Pareidolie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
het gezicht op Mars, een pareidolie

Pareidolie of pareidolia is een psychisch verschijnsel, een vorm van illusie waarbij iemand een zodanige interpretatie van onduidelijke of willekeurige waarnemingen heeft, dat hij hierin herkenbare dingen meent waar te nemen. De naam is afkomstig van het Griekse para (naast) en eidolon (beeld).

De reden voor het verschijnsel ligt er waarschijnlijk in dat de hersenen behoefte hebben om verbanden tussen gegevens te leggen, ook als deze er eigenlijk niet zijn. Hierbij moet vooral gedacht worden aan het herkennen van patronen die op gevaar kunnen wijzen, zoals het silhouet van een roofdier. De kosten van het zien van te veel gevaar (een fout-positief ) zijn gering ten opzichte van het niet zien van een gevaar - dit kan iemand het leven kosten. Pareidolie ontstaat dus uit fout-positieven van de menselijke patroonherkenning. Het is een vrij alledaags verschijnsel, dat niet met hallucinaties verward moet worden.

Bekende voorbeelden van pareidolie zijn het zien van gezichten of dieren in de wolken of het zien van het mannetje in de maan. Bij de aanslag op het WTC in 2001 werd gerapporteerd dat mensen het gezicht van de duivel in een wolk hadden gezien. Ook kon men op een pakje Camel-sigaretten het beeld van Manneken Pis zien. In 1954 werd een serie Canadese dollarbiljetten uit de omloop gehaald, omdat men er het hoofd van een demon in meende te zien.

Het verschijnsel kan zich ook in auditieve vorm voordoen. Men kan bijvoorbeeld stemmen horen in het geluid van allerlei apparaten of in het geruis op geluidsbanden. Een bijzondere vorm van auditieve pareidolie is dat men berichten denkt te horen in (vrijwel altijd opzettelijk) achteruit gespeelde grammofoonplaten. Dit heeft een grote rol gespeeld in de snel groeiende populariteit van de complottheorie dat Beatles-bassist Paul McCartney in 1967 zou zijn omgekomen en sindsdien werd vervangen door een dubbelganger ('Paul is dead'). Veel "aanwijzingen" die men zag op Beatles-albumhoezen en hoorde in liedjes zouden dit aan moeten tonen.

Bij psychologisch onderzoek werd vroeger gebruikgemaakt van de inmiddels verouderde Rorschachtest, waarbij iemand herkenbare patronen ziet in willekeurig gevormde inktvlekken.