Olchon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Olchon
Eiland van Rusland
Karte baikal2.png
Duitstalige kaart van het Baikalmeer met het eiland aan westerzijde
Locatie
Land Rusland
Locatie Baikalmeer (Oost-Siberië)
Algemeen
Oppervlakte 730 km²
Inwoners ± 1500
Omtrek ± 210 km
Zicht over de Straat Maloje more vanaf de aankomstplaats op het eiland

Olchon (Russisch en Boerjatisch: Ольхон) is het grootste eiland in het Baikalmeer in Oost-Siberië. Bestuurlijk is het onderdeel van de Russische oblast Irkoetsk.

De naam 'Olchon' komt uit het Boerjatisch. De vertaling is niet geheel bekend, maar zou misschien kunnen worden vertaald als "bosje" en misschien als "droog" of "dor". Beide vertalingen duiden op het gevarieerde landschap van het eiland.

Geografie[bewerken]

Het langgerekte aan westzijde van het meer gelegen eiland heeft een oppervlakte van 730 km², een lengte van 72 kilometer en een gemiddelde breedte van 10 kilometer (maximaal 15 kilometer). Het eiland wordt sterk gevormd door reliëf, met steile hellingen aan de oostzijde. Het hoogste punt wordt gevormd door Archeïsche gneisen-, granieten-, kwartsieten- en marmergesteentes. Het hoogste punt wordt gevormd door de berg Zjima met 1274 meter (818 meter boven het meeroppervlak).

Het eiland wordt gescheiden van het Svjatoj Nos-schiereiland op het vasteland door de diepe zeestraat Maloje More ("kleine zee"). Het sterke reliëf van het eiland en de diepe trog tussen haar en het vasteland zijn het gevolg van een lange tektonische geschiedenis, waarbij de steile berghellingen de opheffing van de aarde vormen.[1] Dichtbij de oostkust van het eiland bevindt zich het Centrale Baikalbekken, waar zich het diepste punt van het Baikalmeer bevindt (1637 meter). De noordwestelijke punt van het eiland wordt Kaap Choboj genoemd.

Op het eiland komen noordwestelijke valwinden voor, die hier bekendstaan onder de naam Sarma, naar de gelijknamige rivier.

Flora en fauna[bewerken]

Op het eiland liggen verschillende meren. Het grootste en bekendste meer is Noerskoje in het zuidwesten, dat bij hoog water in verbinding staat met de Zaglibaai. Andere meren zijn het zoutmeer Sjara-Noer, Noekoe-Noer, een meer dat zeer rijk is aan organismen en Chanchoj, waar zich veel archeologische overblijfselen bevinden. Het eiland zelf bestaat uit een combinatie van taiga, steppe en een miniwoestijn. Het noordelijk deel wordt bedekt door lariksbossen, terwijl het zuiden bestaat uit de uitlopers van de Tageransteppe. Op het eiland ligt het nationaal park Pribaikalski.

De ecologische situatie op het eiland wordt bedreigd door menselijke invloeden, met name aan de noordwestelijke kust. Doordat veel bestuurders niet altijd op de wegen blijven in de steppegebieden, is daar grote bodemerosie ontstaan. Daarnaast wordt er veel vandalisme gepleegd in de vorm van het bekladden van rotsen en worden er illegale archeologische opgravingen verricht. De laatste jaren is verder ook het aantal bosbranden toegenomen.

Bevolking[bewerken]

Op het eiland wonen ongeveer 1500 mensen.[1] Dit zijn vooral Boerjaten, alsook enkele Russen en Tataren, die zich vooral bezighouden met de visserij op omoel en daarnaast enige akkerbouw en veeteelt. De hoofdplaats is Choezjir met ongeveer 1200 inwoners op de westkust van het eiland. Deze plaats werd aangewezen als hoofdplaats in 1987, toen de Russische overheid het Baikalmeer aanwees als beschermd gebied. In Choezjir bevindt zich tevens een museum voor lokale natuur en geschiedenis.[2] Andere dorpen op het eiland zijn Chalgaj, Jalga, Oesyk en Charantsy, waar zich een joertenkamp bevindt.

De heilige Sjamanenrots (links) op de westkust van het eiland vormt het beeldmerk van het Baikalmeer

Cultuur en geschiedenis[bewerken]

Het eiland neemt een belangrijke plaats in binnen de Boerjatische cultuur en het Boerchanisme. Aan het eiland zijn vele legenden en heilige plaatsen verbonden. Sjamanistische Boerjaten geloven dat het eiland een spirituele plek is. Het belangrijkste punt hierbinnen wordt gevormd door de Sjamanka ("Sjamanenrots"), de heilige rots op de westkust in de buurt van Choezjir. Volgens de lokale bevolking woont Boerchan, de hoofdfiguur uit het Altajse Boerchanisme, in een grot in deze berg. De rots vormt een van de negen meest heilige plaatsen van Azië. Olchon is een heilig centrum voor de sjamanen en wordt gezien als een van de centra van de Koerykanen, de hypothetische voorouders van de Jakoeten en Boerjaten, die hier tussen de 6e en 10e eeuw woonden.

Op het eiland liggen resten van een stenen muur, die mogelijk een fort heeft gevormd in de tijd van de Koerykanen. Deze muur is momenteel nog maar twee steenlagen hoog, doordat een deel van de stenen in 1963 werd gebruikt voor de aanleg van een haven bij Choezjir.[3]

De eerste Russische zemleprochodtsy arriveerden op het eiland tijdens de 17e eeuw. Onder Stalin werd het eiland onderdeel van het Goelagsysteem. Op het eiland werden veel Litouwers geïnterneerd nadat hun land werd veroverd door het Rode Leger aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Velen van hen stierven hier.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b (en) The Lake Baikal Guidebook Olkhon Island (in internetarchief)
  2. (en) Irkutsk Olkhon island
  3. (en) Baikaler Description of Olkhon island