Prostitutie in Utrecht (stad)
Dit artikel gaat over prostitutie in de Nederlandse stad Utrecht.
Inhoud |
[bewerken] Raamprostitutie
[bewerken] Zandpad
De raamprostitutie in Utrecht vindt voornamelijk plaats langs de Vecht aan het Zandpad, ook wel Rode Brug genoemd naar een nabijgelegen ophaalbrug. De raamprostituees werken er in woonboten. De ramen zijn te zien vanuit de auto; het gebruik van de auto is hier populair onder prostitutieklanten.
Er zijn 34 à 40 boten met prostitutievergunning, met in totaal 143 ‘ramen’ (werkplekken)[1]. Sinds 2001 is er een HAP, Huiskamer Aanloop Prostituees (zie hieronder paragraaf Tippelzone Europalaan), gevestigd in gebouw ‘De Brug’[1]. Sinds 2005 zijn alle prostitutie-exploitanten verplicht continu toezicht te houden[2]. Op Zandpad heeft één exploitant tussen 22.00 uur en 4.00 uur twee surveillanten continu aanwezig die op straat toezicht houden[3]; de andere exploitanten hebben een toezichthouder die in een kantoortje zit[2].
[bewerken] Hardebollenstraat
In het centrum van Utrecht, in de Breedstraatbuurt, is ook een straatje waar raamprostitutie wordt bedreven, de Hardebollenstraat. Er zijn hier tien prostitutiepanden met vergunning, alle van dezelfde exploitant. Ze bevatten in totaal 17 ramen[4]. Deze exploitant heeft 24 uur per dag een bewaker/toezichthouder aanwezig, deze zit op de eerste etage in een pand en loopt ook door de straat, lost kleine rottigheid zelf op en belt anders de politie[4].
[bewerken] Tippelzone Europalaan
Sinds 1986 functioneert een officiële tippelzone aan de Europalaan, op een ventweg aan de kant van een bedrijvengebied. Aan de overkant van de weg zijn plantsoenen en een woonwijk.
De tippelzone is officieel geopend van 19.00 uur ’s avonds tot 2.00 uur ’s nachts. De gemeente geeft maximaal 150 vergunningen uit aan prostituees om op de zone te mogen werken. Begin 2009 waren er 138 vergunningen uitgegeven[5]. De legale afwerkplekken van de zone bevinden zich langs de Kanaalweg aan de achterkant van hetzelfde bedrijventerrein[6][7].
[bewerken] Huiskamer Aanloop Prostituees (HAP)
Op de zone is sinds 1986 een Huiskamer Aanloop Prostituees (HAP)[8], tegenwoordig in een bus[9]. HAP is er voor hulpverlening en dienstverlening aan prostituees[8], dat wil zeggen: mogelijkheid om naar het toilet te gaan, eten of drinken of condooms te kopen, een praatje te maken, gratis medische hulp te ontvangen als enkele keren per week een arts aanwezig is[9]. Volgens sommige bronnen kan men in de HAP-bus ook een douche gebruiken en injectiespuiten ruilen[7]. De HAP-bus is geopend van 20.30 tot 1.30 uur[9] en wordt bemand door maatschappelijk werkers. Als echter één van de twee bemanners plotseling uitvalt blijft de bus, met slechts één bemanner, geheel gesloten.
[bewerken] Tippelen buiten de zone
Vermoedelijk wordt in geringe mate ook buiten de officiële zone getippeld, op locaties als de Muinck Keizerbrug, Baden-Powellweg, Vondellaan en Breedstraat[10], en op de tippelzone buiten openingstijden[11].
[bewerken] Overig
Er waren verder begin 2009 in de gemeente Utrecht vijf bordelen (met horecavergunning) of privé-huizen (zonder horecavergunning) met prostitutievergunning[5] en naar schatting nog 32 prostitutiebedrijven zonder vergunning[12], en zo’n 200 à 300 thuiswerksters en escorts[12].
[bewerken] Geschiedenis
[bewerken] Middeleeuwen en Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Aan het eind van de middeleeuwen deed de Utrechtse Raad, die zichzelf tot taak stelde in de stad het algemeen belang te bevorderen, veelvuldig inspanningen de prostitutie te reguleren. Prostitutie was niet verboden, tenzij het te openlijk of op kerkhoven plaatsvond. Via verordeningen werd bepaald dat prostitutie uitsluitend mocht plaatsvinden in de achterafstegen bij de stadsmuur.[13]
In het laatste kwart van de 16e eeuw, toen Utrecht onder invloed kwam van protestantisme en deel werd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, werd gepoogd de prostitutie te verbieden. Er werd wel tegen opgetreden, maar dit leidde niet tot veel resultaten. In de stad bleven prostituees, "hoerenwaarden", "ravothuizen" en koppelaarsters bestaan.[13]
[bewerken] Franse tijd en negentiende eeuw
Met de inlijving door de Fransen rond 1800 werd de Franse wetgeving van kracht. Het tot dan geldende verbod op prostitutie werd per 1811 opgeheven[14] en de prostitutie nam in Utrecht fors toe. De rand van de huidige binnenstad, aan de stadswal, was een plaats waar zich prostituees en bordelen bevonden. Bij de Zadelstraat waren erkende bordelen gevestigd. Daarbij poogde de overheid overlast te bestrijden en de gezondheidsrisico's onder controle te houden.[13]
Na het vertrek van de Fransen in 1813 kwam het beleid omtrent prostitutie bij de gemeentes te liggen. In Utrecht volgde geen verbod op prostitutie, hoewel bijvoorbeeld burgers zich beklaagden over het openlijke karakter ervan bij de Zadelstraat. Prostitutie diende volgens de gemeente niet verboden te worden en te blijven bestaan, met name voor jonge en ongetrouwde mannen. Vanaf 1850 stelde de gemeente een systeem in werking waarbij prostituees zich zonder kosten vrijwillig konden laten onderzoeken op syfilis, maar dit werd wegens gebrek aan animo stopgezet in 1885.[13] Via de Gemeentewet van 1851 werden bordelen erkend.[15]
Tegen het eind van de 19e eeuw volgden meer bezwaren zoals door protestants-christelijken en buurtbewoners[13]. In 1890 kwam er een 'Verordening tegen de openbare huizen van ontucht' (bordeelverbod)[16]. Veel resultaat had dat niet; de straffen waren laag, bordelen kregen een meer ondergronds karakter en het aantal bordelen nam vermoedelijk zelfs toe[13]. In 1911 volgde een landelijke wet die het houden van bordelen verbood, en de overheid de mogelijkheid gaf harder op te treden. [17][13]
[bewerken] Raamprostitutie
[bewerken] Periode tot 1973
Geleidelijk lijkt zich, voor en/of na 1911, ‘raamprostitutie’ te hebben ontwikkeld in Utrecht.
Nadat in 1929 al tippelprostitutie strafbaar was gesteld (zie paragraaf Geschiedenis, tippelprostitutie), werden in 1935 ook raamprostitutie en dergelijke verboden[18], omdat, naar mening van de politiechef en mogelijk ook anderen, het tippelverbod te weinig effect had tegen vrouwen die voor hun eigen deur “het publiek uitnoodigend aanspreken, ja zelfs als het ware soms hun “koopwaar” opdringen”[19].
In 1953 werden tippel- en raamprostitutieverbod inhoudelijk ongewijzigd opgenomen in de nieuwe Algemene Politieverordening onder artikel 31[20].
[bewerken] 1973: oligopolie
In 1972-’73 stellen B en W dat in woonbuurten sprake is van “ernstige overlast van de prostitutie”. In met name de Vogelenbuurt zou overlast van raamprostitutie enerzijds bestaan uit verkeersoverlast tot ’s avonds laat[21] of diep in de nacht[22], anderzijds uit “bederven” van “het aanblik van de wijk” door de prostitutie op zich[21]. Daarop besluit de gemeenteraad op 10 mei 1973 APV artikel 31 te wijzigen zodat strafbaar wordt “degene, van wie bekend is, dat deze prostitutie bedrijft” en die “zich op een van de openbare weg (…) af zichtbare plaats op zodanige wijze achter of in een raam [bevindt] dat redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat deze zich daar ophoudt om tot ontucht uit te nodigen”, waarbij echter Burgemeester en Wethouders plaatsen kunnen aanwijzen waar dit verbod niet geldt[23]. Direct hierna wijzen B en W het Zandpad aan als plaats waar dit nieuwe verbod niet geldt. Daarnaast blijft overigens het verbod op straatprostitutie onveranderd.
De redenering luidt: we erkennen “dat er een behoefte aan prostitutie is”[21]; enkele woonwijken ondervinden nu echter veel hinder van raamprostitutie[24]; langs het Zandpad langs de Vecht op woonboten is een plaats “waar prostitutie gedoogd kan worden”[21]; de voorgestelde wijziging van de APV “biedt de mogelijkheid de bestaande situatie op o.a. het Zandpad te "legaliseren"”[24].
Hiermee creëerde de Utrechtse overheid dus een markt met weinig private aanbieders (oligopolisten) van de mogelijkheid om legaal raamprostitutie te bedrijven, en sindsdien houdt zij dit oligopolie in stand. Weliswaar zijn deze oligopolisten sinds 2000 verplicht om bepaalde voorzieningen te realiseren in de werkruimtes-annex-legale-arbeidsplaatsen die ze verhuren; maar ze kunnen hun vraagprijs vrij bepalen[25], en dus met overheidsprotectie hun afnemers (= de prostituees) maximaal uitbuiten.
Op onbekend moment na mei 1973 wordt ook de Hardebollenstraat aangewezen als plaats waar het verbod op raamprostitutie niet geldt[26].
[bewerken] 1997: aanscherping beleid
In juni 1997 wordt met de invoering van Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 1997 het prostitutiebeleid verscherpt. Niet alleen openlijk zichtbare raamprostitutie en tippelprostitutie (zie paragraaf Tippelprostitutie) blijven verboden behalve waar ze niet verboden zijn, maar toegevoegd wordt in APV-artikel 69 een verbod op in “een inrichting (…) gelegenheid geven prostitutie te plegen” of daar gelegenheid te geven “prostitutie uit te lokken”[27].
[bewerken] 2000: vergunningplicht seksinrichtingen
In januari 2000 schrijven B en W: als zodadelijk het landelijk bordeelverbod wordt afgeschaft “kan de gemeente de exploitatie van prostitutie niet meer verbieden”[28]. Ze stellen voor, “de prostitutie via de APV te reguleren door voor seksinrichtingen en escortbedrijven een vergunningplicht in te stellen. Uitgangspunt (…) wordt het huidige aantal gedoogde inrichtingen”.
De APV bepaalt in 2000 dat onder ‘seksinrichting’ onder andere wordt verstaan een “voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin prostitutie plaatsvindt” (artikel 69); dat het verboden is zonder vergunning van het college van B en W een seksinrichting (artikel 70-1) dan wel een escortbedrijf (art. 70-21) te exploiteren; en dat er aan ten hoogste 53 prostitutiebedrijven vergunning zal worden verleend, met maxima aan de aantallen werkruimten (artikel 70-20)[28].
In de Algemene Plaatselijke Verordening 2010[29] zijn deze artikelen inhoudelijk ongewijzigd, echter genummerd als 3:1 en 3:2; later opnieuw anders genummerd[30].
[bewerken] 2010: aanscherping beleid
In juni 2010 nam de gemeenteraad beperkende maatregelen aan betreffende de raamprostitutie[31][30]. Redenen daarvoor zijn, de volgens het stadsbestuur “structurele aanwezigheid van mensenhandel op het Zandpad”, en het feit dat volgens de gemeente in ‘strafzaak’ dan wel ‘strafrechtelijk onderzoek’ Sneep (2007) “mensenhandel is bewezen, ook op het Zandpad”[32].
Maatregelen:
- Een raamprostituee moet geregistreerd staan bij de gemeente. Deze registratieprocedure moet minstens een week in beslag nemen.
- Een raamprostituee moet een prostitutiekamer voor minimaal vier weken huren.
- Een raamprostituee mag maximaal 12 uur per dag over een prostitutiekamer beschikken.
Daarnaast hebben raamprostitutie-exploitanten aan de gemeente laten weten, geen ruimte meer te willen verhuren aan vrouwen jonger dan 21 jaar[33]. Dit heeft kennelijk de instemming van burgemeester en wethouders; de gemeenteraad echter lijkt hiermee ontevreden te zijn[34].
In januari 2011 betoogde de grootste Utrechts raamprostitutie-exploitant voor de rechtbank, dat de registratieplicht voor prostituees er nu reeds toe leidt dat prostituees uit de vergunde Utrechtse prostitutiesector vertrekken, naar andere gemeentes of naar "de illegale prostitutie"[35].
[bewerken] Tippelprostitutie
[bewerken] Periode tot 1980
Men kan vermoeden (zie Prostitutie in Nederland in de negentiende eeuw) dat straatprostitutie ook in Utrecht een vanouds bekend verschijnsel was. In 1929 wordt artikel 23bis in de Verordening Straatpolitie van kracht waarmee tippelprostitutie op speciaal aangewezen straten kan worden gehinderd[36]. Aanleiding is een brief van de Hoofdcommissaris van Politie aan de Burgemeester waarin hij schrijft over klachten van burgers “over het zich ophouden van vrouwen van verdachte zeden” op bepaalde locaties, en geruchten dat “meermalen militairen (pas onder de wapenen gekomen) naar genoemde omgeving [werden] gelokt”[37]. In oktober 1929 wijzen B en W negenentwintig straten aan waar het nieuwe tippelverbod zal gelden; daarna wordt deze lijst van straten herhaaldelijk uitgebreid of gewijzigd, onder andere in 1933, ’35, maart ’40, ’48 en ’53[38].
In 1935 echter wordt dit artikel 23bis zodanig gewijzigd, dat nu ook in het algemeen op of aan de openbare weg uitnodigen tot "ontucht" verboden is[18].
In 1953 worden tippel- en raamprostitutieverbod inhoudelijk ongewijzigd opgenomen in de nieuwe Algemene Politieverordening onder artikel 31[20].
[bewerken] Jaren ’80, instellen tippelzone
In de jaren 1980 liepen[7] in Utrecht de tippelprostituees in het stadscentrum. Dat gaf, zegt een teamleider van V&D, veel overlast, de politie verjoeg de prostituees van de ene plek naar de andere wijk, en het was “een doffe ellende”.
In 1984-’85 creëerde de gemeenteraad in de APV de mogelijkheid van plaatselijke ongeldigheid van het verbod op tippelprostitutie. Tegelijkertijd werd de omschrijving van het misdrijf gewijzigd: het was voortaan aan personen van wie “kan worden aangenomen dat deze zich aan prostitutie overgeven, verboden op de openbare weg (…) iemand (…) tot ontucht uit te nodigen”, uitgezonderd op wegen die door B en W zijn aangewezen[39]. Vervolgens wordt in 1985-’86 de Europalaan aangewezen als gebied waar het verbod op straatprostitutie niet geldt, en stelt Utrecht daar in 1986 de officiële tippelzone in[40].
In 1999 is de zone ingeburgerd en wordt er niet meer tegen geprotesteerd[7]. Ook hulpverleners vinden de zone dan een succes. De zone heeft dan ook elders in het land een goede reputatie en lokt daardoor vrouwen uit alle windstreken[7].
[bewerken] Toestroom van prostituees
In 2003 komen[41] er per avond gemiddeld 47 prostituees in de hulpverleningsbus. Na sluiting van de tippelzone in Amsterdam in december 2003 en strengere vergunningsregels op de zones in Den Haag en Rotterdam neemt op de zone in Utrecht het aantal prostituees toe, afkomstig uit allerlei plaatsen[41][42][43].
Om deze toestroom te beperken[41] 'controleert' de politie begin 2004 'scherper bij degenen die de prostituees brengen en halen'. In 2004 blijft het aantal prostituees stijgen, er ontstaat volgens het gemeentebestuur overlast in de omgeving, en voor politie en hulpverlening wordt de situatie minder ‘beheersbaar’.
Als volgende beperkingsmaatregel[41] geeft Utrecht in september ’04 aan de vrouwen uit de regio Utrecht voorrang in de huiskamerbus. Ook dit doet het aantal prostituees op ‘De Baan’ nauwelijks of niet dalen: het zijn er in oktober gemiddeld 63, terwijl de gemeente streeft naar maximaal 50. In november ’04 overweegt Utrecht een pasjessysteem, en doet een dringend beroep[41][7] op de andere steden om hun zone open te houden of anderszins ‘hun verantwoordelijkheid te nemen’.
[bewerken] Wijziging omschrijving delict en invoering pasjessysteem
Per oktober 2005 wordt de omschrijving van het misdrijf opnieuw gewijzigd: het woord ‘ontucht’ verdwijnt uit de tekst. Voortaan is het aan een persoon van wie “kan worden aangenomen dat deze zich aan prostitutie overgeeft, verboden op de weg (…) iemand (…) tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken” uitgezonderd personen met een vergunning op door het college aangewezen wegen gedurende door het college vastgestelde tijden[44][45][40]. Hiermee wordt dus inderdaad het pasjessysteem voor de prostituees op de tippelzone ingevoerd. Per 2010 is deze situatie ongewijzigd[29].
[bewerken] Verplaatsing tippelzone
In augustus 2008 maakt[46][47] de gemeente bekend dat ze, in verband met de bouw van een studentencomplex, begin 2009 de tippelzone met 130 meter wil inkorten, en ter compensatie tippelen aan beide zijden van de weg wil toestaan.
[bewerken] Externe links
- Evaluatie Utrechts Prostitutiebeleid 2008-2009, persbericht Gemeente Utrecht, oktober 2009.
- Aanscherping maatregelen moet toestroom naar tippelzone Europalaan beperken Persbericht gemeente Utrecht, 10 november 2004.
Bronnen, noten en/of referenties:
Literatuur:
- [rapp 1] Deelrapportage 1 van Evaluatie Utrechts Prostitutiebeleid 2008-’09: Overlast in relatie tot prostitutie. Door Afdeling Bestuursinformatie, Gemeente Utrecht. Februari 2009. Geraadpleegd 21 juli 2010.
- [rapp 2] Deelrapportage 2 van Evaluatie Utrechts Prostitutiebeleid 2008-’09: Gezondheid, welzijn en veiligheid van prostituees. Door Regioplan Beleidsonderzoek, in opdracht van Gemeente Utrecht. Februari 2009. Geraadpleegd 7 mei 2010.
- [rapp 3] Deelrapportage 3 van Evaluatie Utrechts Prostitutiebeleid 2008-’09: Niet-vergunde, illegale en gedwongen prostitutie. DoorAfdeling Bestuursinformatie, Gemeente Utrecht. Februari 2009. Geraadpleegd 6 mei 2010.
- [rapp 4] Deelrapportage 4 van Evaluatie Utrechts Prostitutiebeleid 2008-’09: Preventie en uitstappen. Door Regioplan Beleidsonderzoek, in opdracht van Gemeente Utrecht. Februari 2009. Geraadpleegd 21 juli 2010.
Noten:
- ↑ a b [rapp 1] (zie literatuur) pag. 16, 26; [rapp 2] (zie lit.) pag. 13.
- ↑ a b [rapp 1], pag. 40-41
- ↑ [rapp 2], pag. 30-31
- ↑ a b [rapp 1], pag. 29 en 45
- ↑ a b [rapp 1], pagina 16-17
- ↑ [rapp 1] pag. 33, 35, 67
- ↑ a b c d e f Tippelzones. Alleen buiten kantooruren geopend. NRC Handelsblad 15 okt. 1999. Geraadpleegd 18-3-’09.
- ↑ a b [rapp 2] pagina 13
- ↑ a b c [rapp 1] pag. 20-21, 49-50
- ↑ [rapp 1] pag. 28, 35
- ↑ [rapp 3], pag. 37
- ↑ a b [rapp 3] pag. 35 en 36
- ↑ a b c d e f g R.E. de Bruin (red.) (2000), 'Een paradijs vol weelde'. Geschiedenis van de stad Utrecht, Matrijs, Utrecht, ISBN 9053451757
- ↑ Petra de Vries – De ketenen van de blanke slavin en het belastbare inkomen van de sekswerkster. Honderd jaar feminisme en prostitutie in Nederland, in: Eeuwige kwesties. Honderd jaar vrouwen en recht in Nederland, jubileumuitgave Nemesis, Deventer, 1999; p. 142-143
- ↑ P.D.'t Hart (2005), Leven in Utrecht 1850-1914: groei naar een moderne stad, Het Utrechts Archief/ Uitgeverij Verloren, Hilversum, blz. 49.
- ↑ Besluit Utrechtse gemeenteraad 26 juni 1890, Verordening tegen de openbare huizen van ontucht: "Artikel 1. Het houden van een openbaar huis van ontucht is verboden. Artikel 2. Ieder, die een openbaar huis van ontucht houdt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes dagen. Art. 3. Onder houder van een openbaar huis van ontucht wordt verstaan hij, die daarin het bedrijf van bordeelhouder uitoefent of doet uitoefenen. Art. 4. Wie, zonder zelf dit bedrijf uit te oefenen, daartoe op eenige wijze als mededader zijne medewerking verleent, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes dagen. Art. 5. Deze verordening treedt in werking den 1sten November 1890." Bron: Het Utrechts Archief, bibliotheekmateriaal catalogusnummer VVO1 (Stedelijke publicaties 1886-1891.)
- ↑ Th.M. Wijntjes en D.J. Noordam, Het bemoeilijken van het kwaad. De prostitutie in Amersfoort tussen 1856 en 1911: van regulering tot bordeelverbod, in: R. van der Eerden et al. (red) (1997), Jaarboek Oud-Utrecht 1997, Casparie, Utrecht, blz. 231-260, ISBN 9071108155.
- ↑ a b Gewijzigd artikel 23bis in de Verordening Straatpolitie (besluit gemeenteraad 4 juli 1935): “Het is verboden: a.) op den openbaren weg of op een van den openbaren weg zichtbare plaats iemand door woorden, gebaren of op eenige andere wijze tot het plegen van ontucht uit te lokken; b.) zich op door Burgemeester en Wethouders aangewezen openbare wegen of gedeelten van deze wegen, gedurende de uren, door Burgemeester en Wethouders genoemd, op te houden, nadat door een ambtenaar van politie in het belang van de openbare orde of zedelijkheid gelast is zich te verwijderen.” (Bron: Het Utrechts Archief, Toegang 1007-3 (Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969), Inventarisnummer 19388 (Verordening Straatpolitie, 1933-1935).)
- ↑ Brief 1 november 1933 van Commissaris van Politie aan Hoofd-Commissaris van Politie. (Bron: Utrechts Archief 1007-3 / 19388 (zie vorige noot).)
- ↑ a b Artikel 31 in de Algemene Politieverordening (besluit gemeenteraad 23 juli 1953): “Het is verboden: a.) op de openbare weg of op een van de openbare weg af zichtbare plaats iemand door woorden, gebaren of op enige andere wijze tot het plegen van ontucht uit te lokken; b.) zich op die gedeelten van de openbare weg, welke door Burgemeester en Wethouders blijkens openbare kennisgeving zijn aangewezen, binnen de tijd, daarbij door hen bepaald, op te houden, nadat een ambtenaar van politie in het belang van de openbare orde of zedelijkheid de last heeft gegeven zich te verwijderen.” (Bron: Het Utrechts Archief, Toegang 1007-3 (Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969), Inventarisnummer 19392 (Verordening Straatpolitie en Algemene Politieverordening, juni 1953-juni 1955).)
- ↑ a b c d Interim-rapport van de werkgroep prostitutie-aangelegenheden (ingesteld door College van B en W, Utrecht), geaccordeerd door B en W op 25 april 1973.
- ↑ Gecombineerde vergadering raadscommissie Algemene en Bestuurlijke Zaken en Rechtskundige Commissie, 7 mei ’73.
