Resolutie 1051 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van de Verenigde Naties
Resolutie 1051
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 27 maart 1996
Nr. vergadering 3644
Code S/RES/1051 (Document)
Stemming Voor: 15 Onth.: 0 Tegen: 0
Onderwerp Irak
Beslissing Voerde een nieuw mechanisme in voor wapenleveringen aan Irak.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1996
Permanente leden
Vlag van China CHN Vlag van Frankrijk FRA Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR Vlag van Rusland RUS Vlag van Verenigde Staten USA
Niet-permanente leden
Vlag van Botswana BOT Vlag van Chili CHI Vlag van Egypte EGY Vlag van Guinee-Bissau GBS Vlag van Duitsland GER
Vlag van Honduras HON Vlag van Indonesië INA Vlag van Italië ITA Vlag van Zuid-Korea KOR Vlag van Polen POL
Twee Iraakse Scud-raketten anno 1989.
Twee Iraakse Scud-raketten anno 1989.

Resolutie 1051 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem door de VN-Veiligheidsraad aangenomen op 27 maart 1996.

Achtergrond[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Golfoorlog (1990-1991) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 2 augustus 1990 viel Irak haar zuiderbuur Koeweit binnen en bezette het land. De Veiligheidsraad veroordeelde de inval en later kregen de lidstaten carte blanche om Koeweit te bevrijden. Eind februari 1991 was die strijd beslecht en legde Irak zich neer bij alle aangenomen VN-resoluties.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

In resolutie 661 (1990) had de Veiligheidsraad aan het Internationaal Atoomenergie-agentschap en de Speciale Commissie gevraagd een mechanisme te ontwikkelen om de wapenverkoop aan Irak op te volgen. Op 7 december 1995 had ze een brief ontvangen van de Commissie met de provisies daarvan.

Handelingen[bewerken]

De Veiligheidsraad keurde die provisies goed en bevestigde dat het mechanisme niet tussen bestaande akkoorden kon komen. Alle landen werden gevraagd informatie over wapenleveringen aan Irak en pogingen van bedrijven om het mechanisme te omzeilen over te maken aan de gezamenlijke eenheid van de Commissie en het Atoomenergie-agentschap (IAEA) en het mechanisme zo snel mogelijk in te passen in hun nationale procedures. De Speciale Commissie en het IAEA moesten hen hiervoor binnen de 45 dagen alle nodige informatie bezorgen. De Veiligheidsraad eiste ook dat Irak al haar verplichtingen onder het mechanisme nakwam. De secretaris-generaal en het IAEA moesten tenslotte periodiek rapporteren over de vooruitgang.

Verwante resoluties[bewerken]