Palais-Royal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Palais-Royal
Kardinaal Richelieu
Lodewijk XIV met zijn moeder Anna van Oostenrijk

Palais-Royal is een voormalig koninklijk paleis en een tuin in Parijs. Tegenwoordig is het Franse Ministerie van Cultuur, de Franse Raad van State en Grondwettelijke Raad in het paleis ondergebracht.

Palais Cardinal[bewerken]

In 1624 kocht de eerste minister Kardinaal de Richelieu in de buurt van het Louvre een herenhuis met een stuk grond dat zich uitstrekte tot de stadsmuur van Karel V. In 1632 gaf hij architect Jacques Lemercier opdracht het reusachtige herenhuis te bouwen dat bekend zou worden als het paleis van de kardinaal.

Palais Royal[bewerken]

In 1642 liet de kardinaal op zijn sterfbed het paleis na aan Lodewijk XIII, die hem echter niet lang zou overleven. Diens weduwe, Anna van Oostenrijk, verliet het Louvre en nam samen met haar zoon, koning Lodewijk XIV haar intrek in het Palais Cardinal, dat veel meer comfort bood dan het Louvre. Het Paleis heette nu Palais Royal. Gedwongen door de opstand van de Fronde verliet zij in 1648 het gebouw en Parijs. Toen Lodewijk terugkeerde naar de hoofdstad nam hij weer intrek in het Louvre en stelde hij het Palais Royal ter beschikking aan Henriette van Frankrijk, de weduwe van koning Karel I van Engeland, en daarna aan haar dochter, Henriette van Engeland.

Het huis Orléans[bewerken]

Nadat Henriette plotseling overleed schonk Lodewijk het paleis aan haar weduwnaar en zijn eigen broer, Filips van Orléans. Zijn zoon Filips II van Orléans werd regent tijdens de minderjarigheid van Lodewijk XV. Deze Philips II was een hoogbegaafd maar ook uiterst losbandig persoon. Hij was befaamd om zijn soupers. In 1780 viel het paleis toe aan de immer in geldnood verkerende Louis-Philippe van Orléans, die het ingrijpend liet verbouwen. Hij gaf architect Victor Louis opdracht om aan drie zijden van de tuin huurpanden met identieke gevels boven winkelgalerijen te bouwen.

Tijdens de Franse Revolutie was er een speelhol ondergebracht, totdat Napoleon er in 1801 kantoren van maakte en er in 1807 de Beurs en de handelsrechtbank in vestigde.

Lodewijk XVIII gaf het paleis terug aan de familie Orléans. Vanuit hier vertrok in 1830 Louis-Philippe naar het Hôtel de Ville om er tot koning te worden uitgeroepen.

Toneel[bewerken]

Het toneel heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het Palais-Royal. Kardinaal de Richelieu organiseerde er al toneel. Sinds 1799 speelt de Comédie-Française in het Palais-Royal.

Zie ook[bewerken]