Montessorionderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maria Montessori.

Montessorionderwijs is een methode voor lager en middelbaar onderwijs volgens de grondslagen van Maria Montessori.

Zelfstandig[bewerken]

De kern van het montessorionderwijs wordt meestal samengevat in de uitspraak: "Help mij het zelf te doen". Uitgangspunt is dat een kind een natuurlijke, noodzakelijke drang tot zelfontplooiing heeft. Opvoeding en onderwijs moeten onderkennen wat de behoeften van een kind op een gegeven moment zijn en daarop inspelen door de juiste omgeving en materialen te bieden.

De leerlingen werken individueel of in kleine groepjes aan materiaal dat zij zelf aan het begin van de dag gekozen hebben. Dat materiaal is oorspronkelijk door Maria Montessori ontworpen. De leerkracht observeert de activiteiten van kinderen, om erachter te komen waar zij behoefte aan hebben, en reikt dan materiaal aan om in die behoefte te voorzien.

Gevoelige periode[bewerken]

Maria Montessori meende dat er al tijdens de eerste levensjaren een enorme energie en actiedrang in het kind aanwezig is. Het wordt vanuit zichzelf gemotiveerd om zich te ontwikkelen en om te leren. Dat uit zich in een spontane belangstelling van kinderen. De onderwerpen van die belangstelling verschillen per kind en veranderen in de loop van de tijd. Dit betekent dat kinderen kortere of langere perioden ontvankelijk zijn voor bepaalde leergebieden. Als het kind zich in zo'n "gevoelige periode" bevindt, is het in staat op dat moment een functie zeer intensief te ontwikkelen. Het is de taak en de deskundigheid van de leerkracht om op deze gevoelige perioden adequaat te reageren, door het juiste materiaal in de juiste omgeving aan te bieden. Leerkrachten op een montessorischool zijn speciaal hiervoor opgeleid.

Verschillende leeftijdsgroepen[bewerken]

In een montessoriklas (onderbouw, middenbouw of bovenbouw) zitten altijd drie leeftijdgroepen leerlingen door elkaar. Volgens Maria Montessori is dit essentieel voor een harmonische ontwikkeling. Ook in een gezin is een kind omringd met oudere en jongere kinderen. Het geeft kinderen bovendien de kans zich te spiegelen aan anderen. Ieder kind is dus een periode de jongste, de middelste en de oudste.

Montessorimateriaal[bewerken]

In de klas wordt gebruikgemaakt van speciale leermaterialen, die speciaal afgestemd zijn op de leeftijd van de kinderen in de verschillende bouwen. In het begin gaat het vooral om ontwikkelingsmateriaal, later ook om didactisch materiaal. Er wordt onderscheid gemaakt tussen zintuiglijk materiaal (wordt vooral in de onderbouw gebruikt), taal- en rekenmateriaal (in moeilijkheid oplopend van onder- tot bovenbouw) en materiaal ten behoeve van het kosmische onderwijs.

Hieronder volgt een lijst van een aantal materialen die typisch in een montessoriklaslokaal aanwezig zijn:

Kast met diverse montessorimaterialen
Zintuiglijk materiaal
  • ruw-gladplankjes
  • reukkokers
  • gehoorkokers
  • smaakflesjes
  • temperatuurkruikjes
  • geometrische lichamen
  • nuancekist
  • kleurspoelen
  • bellenset
  • rekje huishoudelijk materiaal
Taalmateriaal
  • metalen inlegfiguren
  • schuurpapieren letters
  • letterdozen
  • stempelletters
  • taaldozen
  • taalsymbolen
  • boerderij
  • geplastificeerde kaarten met taalopdrachten
Kralenmateriaal
Rekenmateriaal
  • rekenstokken
  • schuurpapieren cijfers
  • telbakje en telstokjes
  • cijfers en fiches
  • rekendoos
  • gouden materiaal
  • fichesspel
  • stippenspel
  • getalrekken
  • honderdbord
  • pythagorasbord
  • honderdketting
  • duizendketting
  • kralentrapjes
  • latjesbord voor optellen en aftrekken
  • breukendoos
  • vermenigvuldigingsbord
  • trinomische kubus
  • algebraïsche binomische kubus
  • oppervlaktemateriaal
  • 55-doos
  • geplastificeerde kaarten met rekenopdrachten
Kosmisch onderwijs
  • aardrijkskundekast Nederland, Europa en werelddelen
  • globe land-water
  • globe werelddelen
  • kaarten land-watervormen
  • bakjes land-watervormen

Bovendien worden in alle bouwen werkkleedjes gebruikt, zodat de kinderen veilig op de vloer kunnen zitten werken.

Zelf-evaluatie[bewerken]

Een kenmerk van montessorimateriaal is dat het kind zelf fouten kan herstellen doordat het zo is ontworpen dat het kind zelf merkt dat het iets niet goed doet. Daarnaast is het materiaal zo ontworpen dat steeds één eigenschap centraal staat. Als het om bijvoorbeeld optellen gaat, speelt niet ook nog een andere vaardigheid een rol.

Scholen[bewerken]

Nederland kent zo'n 160 basisscholen voor montessorionderwijs die erkend zijn door de Nederlandse Montessori Vereniging. De scholen zijn over het hele land verspreid en zijn zowel openbare- als bijzondere scholen. De scholen ontstonden vanaf 1920, toen de Wet op het Lager Onderwijs van 1920 in werking trad.[1] Daarnaast kent het voortgezet onderwijs tal van montessorischolen. Vlaanderen kent een vijftal basisscholen die werken op basis van de methode Montessori.[2]

Externe link[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Basisonderwijs, Nederlandse Montessori Vereniging
  2. Alle vestigingsplaatsen met methode Montessori, Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming