Terpentijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Terpentijn is een oleohars. Oleoharsen bestaan uit hars opgelost in etherische oliën, en vele andere stoffen. Het woord terpentijn is afgeleid van het Oudfranse terbentine, ontleend aan Latijn terebinthīna, dat ontleend is aan het Griekse woord terébinthos (τερέβινθος), wat terebintboom betekent.[1] Oorspronkelijk werd alleen uit de terebintboom terpentijn gewonnen, maar tegenwoordig zijn coniferen de belangrijkste bron. Bomen uit de orde coniferen kunnen worden opgedeeld in drie groepen: Taxineae, Cupressinae en Abietineae (Pinaceae). De oliën verkregen van de verschillende Abietineae stonden bij de oude Grieken bekend als cederolie en werden later bekend als terpentijnolie.[2] Terpentijn is een geel gekleurde stroperige vloeistof, die door verwonding van de schors uit de boom vloeit en wordt opgevangen. Als terpentijn wordt gedestilleerd ontstaan terpentijnolie (Oleum Terebinthinae aethereum) en terpentijnhars (colofonium). Terpentijnolie wordt ook wel gomterpentijn of kortweg terpentijn genoemd.

Gom van terpentijn uit Iran om op te kauwen

Terpentijnolie wordt gebruikt bij het schilderen met olieverf om de verf te verdunnen. Het is een prima oplosmiddel voor lijnolie en voor standolie, die beide gebruikt worden om de verf vetter te maken. Standolie en lijnolie drogen echter zeer langzaam; ook als de terpentijnolie allang uit de olie is verdampt blijft de verf nog nat. Terpentijnolie wordt ook gebruikt om de vernis op een olieverfschilderij te verdunnen.

Terpentijn wordt meestal uit dennenhout gewonnen, maar de spar, ceder of lariks zijn ook geschikt. Het zuiveringsproces vanuit het hout tot terpentijn wordt rectificeren (trapsgewijze destillatie) genoemd. Bij het rectificeren verdwijnen onder andere de harsachtige stoffen, die wanneer de vluchtige bestanddelen verdampen, overblijven als een kleverig, harsachtig residu. Als terpentijn niet in het donker bewaard wordt, vormt zich onder invloed van het licht peroxide, dat door reactie kamferderivaten doet ontstaan, die de vloeistof troebel maken. Dit proces wordt, onnauwkeurig, ook wel "verharsing" genoemd.

Terpentijnolie is een aromatische koolwaterstof. De stof bestaat grotendeels uit pineen.

Kunstterpentijn is een andere naam voor solvent-nafta of White spirit.

Gezond of ongezond[bewerken]

De meest vluchtige bestanddelen in terpentijnolie zijn twee terpenen: alpha (α) en beta (β) pinenen. Dit zijn de dominante geurige bestanddelen die vrijkomen uit bomen, struiken, bloemen en grassen. Terpenen kunnen pathogene bacteriën en schimmels bestrijden. In kleine hoeveelheden levert terpentijnolie en haar twee vluchtige hoofdbestanddelen geen gevaar op voor de gezondheid. Ze hebben een aantal eigenschappen die voordelig zijn voor de menselijke gezondheid en welzijn, en mogen gebruikt worden in de farmaceutische en cosmetische industrie.[3]

Terpentijnolie wordt daarom medicinaal gebruikt in wrijfmiddeltjes tegen reumatische klachten of spierpijn. Het is een belangrijk ingrediënt van het traditionele medicijn Haarlemmerolie. Daarnaast is het een bestanddeel van hoestmedicijn Vicks VapoRub en heeft Laboratoire Zambon France een productlijn van geneesmiddelen met terpentijnolie ontwikkeld onder de merknaam Ozothine. Ook is het wel aangetroffen in een zeer stevige hoestdrank op IJsland, en wordt het gebruikt bij de verdelging van houtworm.

Op een fles terpentijn staan de volgende waarschuwingen: Ontvlambaar. Schadelijk bij inademing, opname door de mond en aanraking met de huid. Uitsluitend op goed geventileerde plaatsen gebruiken. In kleine hoeveelheden is terpentijnolie echter niet schadelijk voor de gezondheid.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Terpeen

Beroepsastma en contacteczeem[bewerken]

