Makreel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie hier voor het artikel over makrelen, een familie van straalvinnige vissen waartoe de makreel behoort.
Makreel
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2011)
Scomber scombrus.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde: Perciformes (Baarsachtigen)
Familie: Scombridae (Makrelen)
Onderfamilie: Scombrinae
Geslacht: Scomber
Soort
Scomber scombrus
Linnaeus, 1758
Makrelen in een viskraam
Makrelen in een viskraam
Afbeeldingen Makreel op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Makreel op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vissen

De makreel (Scomber scombrus, ook wel "gewone makreel" of "Atlantische makreel" genoemd) is een straalvinnige vis uit de orde der baarsachtigen (Perciformes).

Kenmerken[bewerken]

Deze vis heeft een rond en langwerpig lichaam met twee rugvinnen en een aantal kleine vinnen, die van de achterste rugvin en de anaalvin naar de staart lopen. De staart is halvemaanvormig en heeft een klein kieltje aan de basis van iedere vinlob, maar geen kiel aan de zijkanten van het lichaam voor de staart. De voorste rugvin heeft 11 tot 13 slanke stekeltjes, de staartvin is diep ingesneden. Het maximale geregistreerde gewicht is 3400 gram, de maximaal vermelde leeftijd is 17 jaar. Hij wordt 30 tot 50 cm lang. Het ontbreken van een zwemblaas is karakteristiek voor de makreel. Hij heeft een prachtige groenblauwe rug die wordt onderbroken door donkere golvende lijnen.

Leefwijze[bewerken]

De makreel is een schoolvis die dicht bij het wateroppervlak zwemt. Het voedsel wordt eveneens aan de wateroppervlakte gezocht. De makreel is een zeer vraatzuchtige vis en voedt zich met organismen die in het plankton voorkomen, kleine kreeftachtigen, garnaalachtigen en vislarven. Ze zwemmen daarbij met geopende bek door de wolken plankton en filteren de kleine kreeftjes, slakjes e.d. uit het water met hun kieuwzeef. De volwassen makrelen jagen ook op kleine vis, meestal sprot en jonge haring.

Voortplanting[bewerken]

De paaiperiode loopt van mei tot juni. De makreel paait in de centrale Noordzee en langs de zuidkust van Ierland. Het vrouwtje zet per seizoen tot 450.000 eieren af. De eitjes zweven in het water en de larven groeien binnen een jaar uit tot vissen van ruim 20 cm.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De vis komt voor in de Atlantische Oceaan, Noordzee, Oostzee, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee boven het continentaal plat. In de zomer komen de vissen dicht bij de kust en trekken dan naar het noorden. In de winter bevinden ze zich in diepere wateren.

Visserij en verwerking[bewerken]

De makreel is van groot commercieel belang en een populaire vis voor de consumptie. Bij vrijwel alle viskramen wordt de vis verkocht. Het vlees bevat zeer veel vitamine B12. Het rode visvlees van de makreel bederft heel snel; om deze reden wordt de meeste makreel gestoomd verkocht.

Makreel wordt in warme vochtige lucht van ca. 60 graden gaar gestoomd. Daarna wordt ze door een rookcondensaat gehaald waardoor de oxidatie van de vetten wordt onderbroken. Het echte roken van makreel gebeurt hoofdzakelijk door sportvissers aan huis. Ook verse makreel is goed eetbaar. Vanwege het snelle bederf is het verstandig om zelfgevangen en snel schoongemaakte en gekoelde makreel te gebruiken.

Voor het vissen op makreel wordt meestal gebruik gemaakt van een verenpaternoster met diverse haken, daardoor is het mogelijk meerdere makrelen tegelijk te vangen.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Frimodt, C., 1995. Multilingual illustrated guide to the world's commercial coldwater fish. Fishing News Books, Osney Mead, Oxford, Verenigd Koninkrijk
  • Collette, B.B. en Nauen, C.E., 1983. FAO species catalogue. Vol. 2.
  • Chinery, M. et. al. 1982. The Natural History. Kingfisher Books, Verenigd Koninkrijk.
  • David Burnie (2001) - Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp).