Landgoed Clingendael

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Huys Clingendael.
Clingendael in 1967.
Freule Daisy
Oprijlaan van het landgoed.
Park bij Clingendael.
Hollandse tuin.
Japanse Tuin.

Clingendael, een landgoed met een 17e-eeuws huis gelegen op het grondgebied van de gemeente Wassenaar tegen de Haagse wijk Benoordenhout, is eigendom van de gemeente 's-Gravenhage. Sinds 1982 is het in gebruik bij het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael.[1]

Geschiedenis[bewerken]

In de 16de eeuw stond er een boerderij in de clinge (duinvallei) waar nu Clingendael ligt. In 1591 kocht Philips Doublet de landerijen. Zijn kleinzoon Philips Doublet III brak de boerderij af, bouwde er een landhuis en legde onder invloed van de Franse classicistische tuinarchitectuur een tuin in barokstijl aan met veel buxushagen en symmetrische patronen. Het huis werd een centrum van kunst en cultuur. Zijn vrouw Suzanna en zijn schoonvader Constantijn Huygens speelden daarbij een belangrijke rol.

In 1804 kwam het landgoed in handen van W.J. baron van Brienen van de Groote Lindt. In 1839 werd aan het landgoed door diens zoon Arnoud het naastgelegen Landgoed Oosterbeek toegevoegd, dat slechts door een bochtige gracht gescheiden is van Clingendael. Marguérite barones van Brienen, bijgenaamd Freule Daisy (Den Haag 1871-aldaar 1939), woonde er tot haar overlijden. In 1914 werd het huis verbouwd door de architect Johan Mutters en in 1915 uitgebreid door Co Brandes en J.Th. Wouters.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis bewoond door rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. Hij liet de opstaande stenen bij de hondengraven platleggen omdat hij bang was dat zich er sluipschutters achter zouden verstoppen. Tevens werden er meerdere bunkers gebouwd.

Na de oorlog trok Edgar baron Michiels van Verduynen er in met zijn echtgenote, Henriëtte Elisabeth baronesse Michiels van Verduynen-Jochems, alswel de Duitse baron Johann von Ripperda. In 1953, een jaar na het overlijden van Michiels van Verduynen, werden de tuinen en het park van Clingendael-Oosterbeek verkocht aan de gemeente en voor het publiek opengesteld. Tot haar overlijden in 1968 mocht de barones op Clingendael-Oosterbeek blijven. De zoon van de Duitse baron woonde tot zijn overlijden in het koetshuis.

Huys Clingendael werd in 1982 grondig verbouwd. Sindsdien is er het bekende Instituut Clingendael gehuisvest.

De bijgebouwen[bewerken]

Het koetshuis[bewerken]

Tegenover het grote huis staat een oud koetshuis. Een deel ervan wordt bewoond, het overige is atelierruimte voor kunstenaars.

Omdat Instituut Clingendael dringend opslagruimte nodig heeft, werd begin 2008 beslist dat vrijgekomen ruimte in het koetshuis niet meer aan kunstenaars zal worden gegeven. Ook is er al een deel van de theeschenkerij in gebruik als opslag.

Tuinmanswoningen[bewerken]

Bij de ingang van het park staan twee kleine huizen met rieten dak en luiken, die beschilderd zijn in de kleuren van het familiewapen, rood-wit. Links van de oprijlaan staat nog enkele personeelswoningen. Aan de Van Alkemadelaan staan nog twee 'Noorse' houten woningen uit 1931.

Logeerhuis[bewerken]

Voor de Tweede Wereldoorlog stond het logeerhuis dichter bij het grote huis. In de oorlog heeft Seyss-Inquart het laten verplaatsen, zodat zijn zuster er kon wonen. Na de oorlog werd het een theeschenkerij.

De ijskelder[bewerken]

Landgoederen hebben vaak een ijskelder. In de winter worden ijsblokken uit de gracht gebikt, en opgeslagen in een ijskelder in het bos. Er werd ook zaagsel in de kelder gebruikt om te voorkomen dat de blokken aan elkaar vroren. De ijskelder lag in de buurt van de oud-Hollandse tuin.

De tuin[bewerken]

Baron van Brienen liet de tuin door Zocher aanpassen aan de Engelse landschapstijl. Na Zocher werkten de tuinarchitecten Springer en Petzold op het landgoed.

Japanse tuin[bewerken]

Het beroemdste deel van de tuin is ongetwijfeld de Japanse tuin, die slechts acht weken per jaar voor het publiek geopend is, omdat hij zo kwetsbaar is. Freule Daisy reisde veel en nam uit Japan lantaarns, een watervat en enkele bruggetjes mee om hier een Japanse tuin aan te leggen. Het is nu de grootste Japanse tuin in Nederland met een oppervlakte van 6800 m². Sinds 2001 is de tuin een rijksmonument.

In 2008 is het paviljoen opgeknapt. De schuifpanelen, de 'shojis', waren in de oorlog verloren gegaan en zijn nu in Japan bijgemaakt. Ook is het rieten dak opgeknapt en zijn de twee bruggetjes vervangen door de zgn. aardbrug of 'dobashi'. Tuinarchitect Saburō Sone is door de gemeente uitgenodigd om te snoeien.