In beroepen waar sprake is van langdurige blootstelling aan terpenen kunnen overgevoeligheidsreacties optreden. Er is een geval bekend waarbij een 27-jarige kunstschilder na 5 jaar blootstelling aan terpentijnolie astmatische reacties (beroepsastma) ontwikkelde.[4] Een mogelijke oplossing voor schilders is het gebruik van speciale in water oplosbare olieverf. De belangrijkste sensibilisator in terpentijn is geïdentificeerd als delta-3-careen hydroperoxide, een oxidatie product van delta-3-careen, en komt vooral voor in oliën uit Finland en Zweden. Andere bestanddelen zoals pineen en limoneen kunnen echter ook mogelijke sensibilisatoren zijn en kruisreacties veroorzaken met de oliën in sinaasappelschillen en andere essentiële oliën.[5] Oude geoxideerde terpentijn is meer irriterend en sensibiliserend dan vers gewonnen terpentijn. Wanneer terpentijn wordt blootgesteld aan lucht, maar vooral aan licht, resulteert de oxidatie in de vorming van mierenzuur en aldehyden.[6]

Voor de concentratie op een werkplek geldt dat een concentratie van 100 ppm (of ml per m³) niet mag worden overschreden. Vaak wordt het gebruik van terpentijn echter gebracht als natuurvriendelijk, omdat terpentijn van plantaardige oorsprong is. Voor gebruik in professionele verven is terpentijn in Nederland verboden. Bijzonder gevaarlijk is het gebruik als oplosmiddel in een airbrushtechniek.

Toxicologie[bewerken]

De gemiddelde dodelijke dosis van terpentijn voor mensen varieert van 15 tot 150 ml. Acute blootstelling aan hoge niveaus van terpentijn voor enkele uren resulteert in oogirritatie, hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en versnelde hartwerking. Inname van terpentijn in grote hoeveelheden leidt tot irritatie van het maag-darmkanaal en demping van het centrale zenuwstelsel binnen twee tot drie uur. Deze effecten verdwijnen weer binnen 12 uur behalve in gevallen van ernstige blootstelling.[7]

Terpentijn tegenover terpentine[bewerken]

Terpentijnolie is ten opzichte van het aardolieproduct terpentine vrij kostbaar. Daarom wordt voor het schoonmaken van de kwasten meestal terpentine gebruikt. Terpentijn heeft een groter oplossend vermogen en kan damarhars oplossen. Vaak wordt beweerd dat terpentijn een sterkere verffilm achterlaat dan terpentine, maar dat lijkt een onbewezen vooroordeel.

Terpentijn en terpentine lijken uiterlijk veel op elkaar, beide zijn het dunne kleurloze vloeistoffen. De geur van terpentijn is echter harsachtig; die van terpentine lijkt wat meer op benzine. Kunstschilders vinden terpentijn over het algemeen lekker ruiken. Er bestaat ook een reukloos terpentijnsubstituut: Winsor & Newton Sansodor, dat geschikt is voor kunstenaars die blootstelling aan terpentijn willen vermijden, aldus Winsor & Newton.

Geschiedenis[bewerken]

Herodotus (ca. 485 v.Chr. - 420/425 v.Chr.) benoemde terpentijnolie, evenals Plinius (ca. 23 na Chr. - 79) en Dioscorides (ca. 40 na Chr. - 90).[8] Arnaldus de Villa Nova (1235 na Chr. - 1311) wordt gezien als de eerste die terpentijnolie wist te destilleren. Hij gebruikte het als oplosmiddel van harsen.[9]

Historische terpentijnsoorten[bewerken]

Hoewel tegenwoordig de terpentijn perfect gerectificeerd wordt, werden in vroegere eeuwen juist vaak de, van nature met terpentijnolie vermengde, natuurlijke harsen veel als schildersmedium gebruikt, de zogenaamde balsems. Het woord terpentijn duidde oorspronkelijk de hars aan. Historisch belangrijke typen zijn:

  • Venetiaanse terpentijn, ook wel lariksterpentijn genoemd, want deze balsem werd gewonnen uit de Larix decidua, de Europese lork. De hars bevat maar een vijfde aan terpentijnolie, de rest is voornamelijk larizinolzuur. Deze zeer stroperige gelige vloeistof, die in niets lijkt op de terpentijn die nu te koop is, was zeer geliefd vanwege de fonkelende glans die hij aan de olieverfglacis gaf. De stad Venetië had het monopolie in de belangrijkste productiegebieden in de Alpen, waar de hars uit de bomen getapt werd. Deze terpentijn was het duurst, want hij bleef helder na droging. Dat was anders bij de goedkopere:
  • Straatsburgse terpentijn, de hars van sparren (meestal Abies alba of A. pectinata). Deze bevat een derde aan terpentijnolie en is dus veel vloeibaarder. Het nadeel van dit type was dat het abiëtinezuur bevat, wat op den duur de verf dof maakt. Op veel schilderijen van rond 1800, toen het mode werd zeer grote hoeveelheden hars aan de verf toe te voegen, zijn de effecten hiervan duidelijk zichtbaar. De naam komt van de belangrijkste stapelmarkt tussen de productiegebieden in de Vogezen en het Zwarte Woud.
  • Franse terpentijn: oorspronkelijk is dit de hars die gewonnen werd uit dennen (meestal Pinus pinaster aan de Franse oceaankust). Deze balsem gold als inferieur. Wellicht dat hij daarom als eerste gebruikt werd voor rectificatie. In het midden van de 19e eeuw wordt dit de naam van alleen de zo gewonnen balsemterpentijnolie en is dus gewoon wat wij tegenwoordig onder terpentijn verstaan. Toen de balsems in onbruik raakten, viel de noodzaak voor het onderscheid weg en daarmee ook de toevoeging "Franse". Sommige merken bleven die aanduiding echter wel gebruiken, vooral voor goedkope enkel gerectificeerde terpentijn, die nog een zekere harscomponent bevatte. Daardoor kreeg de naam een ongunstige betekenis.
Het aftappen van boomhars voor de productie van terpentijn

