Private equity

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Private equity betekent letterlijk ´privaat vermogen´.

Het is de benaming voor investeerders die buiten de aandelenbeurs om financieel in bedrijven participeren. Een beursgenoteerd bedrijf kan extra aandelen uitgeven op de beurs als het geld nodig heeft, een niet-beursgenoteerd bedrijf kan dat niet. Als een dergelijk bedrijf geldmiddelen nodig heeft kan het deze ophalen bij een bank of bij private investeerders.

Private investeerders[bewerken]

Private equity is risicodragend vermogen afkomstig van beleggers en wordt gebruikt voor de financiering van niet-beursgenoteerde ondernemingen. Een investering in een jong bedrijf wordt Venture Capital genoemd, oftewel durfkapitaal. Dit is beleggen met veel risico maar ook met potentieel enorme rendementen. Bedrijven maken nogal eens gebruik van privaat vermogen als ze extra geld nodig hebben tijdens de start- of groeifase en tijdens een reorganisatie of doorstart. De private investeerder investeert geld in het bedrijf en wordt hierdoor aandeelhouder. Soms zal een investeerder zeggenschap eisen in de onderneming, vooral als hij relatief veel eigen vermogen verschaft. Na enkele jaren wordt het belang weer verkocht.

Private-equityfirma's[bewerken]

Private-equityfondsen zijn bedrijven die zich specialiseren in investeringen met private equity. Om te kunnen investeren verzamelt een private-equity-firma vermogen via bijvoorbeeld pensioenfondsen, verzekeraars, banken, vermogende families en/of van particuliere beleggers. De fondsen investeren dat vermogen in niet-beursgenoteerde bedrijven. Als deze maatschappijen hun participaties na een aantal jaren weer verkocht hebben betalen zij de beleggers hun inleg terug inclusief het rendement dat behaald is.

Omdat het gaat om aandelenbeleggingen staat niet van tevoren vast hoe hoog het rendement zal zijn. Private equity-bedrijven onderhouden vaak specialisaties: jonge of volwassen bedrijven, internationaal, regionaal, ict, biotechnologie etc. Net als gewone private kapitaalverschaffers wordt een private-equityfirma aandeelhouder van het bedrijf dat ze een financiële injectie heeft gegeven. Na gemiddeld vijf jaar worden de belangen weer verkocht, in de meeste gevallen met een rendement boven dat van de reguliere aandelenbeurs.

Private-equityfirma’s nemen altijd een meerderheids- of een groot minderheidsbelang in een bedrijf. Zij bedingen vaak ook zeggenschap over bijvoorbeeld de strategie en de financieringsstructuur. Dat betekent dat er doorgaans samen met het management van het bedrijf plannen worden worden om het bedrijf te laten groeien, overnames te doen en/of de kosten te verlagen. Slecht renderende onderdelen worden verkocht. Daarna verkoopt de private-equityfirma de efficiënter opererende onderneming met winst door aan een andere private partij of brengt de onderneming naar de beurs. Hoewel private-equityfirma's zich in eerste instantie richten op niet-beursgenoteerde ondernemingen kopen zij soms ook wel beursgenoteerde ondernemingen op. Na een dergelijke overname wordt het bedrijf dan van de beurs gehaald en opereert het in feite als een regulier privaat bedrijf (BV).

Het verschil tussen een 'gewone' strategische overname en een overname door een private-equityfirma is dat een private-equityfirma kijkt naar de onderneming als individueel bedrijf. Wat zijn de krachten van de onderneming en waar liggen de kansen op de lange termijn? Men kijkt hierbij nauwkeurig naar de specifieke toegevoegde waarde die een onderneming kan hebben in de markt en haar aanverwante specialisaties, zodat men het bedrijf met een goed rendement kan doorverkopen. Het opkopende bedrijf probeert hiertoe het bedrijf te laten excelleren in haar kracht en zwakke elementen te verkopen of uit te besteden.

Private-equity-investeringen zijn er in verschillende orden van grootte: leveraged buyouts kunnen tot in de miljarden groot zijn, terwijl een venturecapital-investering soms maar enkele tonnen bedraagt.

Grote private-equityfirma's[bewerken]

Verschillende bekende firma's verzamelen een vermogen om te kunnen beleggen in niet-beursgenoteerde ondernemingen of om beursgenoteerde ondernemingen op te kopen en van de beurs te halen. De grootste private-equityfirma's wereldwijd zijn[1]:

De grootste Nederlandse private-equityfirma's zijn:

Enkele grote Belgische private-equityfirma's zijn:

  • BNP Paribas Fortis - Business Segments

Grote investeerders[bewerken]

Particulieren zullen niet snel participeren in een private-equityfirma door de grote minimuminvestering die private-equityfondsen verlangen. Het vermogen wordt voornamelijk bijeen gebracht door pensioenfondsen, in Nederland zijn dat bijvoorbeeld Stichting Pensioenfonds ABP (ABP) en Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) die beide investeren via Alpinvest. Ook andere institutionele investeerders zoals banken en funds of funds zijn grote investeerders. Voor particulieren is het wel mogelijk te investeren in private equity door bijvoorbeeld een aandeel in een private-equityfonds te kopen. Verschillende private-equityfirma's hebben fondsen naar de beurs gebracht, zoals KKR[2].

Private equity of hedgefunds[bewerken]

Immer spelen er in verschillende landen discussies over invloed van hedgefunds op de economie en de werkgelegenheid. Vaak wordt private equity in één adem genoemd met hedgefondsen, dat is niet juist.{{feit]] ´Hedgefund´ is een verzamelnaam voor verschillende beleggingsinstellingen die voornamelijk profiteren van beursgerelateerde activiteiten. Private equity koopt soms beursgenoteerde ondernemingen op, maar handelt niet op de beurs. Het gekochte bedrijf wordt altijd privaat gefinancierd voortgezet.

Het belangrijkste verschil tussen hedgefunds en private-equityfondsen is evenwel dat hedgefondsen gericht zijn op de korte termijn en geen directe betrokkenheid hebben bij hun investeringen, terwijl private-equityfondsen gericht zijn op de lange termijn (gemiddeld 5 jaar) en direct betrokken zijn bij de bedrijfsvoering van hun investeringen. Private-equityfondsen kijken naar de onderliggende, structurele waarde creërende potentie van een bedrijf.

Rendement[bewerken]

Private-equityfirma's halen relatief hoge rendementen, waardoor steeds meer institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars hun geld toevertrouwen. Private-equityfirma's genereren soms al snel winst door grote concerns op te splitsen en de complexiteit te reduceren; vaak worden overnames uit het verleden teruggedraaid en wordt vastgoed verkocht. Private investeerders bekijken alles vanuit zakelijk oogpunt. Als een onderdeel niet voldoende rendeert, dan wordt er ingegrepen, ook als dat onderdeel bijvoorbeeld historisch belangrijk is voor het bedrijf. De private-equityfirma handelt in het belang van haar aandeelhouders. Toeleveranciers en werknemers ondergaan na een overname vaak een spannende periode, waarbij er vele strategische en operationele veranderingen plaatsvinden. Dit kan bijvoorbeeld ook leiden tot ontslagen. Uit verschillende onderzoeken is echter gebleken dat bedrijven vanaf twee jaar na een dergelijke overname meer werknemers hebben dan ervoor. Dit komt doordat het bedrijf na de overname eerst terug gaat naar haar kernkwaliteiten, waarna deze kernactiviteiten in de opvolgende jaren vaak worden uitgebouwd vanwege marktsucces en er weer meer mensen aangenomen worden.

