Terpentijn
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Terpentijn of eigenlijk terpentijnolie of balsemterpentijnolie wordt gebruikt bij het schilderen met olieverf om de verf te verdunnen. Terpentijn is een prima oplosmiddel voor lijnolie en voor standolie, die beide gebruikt worden om de verf vetter te maken. Standolie en lijnolie drogen echter zeer langzaam; ook als de terpentijn allang uit de olie is verdampt blijft de verf nog nat. Terpentijn wordt ook gebruikt om de vernis op een olieverfschilderij te verdunnen.
Terpentijnolie is een vluchtige verbinding, die onder andere door destillatie uit naaldhout wordt gewonnen, met name uit de hars die in naaldhout zit. Tegenwoordig wordt meestal dennenhout gebruikt, maar ook uit het hout van de spar, ceder of de lariks kan terpentijn gewonnen worden. Het zuiveringsproces vanuit het hout tot terpentijn wordt rectificeren genoemd. Bij het rectificeren verdwijnen onder andere de harsachtige stoffen, die als ongerectificeerde terpentijn verdampt, overblijven als een kleverig, harsachtig residu. Bij gebruik in een olieverfschilderij merkt men hier echter niets van. Als de terpentijn echter niet in het duister bewaard wordt, vormt zich onder invloed van het licht peroxide dat door reactie kamferderivaten doet ontstaan die de vloeistof troebel maken. Dit proces wordt, onnauwkeurig, ook wel "verharsing" genoemd.
Terpentijnolie is een aromatische koolwaterstof. De stof bestaat grotendeels uit pineen.
Kunstterpentijn is een andere naam voor solvent-nafta of White spirit.
Inhoud |
[bewerken] Gezond of ongezond
Sommigen menen dat de dampen van terpentijnolie een antiseptische werking hebben, maar het lijkt eerder waarschijnlijk dat het inademen van terpentijndampen ongezond is. Op een fles terpentijn staan de volgende waarschuwingen:
- Ontvlambaar. Schadelijk bij inademing, opname door de mond en aanraking met de huid. Uitsluitend op goed geventileerde plaatsen gebruiken.
Wat een olieverfschilder moet doen om blootstelling aan terpentijn te voorkomen is echter onduidelijk. Een mogelijke oplossing is het gebruik van speciale in water oplosbare olieverf.
Voor de concentratie op een werkplek geldt dat een concentratie van 100 ppm (of ml per m³) niet mag worden overschreden. Vaak wordt het gebruik van terpentijn echter gebracht als natuurvriendelijk, omdat terpentijn van plantaardige oorsprong is. Voor gebruik in professionele verven is terpentijn in Nederland verboden. Bijzonder gevaarlijk is het gebruik als oplosmiddel in een airbrushtechniek
Terpentijnolie (Oleum Terebinthinae aethereum) wordt medicinaal gebruikt in wrijfmiddeltjes tegen reumatische klachten of spierpijn. Het is een belangrijk ingrediënt van het traditionele medicijn 'haarlemmerolie'. Ook is het wel aangetroffen in een zeer stevige hoestdrank op IJsland. Daarentegen wordt het ook gebruikt bij de verdelging van houtworm.
[bewerken] Terpentijn tegenover terpentine
Terpentijnolie is ten opzichte van het aardolieproduct terpentine vrij kostbaar. Daarom wordt voor het schoonmaken van de kwasten meestal terpentine gebruikt. Terpentijn heeft een groter oplossend vermogen en kan Damarhars oplossen. Vaak wordt beweerd dat terpentijn een sterkere verffilm achterlaat dan terpentine, maar dat lijkt een onbewezen vooroordeel.
Terpentijn en terpentine lijken uiterlijk veel op elkaar, beide zijn het dunne kleurloze vloeistoffen. De geur van terpentijn is echter harsachtig; die van terpentine lijkt wat meer op benzine. Kunstschilders vinden terpentijn over het algemeen lekker ruiken, maar dat is verraderlijk: in feite is terpentijn giftiger dan terpentine. Er bestaat ook een reukloos terpentijnsubstituut, in wezen niets anders dan terpentine waar de schadelijkste stoffen uit verwijderd zijn tot het minimum dat nog een effectief oplossend vermogen heeft, dat minder giftig is.
