Hop (plant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hop
Vrouwelijke plant
Vrouwelijke plant
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Rosales
Familie: Cannabaceae (Hennepfamilie)
Geslacht: Humulus
Soort
Humulus lupulus
L. (1753)
vrouwelijke hopbellen linksboven en rechtsonder en mannelijke bloemen rechtsboven
vrouwelijke hopbellen linksboven en rechtsonder en mannelijke bloemen rechtsboven
Hopoogsten in Hallertau
Hopoogsten in Hallertau
Hoptuin in de herfst bij Neustadt an der Donau
Hoptuin in de herfst bij Neustadt an der Donau
Afbeeldingen Hop op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Hop op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De hop (Humulus lupulus) is een plant uit de hennepfamilie (Cannabaceae), die in Nederland en België in het wild voorkomt, en hier vroeger ook veel geteeld werd. De hopbellen (vruchtkegels) worden als conserveer- en smaakmiddel gebruikt bij de bereiding van bier. Hop is een meerjarige plant die overwintert als wortelstok. De soort komt van nature voor in het grootste deel van de gematigde- en koude zone van het noordelijk halfrond, ten noorden van de 32e breedtegraad.[1][2][3] De plant werd al vroeg op veel plaatsen in de wereld nabij brouwerijen verbouwd. Door de teelt heeft de hop zijn areaal uitgebreid naar Zuid-Amerika, Zuid-Afrika, Australië en Tasmanië.

Beschrijving[bewerken]

Hop is een tweehuizige, meerjarige, rechtswindende klimplant. Het is een hemikryptofyt: de plant overwintert als wortelstok, de bovengrondse scheuten zijn kruidachtig en eenjarig. De stengel is knobbelig en daardoor ruw. De bladeren zijn tegenoverstaand, lang gesteeld met steunblaadjes aan basis van de bladsteel, en hebben een hartvormige voet en gezaagde rand. Meestal zijn ze gelobd, met drie, soms vijf lobben. De bladen aan de top van de stengel kunnen ongedeeld zijn.

De bloemen, die in Noordwest-Europa verschijnen van juli tot september, groeien in pluimen in de bladoksels, bij de mannelijke bloeiwijzen staan de bloemen afzonderlijk aan het eind van de pluimsteeltjes, bij de vrouwelijke bloeiwijzen staan aan het eind van de pluimstelen aartjes met meerdere bloemen. Hieruit ontwikkelen zich de karakteristieke 'bellen', eivormige vruchtkegels die in augustus/september aan de vrouwelijke plant groeien.[4][5]

Hopvariëteiten[bewerken]

Er zijn vijf natuurlijke variëteiten van de hop benoemd (zie Taxonomie). Net als bij andere cultuurgewassen worden er van de hop veel verschillende cultuurvariëteiten (cultivars) gekweekt (zie Lijst van hopvariëteiten). Er bestaat ook een siervariant, de cultivar Humulus lupulus cv. Aureus, met goudgele bladeren (de gouden hop), gekweekt door het Wye College in Kent.

Veel van de nieuwe Engelse cultuurvariëteiten van de zeventiger jaren hebben een donkerrode rank, terwijl de oudere rassen een groene rank hebben. De kleur van de rank, de vorm van het blad, de kleur van het blad en van de hopbel, de vorm en de grootte van de hopbel en uiteindelijk het aroma van de rijpe hopbel zijn punten die het mogelijk maken de verschillende hopvariëteiten te herkennen.

Taxonomie[bewerken]

De hop is een plant uit het geslacht Humulus in de familie van de Cannabaceae (hennepfamilie). De naam van het geslacht en de soort werden in 1753 door Linnaeus geldig gepubliceerd in Species plantarum.[6] Linnaeus citeerde verschillende andere werken[7] maar wees geen type-exemplaar aan. In 1978 wees Ernest Small uit het beschikbare materiaal het specimen Clifford Herbarium 458, Humulus 1 (BM-000647487)[8] aan als "lectotype".[9][10] Dit specimen bevindt zich in het British Museum of Natural History. Het epitheton lupulus werd volgens John Ray al door Plinius de Oudere genoemd.[11]

In het geslacht Humulus is een handvol soorten benoemd,[12] waarvan een deel later is gereduceerd tot variëteit van Humulus lupulus. Van deze soort worden nu de volgende natuurlijke variëteiten onderscheiden:

  • Humulus lupulus var. lupulus - Europese hop
  • Humulus lupulus var. cordifolius (Miquel) Maximowicz - Japanse hop
  • Humulus lupulus var. neomexicanus A. Nelson & Cockerell - Amerika (noordwestelijke staten) en Canada
  • Humulus lupulus var. pubescens E. Small - Amerika (midden- en westelijke staten)
  • Humulus lupulus var. lupuloides E. Small - Amerika (oostelijke staten)

Oorsprong[bewerken]

Op grond van de verspreiding van de hedendaagse genetische variatie, stellen Murakami et al. dat het geslacht Humulus waarschijnlijk in China is ontstaan.[13] Als aanvullende aanwijzing hiervoor noemen ze dat alle drie de tegenwoordig nog onderscheiden soorten (H. lupulus L., H. japonicus Siebold & Zuccarini [syn. H. scandens (Loureiro) Merrill] en H. yunnanensis Hu) in China voorkomen en dat één ervan een endeem is. Volgens dezelfde auteurs heeft Humulus lupulus zich 6,38 miljoen jaar geleden, in het Mioceen, gescheiden van Humulus japonicus. De eerste soort heeft zich daarna in een aantal variëteiten gesplitst. Aangezien de nu bekende variëteiten lupuloides, neomexicanus en pubescens uit Noord-Amerika en var. cordifolius uit Oost-Azië nauwer aan elkaar verwant zijn dan aan var. lupulus, moet de soort zich volgens Murakami et al. eerst in twee variëteiten hebben gesplitst waarvan de een, in het noodwesten van China, de voorouder van var. lupulus was, en de ander, in het zuidoosten, de voorouder van de overige. Dit zou 1,05 (±0,28) tot 1,27 (±0,30) miljoen jaar geleden, in het Pleistoceen, gebeurd zijn. De noordwestelijke variëteit, H. l. var. lupulus, heeft zich daarna over West-Azië en Europa verspreid. De zuidoostelijke variëteit heeft zich over Oost-Azië en Noord-Amerika verspreid, en zich verder ontwikkeld tot de vier nu bekende variëteiten. De scheiding tussen de Oost-Aziatische en Noord-Amerikaanse variëteiten moet vervolgens 0,46 (±0,17) tot 0,69 (±0,21) miljoen jaar geleden hebben plaatsgehad.

Op grond van de genetische variatie in Humulus lupulus var. lupulus, concluderen de auteurs dat deze variëteit niet recent door mensen in Europa is geïntroduceerd. Humulus lupulus komt dus van nature in Europa voor. De geringe genetische variatie in de Europese populatie laat zich geheel verklaren door de laatste ijstijd (Weichselien), waarna de soort zich in hoog tempo vanuit het zuiden opnieuw in vrijwel heel Europa vestigde.

Ecologie[bewerken]

Hop groeit op voedselrijke, humeuze, gewoonlijk vochtige grond, maar niet op zeeklei. In elzen- en wilgenbossen groeit hop vaak op de hoogste delen, zoals rond de stammen. Hop klimt graag in doornstruwelen. De plant groeit vaak samen met andere lianen zoals bitterzoet (Solanum dulcamara), heggenduizendknoop (Fallopia dumetorum), wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum), bosrank (Clematis vitalba), en heggenrank (Bryonia cretica).

Hop is een van de waardplanten van de gehakkelde aurelia. Aan het eind van de negentiende eeuw gold hop als de voornaamste waardplant voor deze vlinder in Groot-Brittannië en veroorzaakten de rupsen soms grote schade in de teelt van dit gewas. De hopwortelboorder (Hepialus humuli) leeft behalve van hop ook van wilde peen, paardenbloem en zuring. Hij kan schade veroorzaken in hopkwekerijen.[5]

Plantengemeenschap[bewerken]

De hop is een kensoort voor de associatie van sleedoorn en eenstijlige meidoorn (Pruno-Crataegetum).

Hop in bier[bewerken]

De lupulinekorreltjes uit de vruchtkegels van de vrouwelijke plant (hopbel) worden vanwege de alfazuren en de etherische oliën (aroma's) gebruikt als grondstof voor bier. Aanvankelijk werd hop aan bier toegevoegd als conserveringsmiddel, maar tegenwoordig wordt het uitsluitend toegevoegd om de bittere smaak en het aroma. Zeker in de Engelse bitters en in de meeste Belgische speciaalbieren is het onmisbaar, omdat in die bieren veel meer hop wordt toegevoegd dan in lagerbieren. Voorbeelden van hoppige bieren zijn Amstel 1870, Brand UP, Jopen Hoppen en Christoffel Bier in Nederland, XX Bitter, Hommelbier, Hopus, Cristal Alken en Stella Artois in België en Beck's en Jever in Duitsland.

Overjarige hop heeft een kaasgeur, die het gevolg is van de oxidatie van bètazuren die gedurende de opslag plaatsheeft.[14][15] Voor Lambiek gebruikt de brouwer deze overjarige hop, waarvan de vluchtige bitterstoffen vervlogen zijn, maar die alle andere hopeigenschappen nog heeft. Vroeger werd de variëteit Coigneau (Aalst - Asse) aangewend voor lambiek, omdat deze hopvariëteit, thans uitgestorven, zeer weing bitterheid gaf.

Bitterheid[bewerken]

De bittere smaak wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de aanwezigheid van alfa- en bètazuren in de hop. Deze smaken op zichzelf niet bitter maar tijdens het brouwproces (met name het koken) worden ze geïsomeriseerd, waarbij de alfa- en betazuren worden omgezet in iso-alfazuren en iso-betazuren, en die smaken wel bitter. De hoeveelheid alfazuren is afhankelijk van de hopvariëteit en varieert van 2 tot 18%.

Aroma[bewerken]

Gekweekte hoprassen verschillen van elkaar in onder andere de hoeveelheid en verhouding van de verschillende aroma's, hetgeen van belang is voor de smaak van het bier. In de verschillende hopvariëteiten varieert het percentage etherische oliën van 0,5% tot 5%.

Water[bewerken]

De hopbellen van de vrouwelijke hopplant bevatten bij de oogst circa 80% water, wat als gevolg zou hebben dat de bellen verrotten indien ze in die toestand bewaard zouden worden. Daarom moeten de hopbellen direct bij de oogst gedroogd worden om het gehalte aan water terug te brengen tot maximaal 10%. De EU schrijft dit ook wettelijk voor. Het drogen wordt gedaan in eesthuizen. Het drogen is een belangrijk deel van het oogsten en verwerken van de hopbellen. Indien men te lang en bij te hoge luchttemperatuur (hoger dan 65 graden Celsius) droogt, zal men aroma verliezen. Dit betekent ook dat indien men meteen na de oogst met verse (ongedroogde) hop brouwt, men meer aroma in het bier zal hebben. Brouwen met "natte" hop kan dus alleen gedurende een zeer korte tijd na de oogst, daar "natte" hoppen niet houdbaar zijn.

Sommige brouwerijen brouwen met de verse hop tijdens de oogstperiode een speciaalbier. De eerste brouwerij die daarmee rond 1992 begon was de Wadworth Brewery in Devizes, Engeland, daarna gevolgd door vele brouwerijen in Engeland en vervolgens in andere landen, onder meer Brouwerij De Ranke (Hop Harvest) en Brouwerij De Plukker (Plukker Single Hop 2012) in België. Op het Great American Beer Festival begon men in 2012 met een categorie voor bieren gebrouwen met verse ("natte") hop. De eerste brouwerij in de VS die deze techniek toepaste was in 1994 de Sierra Nevada Brewery in Chico, Californië. Deze brouwerij won in deze nieuwe categorie een gouden medaille bij het Great American Beer Festival van 2012.

Het verbouwen van hop[bewerken]

Locaties[bewerken]

Vanouds werd hop verbouwd daar waar er brouwerijen waren. Het ontbreken van een infrastructuur om grondstoffen van over grotere afstand bij de brouwerij te krijgen, leidde ertoe dat brouwerijen samenwerkten met boeren om hop en gerst te telen. Sommige microbrouwerijen doen dat tegenwoordig weer.