- ↑ Raadsbesluit 10 mei 1973
- ↑ a b brief B en W aan gemeenteraad, 8 mei ‘73
- ↑ Notitie ‘Aanpassing vergunningstelsel raamprostitutie Maart 2010’, college van B en W van Utrecht, pagina 6: “De overheid kan geen voorwaarden stellen aan de huurprijs voor [raamprostitutie]bedrijfsruimte.”
- ↑ Het voorstel van B en W aan de gemeenteraad van 24 januari 2000 (vervallen bordeelverbod etc.) en [rapp 1] (zie literatuur) pagina’s 10,11,15,16 doen vermoeden dat deze aanwijzing in of voor 2000 gebeurde.
- ↑ Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 1997, raadsbesluit van 26 juni 1997.
- ↑ a b Voorstel B en W aan Gemeenteraad, 24 januari 2000 (vervallen bordeelverbod etc.).
- ↑ a b APV 2010, Raadsbesluit 4 maart 2010, geldig 1-4-2010 tot 1-10-2010.
- ↑ a b Algemene Plaatselijke Verordening 2010 na wijziging ingaande per 1-11-2010.
- ↑ Notitie ‘Aanpassing vergunningstelsel raamprostitutie Maart 2010’; Raadsvoorstel 29 juni 2010: ’Aanpassing vergunningstelsel raamprostitutie’; Gemeenteblad Utrecht met wijzigingen APV per raadsbesluit 29 juni 2010. Geraadpleegd 26 oktober 2010.
- ↑ Notitie ‘Aanpassing vergunningstelsel raamprostitutie Maart 2010’, pagina 1.
- ↑ Notitie ‘Aanpassing vergunningstelsel raamprostitutie Maart 2010’
- ↑ NRC Handelsblad 26 juni 2010
- ↑ NRC Handelsblad 12 januari 2011.
- ↑ Artikel 23bis in de Verordening Straatpolitie (besluit gemeenteraad 30 mei 1929): “Het is aan een ieder verboden zich op door Burgemeester en Wethouders aangewezen openbare wegen op te houden, nadat een ambtenaar of beambte der gemeentepolitie in het belang der openbare orde of zedelijkheid hem gelast heeft zich te verwijderen”. (Bron: Het Utrechts Archief, Toegang 1007-3 (Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969), Inventarisnummer 19387 (Verordening Straatpolitie, 1925-1932).)
- ↑ Bron: Utrechts Archief 1007-3 / 19387 (zie vorige noot)
- ↑ Bron: Het Utrechts Archief, Toegang 1007-3 (Gemeentebestuur van Utrecht 1813-1969), Inventarisnummers 19388, 19391 (Verordening Straatpolitie en Algemene Politieverordening).
- ↑ Het verbod op straatprostitutie stond sinds raadsbesluit 7 juni 1973 in APV artikel 60; de hier genoemde wijziging werd vermoedelijk vastgesteld per raadsbesluit van 15 november 1984.
- ↑ a b ’Einde van de tippelzone?’ (artikel 14-9-2005 op website www.wereldomroep.nl; geraadpleegd 8-3-’09).
- ↑ a b c d e Persbericht gemeente Utrecht, 10 november 2004 Gevonden 18-3-’09.
- ↑ Tippelzones – De nieuwe gezichten krijgen de klanten. Artikel in Trouw, 2004/05. Geraadpleegd 6-3-’09.
- ↑ Niemand weet waar de prostituees van de Amsterdamse Theemsweg zijn gebleven. NRC Handelsblad 18 feb. 2005. Geraadpleegd 17-3-’09.
- ↑ Wijziging APV Utrecht, raadsbesluit 17 februari 2005; van kracht per 1 oktober ’05. Geraadpleegd 23 juli 2010.
- ↑ Vergunning nodig voor werken op Utrechtse tippelzone. Nu.nl, 14 sept. 2005. Geraadpleegd 19-3-’09.
- ↑ Tippelzone aan twee kanten Europalaan, Algemeen Dagblad 23 aug. 2008. Geraadpleegd 19-3-’09.
- ↑ Verplaatsing tippelzone, CDA Utrecht (stad), 20 aug. 2008. Geraadpleegd 19-3-09.