Spar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Spar (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Spar.
Spar
Fijnspar (Picea abies)
Fijnspar (Picea abies)
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Naaktzadigen
Orde: Coniferales (Coniferen)
Familie: Pinaceae (Dennenfamilie)
Geslacht
Picea
A.Dietr. (1824)
Afbeeldingen Spar op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Spar op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Spar (Picea) is een geslacht uit de dennenfamilie (Pinaceae). De naaldbomen dragen bij aan de bossen op het noordelijk halfrond. Verschillende soorten van het geslacht staan niet alleen in het bos, maar worden ook gekweekt voor de sier. Voor sierdoeleinden zijn er cultivars met alle mogelijke vormen, zoals een bol, een piramide, een dwergvorm en een treurvorm.

De bomen behouden het hele jaar door hun naalden.

De spar is van de den (Pinus) te onderscheiden doordat de naalden bij de spar afzonderlijk en bij de den bij elkaar staan. Ook heeft de spar platte, driehoekige of vierhoekige naalden en de den ronde. Bij de fijnspar staan de naalden rondom de twijg. Bij zilversparren (Abies) en bij de douglasspar (Pseudotsuga menziesii), staan ze in hetzelfde vlak in twee rijen aan weerskanten van de twijg. In tegenstelling tot zilversparren (Abies) komen bij sparren (Picea) een deel van de bast mee als een naald wordt uitgetrokken. Er zit bij sparren dus altijd een vlaggetje aan de losgetrokken naald.

De takken staan in kransen rondom de stam. De zijtakken staan in twee rijen min of meer tegenover elkaar.

De naalden van vele soorten aan de horizontale takken zijn zodanig omgekeerd dat de onderkant naar boven wijst. De bovenkant is dus eigenlijk de onderkant.

De leerachtige kegelvruchten hangen aan de takken en kleuren in de herfst bruin. De zaden zijn dan rijp, maar kunnen pas uit de kegel vallen als de schubben uit elkaar gaan staan wat pas in het volgend voorjaar gebeurt. In de daaropvolgende herfst vallen deze kegels dan af.

Soorten[bewerken]

Picea abies

Fijnspar[bewerken]

De fijnspar (Picea abies, synoniem: Picea excelsa) komt voor in Noord- en Oost-Europa evenals in grote delen van Azië. De fijnspar kan 40 m hoog worden en wordt doorgaans 100 tot 150 jaar oud. Er zijn bomen bekend die 220 jaar oud zijn. De schors van de Fijnspar heeft een roodachtige kleur. De naalden zijn 1,2-2,4 cm lang. De lichtbruine kegels zijn 10-19 cm lang en gesloten 2,5 cm dik. Het timmerhout van de fijnspar wordt vuren genoemd.

Zwarte spar (Picea mariana)

De slangenspar (Picea abies 'Virgata') is een cultivar die zo wordt genoemd om de willekeurig kronkelende takken.

Blauwspar[bewerken]

De blauwspar (Picea pungens) komt van nature voor in Noord-Amerika en kan daar 30 m hoog worden. In Canada komt deze soort alleen in struikvorm voor. In Alaska kan deze soort zelfs groeien in bodems die tot meer dan 50 cm diep blijvend zijn bevroren, maar blijft dan wel zeer laag. De blauwspar dankt zijn naam aan de blauwige glans van zijn naalden.

Sitkaspar[bewerken]

De sitkaspar komt van nature voor langs de noordwestkust van Noord-Amerika in vochtige gebieden van Noordwest-Californië tot in Alaska en komt in de regel niet verder dan 60 km uit de kust voor. Soms komt de plant tot 200 km uit de kust voor in valleien. De boom kan 80 m hoog worden en de takken hangen enigszins. De bast is in het begin grijs later purperachtig bruin. De naalden zijn driehoekig en worden 1,5-2,5 mm lang. Omstreeks 1970 werd in Nederland in plaats van Fijnspar de Sitkaspar als bos aangeplant. In totaal wordt het areaal aan sitkasparren in Nederland op minder dan 2000 ha geschat.

Afgevallen kegel van fijnspar

Servische spar[bewerken]

De Servische spar (Picea omorika) kan 30 m hoog worden en heeft afhangende takken en een vrij smalle vorm. De bovenzijde van de naalden is groen en de onderzijde blauw.

Witte spar[bewerken]

De witte spar (Picea glauca) komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika.

Brewer’s treurspar[bewerken]

De Brewer’s treurspar (Picea breweriana) komt oorspronkelijk uit het Westen van Noord-Amerika.

Toepassingen[bewerken]

Van bepaalde sparrensoorten kan hars en terpentijn gewonnen worden. De hars wordt verwerkt in balsems tegen reumapijn en longaandoeningen. Ook kan van het vocht uit de naalden en takjes met toevoeging van gember, hop, stroop of suiker en gist sparrenbier gemaakt worden. Dit bier werd vroeger op de zeilschepen gedronken als middel tegen scheurbuik.

Sparrenhout wordt toegepast als klankbord (bovenblad) voor gitaren. Afhankelijk van de soort spar, en de kwaliteit van het hout, is spar te vinden zowel in budget instrumenten als in professionele gitaren. Het hout van de sitkaspar wordt gebruikt als klankhout voor kasten van luidsprekers en de stam voor masten en gieken. Vroeger werd dit hout ook gebruikt voor de dragende delen van een houten vliegtuig.

Kerstboom[bewerken]

De fijnspar wordt veel als kerstboom gebruikt en hier dan ook speciaal voor gekweekt. Duurdere kerstbomen zijn de blauwspar (Picea pungens) en de nordmann-spar (Abies nordmanniana), die trager groeien, maar waarvan de naalden minder snel uitvallen. De nordmann-spar behoort tot de zilversparren.

Oudste spar[bewerken]

In april 2008 maakte de Universiteit van Umeå bekend dat zij een 9550 jaar oude fijnspar (Picea abies) had ontdekt[1]. Deze spar staat in Dalarna (Zweden). Wetenschappers hebben de leeftijd bepaald door de koolstof in het hout van de boom te analyseren. Deze spar is nu de oudst bekende boom ter wereld.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties