Noga

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Harde noga

Noga of nougat is een lekkernij. De vernederlandste naam noga komt van het Franse woord nougat. Dit woord komt uit het Latijn nux gatum en dat betekent 'notentaart'.

De plaats Montélimar in Frankrijk (Provence) is de bakermat van de noga zoals hij in het noorden van West-Europa het best bekend is. De oorsprong van noga is echter veel ouder; tot in het Byzantijnse Rijk zijn er historische sporen teruggevonden. Algemeen kan men stellen dat alle landen rond de Middellandse Zee en in het Midden-Oosten wel een variant van noga kennen, onder andere vanwege van de aanwezigheid van noten en honing.

Er bestaan verschillende recepten om noga te maken, al is het niet eenvoudig zelf uit te voeren. Door de hoge kooktemperatuur van de suikers vereist het enige ervaring in de keuken. De ingrediënten van noga zijn: honing, suiker en glucosestroop, stijfgeklopte eiwitten en geroosterde noten (amandelen, walnoten, hazelnoten of pistachenoten) en/of gekonfijte vruchten.

Door het gebruik van verschillende grondstoffen en toevoegingen zijn er diverse smaken, soorten (van zachte tot harde) en kleuren (van witte tot donkerbruine) noga ontstaan.

In Spanje wordt de harde noga (turrón) voornamelijk met kerstmis gegeten. In Italië is noga bekend als torrone.

Noga kan omgeven worden met een laagje chocolade, waardoor het een bonbon wordt. Noga wordt ook gebruikt in roomijs, gebakjes en taart.

Het woord Nougat wordt in Duitsland, Oostenrijk en centraal-Europese landen zoals Polen en Tsjechië gebruikt voor hazelnootpasta of -praliné, en dit kan verwarrend zijn.

In Iran staat Isfahan bekend als het centrum van de Noga, dat daar 'gaz' wordt genoemd.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen