Luiaards

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Luiaards
Kapucijnluiaard (Bradypus variegatus)
Kapucijnluiaard (Bradypus variegatus)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Pilosa (Luiaards en miereneters)
Onderorde
Folivora
Delsuc et al., 2001
Afbeeldingen Luiaards op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Luiaards op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Luiaards (Folivora of Phyllophaga) vormen een onderorde van middelgrote Zuid-Amerikaanse zoogdieren waarvan tegenwoordig nog twee families bestaan: tweevingerige luiaards (Megalonychidae) en drievingerige luiaards (Bradypodidae). De onderorde maakt deel uit van de orde van luiaards en miereneters. Luiaards zijn herbivoren en eten weinig anders dan bladeren.

Luiaards hebben een boomklimmende levensstijl. Bladeren, hun belangrijkste voedselbron, leveren weinig energie en worden niet gemakkelijk verteerd: luiaards hebben daarom een zeer grote, gespecialiseerde maag met meerdere delen waarin symbiotische bacteriën de stugge bladeren afbreken. Luiaards kunnen ook insecten, kleine hagedissen en kadavers eten. In vochtige omstandigheden bevat hun vacht bacteriën die voor camouflage kunnen zorgen. De vacht is meestal (diep) bruin, maar sommige in het wild levende luiaards hebben een groenige tint dankzij de aanwezigheid van de bacteriën. De pels van zo'n luiaard is een ecosysteem op zich. Algen en bacteriën hebben zich tussen de haren genesteld en geven zijn vacht die typische groenige tint. De schutkleur beschermt het langzame dier tegen arenden en andere roofdieren.

De luiaard verdedigt zich met zijn klauwen wanneer hij in gevaar is. Dat is zijn enige defensiemechanisme. De luiaard is voornamelijk kwetsbaar op de grond. Wanneer ze in een boom hangen vallen ze bijna niet op omdat ze zo traag bewegen.

Een luiaard loopt op de grond niet sneller dan 2,5 meter per minuut. Over een afstand van een kilometer zou hij ruim 6,5 uur doen.

Luiaards in het wild slapen iets minder dan 10 uur per dag.[1]

Ontwikkeling[bewerken]

De luiaarden vormden voorheen een zeer diverse groep met ongeveer negentig uitgestorven geslachten. De oudste zekere luiaardachtige is Pseudoglyptodon, die tijdens de overgang van het Eoceen naar Oligoceen leefde. In deze periode maakten de uitgestrekte regenwouden van het vroege Paleogeen in Zuid-Amerika plaats voor boomsavannes. Fossielen zijn gevonden in Chili. De oudste echte luiaarden leefden circa 25 miljoen jaar geleden.[2]

Asiabradypus werd op basis van een kaakfragment uit Laat-Paleoceen van Kazachstan beschreven en aanvankelijk geduid als een primitieve luiaard. Bij herbeoordeling van het materiaal bleek echter dat het zeer onwaarschijnlijk is dat dit kaakfragment toebehoort aan een tandarme, naast de sterk afwijkende vindlocatie en ouderdom.[3]

Nekwervels[bewerken]

De meeste zoogdieren hebben zeven nekwervels, maar bij luiaards wijkt dit af. De soorten van het geslacht Bradypus hebben er tot 10, die in het geslacht Choloepus hebben er 5 tot 6. Tijdens de groei van de ongeboren jongen van Bradypus ontwikkelen de onderste nekwervels zich als ruggenwervels, maar er ontwikkelen zich geen ribben. Het omgekeerde gebeurt waarschijnlijk bij de soorten van het geslacht Choloepus.[4]

Taxonomie[bewerken]

De taxonomische indeling zonder uitgestorven families en geslachten:

De volledige taxonomische indeling:

Tweevingerige luiaard

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. BBC News Article "Sloth's Lazy Image 'A Myth'"
  2. Cenozoic Andean faunas – shedding new light on South American mammal evolution, biogeography, environments and tectonics. JJ Flynn et al. In: Bones, clones and biomes: the history and geography of recent neotropical mammals. BD Patterson & LP Costa (2012).
  3. The beginning of the age of mammals. KD Rose.
  4. Hautier, L., Weisbecker, V., Sánchez-Villagra, M.R., Goswami, A. & Asher, R.J., 2010. Skeletal development in sloths and the evolution of mammalian vertebral patterning. Proceedings of the National Academy of Sciences online preprint. DOI:10.1073/pnas.1010335107