Logaritmische spiraal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De logaritmische spiraal is een meetkundige figuur. Deze spiraal komt veelvuldig voor in de natuur, meer bepaald in de biologie. Dit komt doordat de aangroei van de voerstraal evenredig is met de voerstraal zelf, met als gevolg dat de voerstraal een exponentiële functie van de hoek is. In biologische termen vertaalt zich dat als een aangroei die evenredig is met de reeds bereikte grootte van het organisme. De wiskundige Jakob Bernoulli gaf deze curve de Latijnse naam spira mirabilis.

Vergelijkingen[bewerken]

Indien de toename van de voerstraal d r(\theta) evenredig is met de voerstraal zelf geldt voor een kleine toename van de hoek d\theta :

d r(\theta) \, = \, b.r(\theta) .d\theta

waarbij b de evenredigheidsconstante is. Door dit verband als een differentiaalvergelijking te beschouwen en op te lossen vindt men als algemene oplossing:

r(\theta) \, = \, a e^{b.\theta}

Dit is de vergelijking van de logaritmische spiraal in poolcoördinaten. Hierbij is a een positief getal, en b een getal verschillend van 1. Het domein van deze functie is ]-\infty , +\infty [ . Deze vergelijking is equivalent met:

\theta \, = \, \frac{\ln(r/a)}{b}

De vergelijking in parametervorm is:

x(t) \, = \, a e^{b.t} \, cos(t)
y(t) \, = \, a e^{b.t} \, sin(t)

De hoek \theta uit de vergelijking in poolcoördinaten wordt hier als parameter gebruikt. Ongeacht de vergelijking wordt genomen in polaire vorm of in parametervorm geldt: indien b > 1 neemt de voerstraal van de spiraal toe in tegenwijzerzin. Voor b = 0 bekomt men een cirkel met straal a, en voor b < 1 neemt de voerstraal toe in wijzerzin.

Eigenschappen[bewerken]

Een logaritmische spiraal. De hoek tussen de raaklijn en de rechte loodrecht op de voerstraal is in elk punt dezelfde.

Hoek tussen de voerstraal en de raaklijn[bewerken]

De logaritmische spiraal heeft de eigenschap dat in elke punt de hoek tussen de voerstraal (de rechte door de oorsprong van het assenkruis en het punt op de curve) en de raaklijn constant is. Deze hoek wordt bepaald door de parameter b van de spiraal:

\cot\, \phi \, = \, b

Wegens deze eigenschap wordt de logaritmische spiraal ook de equiangulaire spiraal genoemd.

Booglengte[bewerken]

De infinitesimale booglengte ds is:

ds \, = \, a \sqrt{1+b^2} \, e^{b\theta} \, d\theta

De booglengte zelf is dan:

 s(\theta_o) \, = \, \int_{-\infty}^{\theta_0} ds \, = \, \frac{a}{b} \sqrt{1+b^2} \, e^{b\theta_0}

Wanneer men zoals in deze integraal oplost vanaf -\infty wentelt de spiraal een oneindig aantal keren rond de oorsprong vooraleer de parameter \theta de positief wordt. Nochtans is de totale booglengte van al deze wentelingen eindig.

Rectificatie[bewerken]

Wanneer de raaklijn T aan de spiraal wordt getekend in een punt waar de spiraal de x-as snijdt, zal deze raaklijn ook de y-as snijden. De afstand tussen de twee snijpunten is gelijk aan de totale booglengte zoals gegeven door bovenstaande formule.

Zelfgelijkvormigheid[bewerken]

Wanneer de figuur van de logaritmische spiraal over een willekeurige hoek geroteerd wordt, is het steeds mogelijk door een schaalvergroting de figuur weer te laten samenvallen met de oorspronkelijke spiraal. Dit is wiskundig op eenvoudige wijze aan te tonen. De geroteerde spiraal over een hoek \alpha is:

r_\alpha(\theta) \, = \, a e^{b.(\theta-\alpha)}

dit is gelijk aan:

r_\alpha(\theta) \, = \, e^{-b.\alpha} \, a e^{b.\theta} \, = \, e^{-b.\alpha} \, r(\theta)

Dit is een veelvoud, een herschaling, van de oorspronkelijke logaritmische spiraal. Deze eigenschap werd op de grafsteen van Jakob Bernoulli vereeuwigd met de woorden eadem mutata resurgo (veranderd en nog dezelfde, zal ik opnieuw opstaan).

Evolute[bewerken]

De evolute van de logaritmische spiraal is opnieuw een logaritmische spiraal met dezelfde parameter b, maar met een factor a gelijk aan gelijk aan a.b.e^{-b\pi/2}.

r_\mathrm{evolute}(\theta) \, = \, a \, (b e^{-b\pi/2}) \, e^{b(\theta+\pi/2)}

Wanneer een logaritmische spiraal met b>0 samen met haar evolute wordt getekend, beiden voor een gelijk interval van de parameter t, is de spiraal van de evolute qua voerstraal kleiner dan de oorspronkelijke spiraal. De evolute is ook 90° gedraaid in tegenwijzerzin tegenover de ligging van de oorspronkelijke spiraal.

Voorkomen in de natuur[bewerken]

De kamers in een Nautilusschelp vormen een logaritmische spiraal.
  • Zoals reeds vermeld is aangroei van de voerstraal bij de logaritmische spiraal evenredig met de exponent van de voerstraal. Dit principe, een aangroei die evenredig is met de reeds aanwezige afmeting, vindt men terug in biologische systemen, zoals schelpen van weekdieren.
  • Een havik nadert zijn prooi via een logaritmische spiraal. Dit is een gevolg van de het feit dat hij het scherpst zien onder een bepaald hoek tegenover zijn vliegrichting.[1]
  • De vorm van spiraalarmen van spiraalstelsels beantwoordt aan een logaritmische spiraal. De raaklijn aan de spiraal maakt een hoek van circa 12° met de rechte loodrecht op de voerstraal.

Referenties[bewerken]

  1. Chin, Gilbert J.. Organismal Biology: Flying Along a Logarithmic Spiral (8 december 2000)