Nog steeds wordt er harsolieverf in tuben geproduceerd. Hoewel sommige merken nog Venetiaanse terpentijn verkopen, is het schildertechnisch belang daarvan alleen nog gelegen in de restauratie of imitatie van oude werken: er zijn nu superieure vervangers in de vorm van media op copaïva- of alkydbasis.

Winning in de Verenigde Staten[bewerken]

In de 19e eeuw waren vooral de Amerikaanse staten South en North Carolina bekend om hun grootschalige productie van terpentijn, teer, pek en houtskool. Er werd daar vooral gewerkt met de moerasden (Pinus palustris) die er in uitgestrekte wouden voorkwam. Inwoners van North Carolina worden nog steeds Tar Heels (teerhielen) genoemd. De naam van de stad Tarboro aan de Tar River herinnert nog aan de inmiddels verdwenen industrie. In de Carolina's bereikte de productie rond 1850 zijn hoogtepunt en verspreidde zich van daaruit naar het zuiden en westen. In veel streken kreeg de productie van terpentijn een geduchte concurrent in de houtkap die de bossen deed verdwijnen.

Kort na 1900 ontwikkelde de chemicus Charles Herty van de Universiteit van Georgia een nieuw aftapproces, bestaande uit een opvangkroes en een aantal ingekerfde gleuven en metalen gootjes aangebracht in de bast van de boom. Daardoor konden de bomen het aftappen overleven. Deze methode betekende een aanzienlijke verhoging van de productie en maakte dat de commerciële productie van terpentijn in deze streken in de 20e eeuw kon blijven bestaan. Het laatste vat werd in 2001 gewonnen. Nu vindt de winning in andere werelddelen plaats.[10]

Trivia[bewerken]

Verwijzingen[bewerken]

  1. M. Philippa e.a.. Terpentijn (vloeibare hars, verfoplosmiddel). Etymologisch Woordenboek van het Nederlands. Meertens Instituut (2003-2009) Geraadpleegd op 6 januari 2012
  2. Gildemeister, E.; Hoffman, F, The volatile oils - Second edition - Vol. I., John Wiley & Sons, New York, 1913, 226
  3. Mercier, B., Prost, J., Prost M. (2009). The essential oil of turpentine and its major volatile fraction (α- and β-pinenes). A review (International Journal of Occupational Medicine and Environmental Health: Dijon, France)​.
  4. Dudek, W., Wittczak, T., Świerczyńska-Machura, D., Walusiak-Skorupa J., Pałczyński, C. (2009). Occupational asthma due to turpentine in art painter - case report (International Journal of Occupational Medicine and Environmental Health: Łódz, Poland)​.
  5. Barchino-Ortiz, L., Cabeza-Martínez, R., Leis-Dosil, V.M., Suárez-Fernández, R.M., Lázaro-Ochait, P. (2008). Allergic contact hobby dermatitis from turpentin. Allergol Immunopathol 36 (2): 117-119 (Department of Dermatology. Hospital General Universitario Gregorio Marañó: Madrid, Spain)​.
  6. Rietschel, R. L.; Fowler, J. F., Fisher, A. A., Fisher's contact dermatitis, BC Decker Inc, Hamilton, Ontario, 2008, 531 ISBN 978-1-55009-378-0.
  7. Haneke, K.E. (2002). Turpentine (Turpentine Oil, Wood Turpentine, Sulfate Turpentine, Sulfite Turpentine) [8006-64-2] - Review of toxicological literature (National Institute of Environmental Health Sciences: Durham, North Carolina)​.
  8. Billot, M.; Wells, F.V., Perfumery technology, E. Horwood; Halsted Press, Chichester; New York, 1975, 24
  9. Thomson, T., A system of chemistry - in four volumes - the second edition - Vol. II., John Brown, Edinburgh, 1804, 211
  10. Website over terpentijnwinning in zuidelijk Georgia