Private equity: pro en contra[bewerken]

Participatiemaatschappijen blijven een controversiële factor in de Nederlandse economie. Op het eerste gezicht komt dit doordat deze bedrijven direct na de overnamen enkele impopulaire maatregelen niet schuwen, zoals saneringen en nieuwe afspraken met leveranciers. Vaak wordt hierbij vergeten dat private-equityfondsen door hun investeringen en aanverwante maatregelen wel degelijk aanzienlijke waarde creëren voor de Nederlandse economie en de werkgelegenheid op de lange termijn verhogen.[bron?] Ze kijken met een zakelijke blik naar de ondernemingen waar de blik van het management vaak vertroebeld is door moral hazard of sentimentele overwegingen. Zonder participatiemaatschappijen zouden bedrijven zoals HEMA en Bols niet meer hebben bestaan.

Kritiek geldt daarnaast de spanningen die door het beleid van de participatiemaatschappij op de werkvloer worden veroorzaakt. Werknemers en managers worden vaak met harde prestatienormen en -eisen geconfronteerd, terwijl salarisverhogingen en bonussen schaarser worden. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat de functie van de werknemer vervalt, wordt wegbezuinigd of dat hij ontslagen wordt. Dit kan leiden tot achteruitgang van de werksfeer, pesten en een verhoging van het ziekteverzuim. Uiteindelijk kan dit leiden tot massaal vertrek van de meest waardevolle werknemers. Hier zal door het management op moeten worden ingespeeld.

Een ander punt van kritiek dat vaak wordt genoemd in de pers, is het veelvuldig gebruik van hoge leningen om overnames te financieren. Omdat de vergoeding voor leningen (rente) lager ligt dan de rendementseis van de eigenvermogenverschaffers, is het voor een bedrijf aantrekkelijk om deels met vreemd vermogen gefinancierd te zijn. Bovendien zijn de kosten van de financiering met vreemd vermogen aftrekbaar van de vennootschapsbelasting. Door een constructie met vreemd vermogen kunnen er ook door een private-equityfirma grotere overnames gedaan worden. In de stortvloed van goedkoop krediet tussen 2003 en 2007 werd bijvoorbeeld vaak gebruikgemaakt van relatief veel krediet en weinig eigen vermogen om investeringen te doen. Banken leenden graag hun geld uit aan bedrijven in handen van private-equitypartijen omdat deze als zeer betrouwbaar te boek staan. Bij de verhouding tussen vreemd en eigen vermogen waren sommige private-equitypartijen in die jaren achteraf gezien bezig met het opzoeken van hun grenzen. Het gebruik van dergelijke verhoudingen door participatiemaatschappijen is echter vrij uitzonderlijk, zelfs in het geval van Leveraged Buyouts. Bij investeringen in Venture Capital is het risico voor de banken gewoonweg te groot en worden deze investeringen volledig gedaan met eigen vermogen. Leningen worden in feite alleen gebruikt bij overnames van gevestigde, volwassen bedrijven en bedrijven die deze leningen kunnen dragen. Feit blijft dat geen enkel bedrijf direct ten onder is gegaan aan een dergelijke financieringsstructuur en dat veel bedrijven gemiddeld juist efficiënter zijn geworden door de disciplinerende werking van een schuldenstructuur. Het grote nadeel voor de maatschappij is dat het bedrijf door de hoge schulden weinig of geen belasting betaalt.

Bekende overgenomen ondernemingen[bewerken]

In Nederland is de laatste jaren een aantal grote ondernemingen overgenomen door private-equity-investeringsmaatschappijen. Dit zijn de grootste private-equityovernames van de laatste jaren.

Bedrijf Bedrag (miljard €) Private-equity-investeerder
VNU 8,3 Alpinvest, Blackstone, KKR, Carlyle
Philips Halfgeleiders 7,4 Alpinvest, KKR, Apax
Essent Kabelcom 2,6 Warburg Pincus, Cinven
Casema 2,1 Warburg Pincus, Cinven
NIB Capital 2,1 J.C. Flowers
Gouden Gids 2,1 Apax, Cinven
Vendex KBB 1,8 Alpinvest, Change Capital Partners (CCP) en KKR
Unilever Diepvries 1,7 Permira
SBS Broadcasting 1,7 KKR, Permira
TNT Logistics 1,5 Apollo Management
AVR 1,4 CVC Capital Partners, KKR en Oranje Nassau
Bronnen, noten en/of referenties