Molière (schrijver)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Molière (geboren als Jean-Baptiste Poquelin) (Parijs, 15 januari 1622 - aldaar, 17 februari 1673) was een Frans toneelschrijver en acteur die bekendheid verwierf met zijn satirische komedies. Zijn meest bekende werken zijn Don Juan, Tartuffe en L'Avare (De Vrek). Zijn pseudoniem Molière zou afkomstig zijn van de Franse woorden "mot" (= woord) en "lierre" (= klimop) omwille van zijn vloeiend schrijven.
Inhoud |
[bewerk] Biografie
Jean-Baptiste Poquelin was de zoon van een welgestelde behanger-stoffeerder. Hij bezocht het Parijse College de Clermont, waar hij kennis maakte met het werk van Epicurus en Pierre Gassendi. Molière studeerde rechten in Orléans. In 1643 stichtte hij, gedreven door een onweerstaanbare roeping, met de familie Béjart een toneelgezelschap l'Illustre Théâtre, en nam de naam Molière aan. Het gezelschap werkte zonder succes. Molière moest wegens schulden enige tijd in de gevangenis doorbrengen. Hij verliet Parijs en reisde met zijn kameraden gedurende een twaalftal jaren door de provincie. Al spoedig begon hij zelf komedies te schrijven.
Op 24 oktober 1651 trad hij voor het eerst op voor het hele hof in een zaal van het Louvre. De bijval was zo groot, dat Molière's gezelschap de naam Troupe de Monsieur mocht voeren een een zaal van het Petit-Bourbon tot zijn beschikking kreeg. In 1659 opende hij met les Précieuses ridicules een reeks van ongeveer dertig kluchten en blijspelen, die hem de gunst en bescherming van Lodewijk XIV bezorgden en het bij het nageslacht beroemd maakten. In 1662 huwde hij met de zeventienjarige toneelspeelster Armande Béjart.
In zijn komedies had Molière kritiek op edelen en geestelijken, die zeer bevoorrecht leefden, op hun sleur, hun blinde aanbidding van gezag, hun minachting van ervaring en waarneming. Hij richtte zijn kritiek ook op medici, schijngeleerden en de overdreven bewonderaars van kunst en wetenschap. Lodewijk XIV kon hem wel waarderen en steunde het gezelschap van Molière. Hij gaf toestemming op te treden in zijn eigen Palais-Royal. Na de afbraak van het paleis 'Petit-Bourbon', wegens uitbreiding van de oostelijke vleugel van het Louvre, speelden het gezelschap vaker op de nieuwe locatie.
Molière overleed na de vierde voorstelling van zijn laatste komedie, Le malade imaginaire, waarin hij zoals gewoonlijk de hoofdrol vertolkte. In dit toneelstuk werd de spot gedreven met ziek zijn. Een goed recept tegen ziekte was onverdunde wijn met een groot stuk rundvlees en Hollandse kaas. Tijdens de opvoering werd Molière plotseling onwel. Hij werd naar huis gebracht en vroeg om een stuk Parmezaanse kaas, het enige dat hij nog kon eten. Het mocht echter niet baten, Molière stierf nog diezelfde avond.
In 1680, zeven jaar na zijn dood, werd bij decreet door Lodewijk XIV de Comédie Française opgericht waarvan Molière als de wegbereider mag beschouwd worden. De lokale clerus ontzegde hem een begrafenis op gewijde grond, maar na bemiddeling van lokale notabelen werd hij uiteindelijk begraven bij de ongedoopte kinderen. Er zijn verscheidene speelfims gemaakt over het leven van Molière.
[bewerk] Tartuffe
Molières bekende stuk over schijnheilige bedriegers en naïeve goedzakken. Met Tartuffe wilde Molière afrekenen met de hypocrisie in het wereldje rondom hem. Als vriend aan het hof van Lodewijk XIV kreeg hij dagelijks te maken met hofintriges en schijnvromen. Molière had uiteraard nu en dan zijn problemen aan het hof. Toen hij Tartuffe geschreven had moest hij het maar liefst drie keer herschrijven voor hij het mocht laten opvoeren. Dit kwam voornamelijk door de verwijzingen naar de geestelijkheid met Tartuffe als symbool voor de sluwe, gemene, valse en zelfs geile kant van de clerus in de 17e eeuw.
[bewerk] Korte inhoud
Tartuffe is een schijnheilige bedrieger. Door te liegen en zich als geestelijke te gedragen wint hij al snel het vertrouwen van de naïeve Orgon, een lid van de Parijse bourgoisie. Tartuffe krijgt Orgon zo ver, dat hij hem zijn dochter en huis schenkt. Blind voor de waarschuwingen van zijn huisgenoten loopt Orgon in de val. Wanneer zijn vrouw, Elmire, een valstrik spant voor Tartuffe, ziet Orgon het ware gelaat achter het masker. Molière schreef voor dit stuk twee verschillende laatste bedrijven:
- De hele familie wordt opgesloten en Tartuffe krijgt alle bezittingen van Orgon.
- Tartuffe wordt door de koning ontmaskerd als misdadiger en opgesloten. Orgon wordt in ere hersteld en krijgt al zijn bezittingen terug.
[bewerk] Personages
Samen met Tartuffe en Orgon spelen andere personages ook een belangrijke rol:
- Elmire, zijn vrouw, spant de valstrik voor Tartuffe die Orgon doet inzien dat Tartuffe een bedrieger is.
- Dorine, de kuisvrouw, die Orgon kost wat kost wil beschermen tegen het bedrog van Tartuffe. * Mariane en Damis, zijn kinderen. Orgon wil Mariane uithuwelijken aan Tartuffe maar dat zij niet zitten. Reden hiervoor is haar verloofde Valère die op het einde Orgon nog probeert te behoeden voor een totale ondergang.
- Madamme Pernelle, Orgons moeder en even blind voor het geveins van Tartuffe.
- Cléante, zijn schoonbroer, is een vrijdenker. Als lid van deze beweging binnen het humanisme ondervond hij veel tegenstand van zijn huisgenoten, op een onbeleefde, zelfs spottende manier. Als vrijdenker zoekt Cléante met een nuchtere geest een oplossing voor het probleem.
[bewerk] Bibliografie
- Le Médecin volant (1645) ;
- La Jalousie du barbouillé (1650) ;
- L'Étourdi ou les Contretemps (1655) ;
- Le Dépit amoureux (16 december 1656) ;
- Le Docteur amoureux (1658), deze tekst is verloren gegaan, gespeeld voor Lodewijk XIV ;
- Les Précieuses ridicules (18 november 1659) ;
- Sganarelle ou le Cocu imaginaire (28 mei 1660) ;
- Dom Garcie de Navarre ou le Prince jaloux (4 februari 1661) ;
- L'École des maris (24 juni 1661) ;
- Les Fâcheux (17 augustus 1661) ;
- L'École des femmes (26 december 1662) ;
- La Jalousie du Gros-René (15 april 1663), tekst verloren gegaan,
- La Critique de l'école des femmes (1 juni 1663) ;
- L'Impromptu de Versailles (14 oktober 1663) ;
- Le Mariage forcé (29 januari 1664) ;
- Gros-René, petit enfant (27 april 1664), tekst verloren gegaan ;
- La Princesse d'Élide (8 mei 1664) ;
- Tartuffe ou l'Imposteur (12 mei 1664) ;
- Dom Juan ou le Festin de pierre (15 februari 1665) ;
- L'Amour médecin (15 september 1665) ;
- Le Misanthrope ou l'Atrabilaire amoureux (4 juni 1666) ;
- Le Médecin malgré lui (6 augustus 1666) ;
- Mélicerte (2 december 1666) ;
- Pastorale comique (5 januari 1667) ;
- Le Sicilien ou l'Amour peintre (14 februari 1667) ;
- Amphitryon (13 januari 1668) ;
- George Dandin ou le Mari confondu (18 juli 1668) ;
- L'Avare ou l'École du mensonge (9 september 1668) ;
- Monsieur de Pourceaugnac (6 oktober 1669) ;
- Les Amants magnifiques (4 februari 1670) ;
- Le Bourgeois gentilhomme (14 oktober 1670) ;
- Psyché (17 januari 1671) ;
- Les Fourberies de Scapin (24 mei 1671) ;
- La Comtesse d'Escarbagnas (2 december 1671) ;
- Les Femmes savantes (11 maart 1672) ;
- Le Malade imaginaire (10 februari 1673).
Jean Racine en Pierre Corneille zijn collega's van Molière.
[bewerk] Bron
- Spaargaren, F. (1992) Pompadour, pompernickel en pique-nique. De namen van beroemde gerechten verklaard.
|
Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Molière op Wikimedia Commons.
|