[bewerken] Historische terpentijnsoorten
Hoewel tegenwoordig de terpentijn perfect gerectificeerd wordt, werden in vroegere eeuwen juist vaak de, van nature met terpentijnolie vermengde, natuurlijke harsen veel als schildersmedium gebruikt: de zogenaamde balsems. Het woord terpentijn duidde oorspronkelijk de hars aan. Historisch belangrijke typen zijn de:
- Venetiaanse terpentijn, ook wel Lariksterpentijn genoemd, want deze balsem werd gewonnen uit de Larix decidua, de Europese lork. De hars bevat maar een vijfde aan terpentijnolie, de rest is voornamelijk larizinolzuur. De dus zeer stroperige gelige vloeistof, die in niets lijkt op de terpentijn die nu te koop is, was zeer geliefd vanwege de fonkelende glans die hij aan de olieverfglacis gaf. De stad Venetië had het monopolie in de belangrijkste productiegebieden in de Alpen, waar de hars uit de bomen getapt werd. Deze terpentijn was het duurst, want hij bleef helder na droging. Dat was anders bij de goedkopere:
- Straatsburgse terpentijn. Dit is niets anders dan de hars van sparren (meestal Abies alba of A. pectinata). Deze hars bevat een derde aan terpentijnolie en is dus veel vloeibaarder. Het nadeel van dit type was dat het abiëtinezuur bevat, wat op den duur de verf dof maakt. Op veel schilderijen van rond 1800, toen het mode werd zeer grote hoeveelheden hars aan de verf toe te voegen, zijn de effecten hiervan duidelijk zichtbaar. De naam komt van de belangrijkste stapelmarkt tussen de productiegebieden in de Vogezen en het Zwarte Woud.
- Franse terpentijn: oorspronkelijk is dit de hars die gewonnen werd uit dennen (meestal Pinus pinaster aan de Franse oceaankust). Deze balsem gold als inferieur. Wellicht dat hij daarom als eerste gebruikt werd voor rectificatie. In het midden van de 19e eeuw wordt dit de naam van alleen de zo gewonnen balsemterpentijnolie en is dus gewoon wat wij tegenwoordig onder terpentijn verstaan. Toen de balsems in onbruik raakten, viel de noodzaak voor het onderscheid weg en daarmee ook de toevoeging "Franse". Sommige merken bleven die aanduiding echter wel gebruiken, vooral voor goedkope enkel gerectificeerde terpentijn, die nog een zekere harscomponent bevatte. Daardoor kreeg de naam een ongunstige betekenis.
Nog steeds wordt er harsolieverf in tuben geproduceerd. Hoewel sommige merken nog Venetiaanse terpentijn verkopen, is het schildertechnisch belang daarvan alleen nog gelegen in de restauratie of imitatie van oude werken: er zijn nu superieure vervangers in de vorm van media op copaïva- of alkydbasis.
[bewerken] Winning in de Verenigde Staten
In de 19e eeuw waren vooral de Amerikaanse staten South en North Carolina bekend om hun grootschalige productie van terpentijn, teer, pek en houtskool. Er werd daar vooral gewerkt met de moerasden (Pinus palustris) die er in uitgestrekte wouden voorkwam. Inwoners van North Carolina worden nog steeds Tar Heels (teerhielen) genoemd en er is nog steeds een stad Tarboro aan de Tar River die aan de inmiddels verdwenen industrie herinnert. In de Carolina's bereikte de productie rond 1850 zijn hoogtepunt en verspreidde zich van daaruit naar het zuiden en westen. In veel streken kreeg de productie van terpentijn een geduchte concurrent in de houtkap die de bossen deed verdwijnen.
Rond de vorige eeuwwisseling vond Dr Charles Herty van de Universiteit van Georgia een nieuw aftapproces uit bestaande uit een opvangkroes en een aantal ingekerfde gleuven en metalen gootjes aangebracht in de bast van de boom. Deze methode betekende een aanzienlijke verhoging van de productie en dit verlengde het leven van de commerciële industrie in deze streken in de 20e eeuw. Het laatste vat werd in 2001 gewonnen. Nu vindt winning op andere werelddelen plaats [1]
[bewerken] Trivia
- Terpen Tijn is een kunstschilder uit de stripverhalen over Olivier B. Bommel van Marten Toonder
- Adèle Bloemendaal zong rond 1976 een lied met de titel "Rozengeur en terpentijn"
| Referenties: |

