht en vloeien voort uit de vertrouwensregel. Met het besluit tot kamerontbinding ten behoeve van (grondwetswijziging) wordt tegenwoordig gewacht tot de nieuwe verkiezingen aan het einde van een vierjarige zittingsperiode van de Kamer. Het besluit tot kamerontbinding vindt pas uitvoering op het moment dat de nieuwe kamer gekozen is. Binnen 40 dagen moet het besluit tot kamerontbinding dan ook gevolgd worden door het uitschrijven van nieuwe verkiezingen voor de betreffende Kamer.

Geschiedenis van de kamerontbinding in Nederland[bewerken]

Het recht tot kamerontbinding werd in de Grondwet van 1848 aan de regering gegeven. Het was bedoeld als een tegenwicht tegen de toen eveneens ingevoerde politieke ministeriële verantwoordelijkheid: enerzijds kon op die manier de Tweede Kamer de ministers ter verantwoording roepen, anderzijds konden de ministers bij een meningsverschil met de Tweede Kamer, besluiten de kamer te ontbinden en aldus de kiezers om een oordeel vragen.

Ontbinding van de Eerste Kamer in Nederland[bewerken]

In het algemeen wordt de Eerste Kamer alleen ontbonden aan het einde van de vierjarige zittingsperiode. Ontbinding van de Eerste Kamer om politieke redenen heeft namelijk weinig zin. Omdat de Eerste Kamer gekozen wordt door de Provinciale Staten zullen nieuwe verkiezingen niet leiden tot een veranderde samenstelling van de Eerste Kamer. De enige keer dat de Eerste Kamer om politieke redenen ontbonden is was in 1904. Toen verloren de liberalen hun meerderheid aan katholieken en antirevolutionairen.