Scherpe boterbloem
| Scherpe boterbloem | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||
| Ranunculus acris L. (1753) |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
De scherpe boterbloem (Ranunculus acris) is een overblijvende plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). De plant komt in België en Nederland algemeen voor in weilanden en langs de weg. De plant kan maximaal 1 m hoog worden. Er zijn uitlopers die bewortelen.
Inhoud |
Botanische beschrijving [bewerken]
Het blad is min of meer behaard. De onderste bladeren hebben een lange bladsteel en zijn handvormig en diep ingesneden. De onderste bladeren zijn vijf- tot zevendelig of vijf- tot zevenspletig gedeeld. De bovenste bladeren zijn zittend en geheel in lintvormige slippen gedeeld.
De plant bloeit van april tot in de herfst. De bloem is glanzend goudgeel, in doorsnede 1,5-2,5 cm en heeft vijf kroonbladen. Er liggen behaarde kelkblaadjes tegen de kroon aan en er zijn veel meeldraden. De behaarde bloemsteel is rond en niet gegroefd.
De scherpe boterbloem draagt dopvruchten met een kort, krom snaveltje.
Voorkomen [bewerken]
In België, Nederland en in grote delen van Europa, met uitzondering van het Middellandse Zeegebied, is de plant algemeen. In Zuid-Europa en Noord-Afrika komt de soort echter wel voor. De noordgrens van het verspreidingsgebied ligt in Groenland en Scandinavië. Vanuit Europa loopt het verspreidingsgebied in Azië door in Siberië. De soort is geïntroduceerd in Noord-Amerika, Zuid-Afrika, het oosten van Afrika en Nieuw-Zeeland.
Namen in andere talen [bewerken]
- Duits: Scharfer Hahnenfuss
- Engels: Meadow Buttercup
- Frans: Renoncule Âcre
Bloemdiagram [bewerken]
Externe link [bewerken]
- Scherpe boterbloem (Ranunculus acris) op SoortenBank.nl (gebaseerd op de Heukels22, dit is de voorlaatste uitgave)
| Soorten, ondersoorten en variëteiten van het geslacht Ranunculus (Boterbloem) | |
|---|---|
|
... · R. acris (Scherpe boterbloem) · R. aquatilis (Fijne waterranonkel) · R. aquatilis var. aquatilis · R. aquatilis var. diffusus (Haarbladwaterranonkel) · R. arvensis (Akkerboterbloem) · R. auricomus (Gulden boterbloem) · R. baudotii (Zilte waterranonkel) · R. bulbosus (Knolboterbloem) · R. circinatus (Stijve waterranonkel) · R. ficaria subsp. bulbilifer (Gewoon speenkruid) · R. flammula (Egelboterbloem) · R. fluitans (Vlottende waterranonkel) · R. glacialis (Gletsjerboterbloem) · R. gramineus (Grasbladige boterbloem) · R. hederaceus (Klimopwaterranonkel) · R. kuepferi · R. lingua (Grote boterbloem) · R. ololeucos (Witte waterranonkel) · R. omiophyllus (Drijvende waterranonkel) · R. peltatus (Grote waterranonkel) · R. penicillatus (Penseelbladige waterranonkel) · R. platanifolius (Plataanbladige boterbloem) · R. polyanthemos subsp. nemorosus (Bosboterbloem) · R. polyanthemos subsp. polyanthemoides (Kalkboterbloem) · R. pygmaeus (Dwergboterbloem) · R. pyrenaeus (Pyrenese boterbloem) · R. repens (Kruipende boterbloem) · R. sardous (Behaarde boterbloem) · R. sceleratus (Blaartrekkende boterbloem) · R. trichophyllus (Fijne waterranonkel) · R. thora (Gifboterbloem) · R. tripartitus (Driedelige waterranonkel) · ... |