In 2013 werd op 27 april het 100-jarig bestaan van de tuin gevierd met een Japans festival van 10:30 uur - 20:00 uur. Op het programma staan onder meer een Japanse fluitist, Japanse trommelaars, Japans zwaardvechten (Kendo), sushi maken en oosterse stoelmassage.

Sterrenbos[bewerken]

Ook het dichte Sterrenbos is uit de tijd van freule Daisy. Er is een onderbegroeing van azalea's en rhododendrons.

Slingermuur[bewerken]

Slingermuur
Hondegraven
Plaquette Jordaan/Boellaard

De slingermuur is rond 1727-1733 gebouwd door Wigbold Slicher, en gerestaureerd in 1985. Deze dient om luwte te scheppen voor bomen met zachte vruchten zoals abrikozen, peren, perziken en pruimen. Hij wordt ten onrechte vaak de slangenmuur genoemd, maar de constructie daarvan is anders. Een slangenmuur houdt zichzelf staande, en heeft geen verdikkingen of steunen. Een verklaring voor het experimentele karakter van de muur kan zijn dat Slicher een familielid was van Pieter de la Court van der Voort, die een handboek over de tuinkunst schreef (1737).[bron?]

Oud-Hollandse tuin[bewerken]

Vroeger lag hier een kaatsbaan met theehuis. Het huisje bestaat nog, en de Frans aandoende stenen trappen van Springer (1887) en het bordes maken van de tuin een afgerond geheel. In het begin van de 20ste eeuw is er een oud-Hollandse tuin aangelegd met buxushagen en bloemperken. Er staat een bronzen beeld van het 'Dansende Meisje' gemaakt door kunstenaarsechtpaar Jean en Marianne Bremers uit Helvoirt.

Hondenbegraafplaats[bewerken]

Freule Daisy heeft altijd honden gehad. Ze liet ze begraven onder een linde, die solitair in de tuin staat en vanuit het huis goed te zien is. De grafstenen stonden rechtop, maar Seyss-Inquart heeft ze plat laten leggen, uit angst dat scherpschutters zich erachter zouden verschuilen.

De oorlogsjaren[bewerken]

Het landgoed was onderdeel van de Atlantikwall, waarvoor vrij schootsveld nodig was. Bomen werden gekapt, bunkers aangelegd, en in het Benoordenhout werden huizen afgebroken. Maar huize Clingendael mocht blijven staan omdat het de woning van rijkscommissaris Seyss-Inquart was.

Op 14 maart 1942 werden Jan Jordaan en Pim Boellaard onder anderen door Seyss-Inquart buiten ondervraagd. Op een voormalig koetshuis tegenover het grote huis is een plaquette die hieraan herinnert.

Verkoop van het landgoed[bewerken]

In 1999 probeerde de gemeente Clingendael te verkopen aan de hoogst biedende, maar daar was veel protest tegen. Mogelijk zou er een hotel of conferentieoord komen. Om het protest te ondersteunen liet de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming (AVN) een film maken door het duo Jan van den Ende en Monique van den Broek.[2]

In 2006 stond het landgoed Clingendael in belangstelling toen de gemeente 's-Gravenhage overwoog een tot het landgoed behorend stuk grond ter beschikking te stellen voor de bouw van een nieuwe ambassade voor de Verenigde Staten van Amerika. Eind 2006 werd overeenstemming bereikt over de definitieve locatie voor de ambassade: de plek waar nu nog een voetbalvereniging (VV JAC) en een hondenrenbaan is gevestigd, aan de Waalsdorperlaan en de Benoordenhoutseweg, niet ver van Paleis Huis ten Bosch.

Dit gebied behoort tot de gemeente Wassenaar, maar de grond is in 2010 verkocht door de gemeente Den Haag. Nu is de ambassade nog gevestigd aan het Lange Voorhout te 's-Gravenhage, waar de beveiligingsmaatregelen te veel problemen geven. De verhuizing naar landgoed Clingendael stuit op veel weerstand van de inwoners van de wijk Benoordenhout en van milieugroepen, vanwege de ligging middenin een kwetsbaar natuurgebied. Volgens de planning wordt echter in 2013 met de bouw begonnen en zal de verhuizing in 2016 plaatsvinden.

Brand[bewerken]

In de nacht van 29 op 30 augustus 2013 brandde een deel van de boerderij van Marcel Kleijweg af. [3]. Er waren geen slachtoffers. Toen de Japanse tuin in oktober twee weken open was, stond er een melkbus bij de ingang van de tuin om geld te verzamelen voor de gedupeerde boer. Wethouder Boudewijn Revis ondersteunde deze buurtactie en verdubbelde het opgehaalde bedrag.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Beschrijving in monumentenregister monumentenregister.cultureelerfgoed.nl, bezocht 6-2-2013
  2. De film Natuur Nabij kreeg op het Natuurfilmfestival in het Poolse Wizna een ereprijs.
  3. Brand op Clinendael, 2013 [1]