In 2005 werd naar schatting zo'n 80.000 ton hop geoogst, van 55.000 hectare land, verspreid over de hele wereld. In Vlaanderen werd vroeger hop verbouwd in de streek rond Aalst en Asse waar nu maar twee hopboeren meer hopvelden hebben, en wordt het nog steeds verbouwd in de Westhoek rond Poperinge (waar van hommel wordt gesproken). Het areaal neemt hier door de sterke concurrentie uit het buitenland gestaag af. In Nederland werd vroeger ook hop verbouwd, bijvoorbeeld op de zandgronden in Noord-Brabant en in het noordoosten van het land. Het Brabantse Schijndel stond in de 14e eeuw bekend om de hophandel en in Veghel stond midden in het dorp ooit een hopwaag. Het Drentse Peize stond van de 16e tot de 18e eeuw bekend als hopdorp. Een 'museumtuin' midden in het dorp, vele namen, en een Peizer bier herinneren daar nog aan. Sinds 1997 wordt voor de Gulpener Bierbrouwerij hop verbouwd in het Zuid-Limburgse Reijmerstok.

Nederlandse (Vlaamse) hopboeren hebben begin 1500 hoptuinen aangeplant in Kent, Engeland en van daaruit werden hoptuinen aangelegd bij brouwerijen tot in Aberdeen in Schotland.

In Duitsland wordt op meer dan 18.000 hectare hop verbouwd. Het is daarmee nog steeds één van de grootste hopproducerende landen ter wereld. Een populaire aromahop - Saaz - komt inmiddels vrijwel exclusief uit het voormalige Oostblok rond Tsjechië (Bohemen) en wat uit Hongarije.

In de noordwestelijke staten van de Verenigde Staten, met name in de staat Washington, wordt veel hop verbouwd. Kleinere hoeveelheden worden verbouwd in de staten Oregon en Idaho. Hier wordt ook geëxperimenteerd met nieuwe variëteiten, die minder lange stengels produceren (dwerghopvariëteiten) waardoor de teelt en oogst eenvoudiger en goedkoper worden. De gewone hop heeft stengels die groeien tot een hoogte van zes tot negen meter, de nieuwe variëteiten komen niet hoger dan ruim twee meter. In de Verenigde Staten worden in vergelijking met andere hopproducerende landen de meeste verschillende hopvariëteiten verbouwd, circa 50 in getal.

Teelt[bewerken]

Hop is één van de snelst groeiende planten in het plantenrijk. Hij haalt gemiddeld een groeisnelheid van 10 cm per dag. In een laagbouwcultuur laat men de planten groeien tot zo'n drie meter. Op een hoogbouwplantage is circa 8 meter mogelijk. Een plant kan zo'n honderd jaar oud worden.

Een nieuwe toepassing voor de hopteelt zijn de hopscheuten. De scheuten, vergelijkbaar met taugé en alfalfa, worden gestoken op het ogenblik dat ze nog onder de grond zitten, en worden vooral in België beschouwd als een delicatesse.

Omdat de zaden van bevruchte bloemen veel vetten bevatten zijn bevruchte bloemen ongewenst in verschillende landen zoals België, Duitsland en de Verenigde Staten. Daarom worden in teeltgebieden in die landen tot op vele kilometers van de hopvelden alle mannelijke planten zo snel mogelijk verwijderd en zelfs wettelijk niet toegestaan. Door de energierijke inhoud zijn zaden een geliefd voedsel voor vogels, die daarmee tegelijk voor de verspreiding ervan zorgen. Doordat er zo steeds nieuwe planten worden aangevoerd, is het verwijderen van alle mannelijk planten in de praktijk onuitvoerbaar, en is er ook altijd een klein percentage bloemen met zaden. In het Verenigd Koninkrijk worden mannelijke planten niet verwijderd omdat de hopboeren daar juist graag hun vrouwelijke planten bevrucht zien. Dat het vet schuimnegatief is deert hen niet, daar zij immers geen schuim op hun bier verlangen.

De hopplant heeft minimaal 14 uur per dag licht nodig en groeit daarom optimaal op breedtes hoger dan 32°. In Zuid-Afrika heeft men getracht hop te telen, wat pas succesvol werd toen men in de hoptuinen met kunstlicht ging werken. Rond 1985 is het Wye College uit Kent te hulp geschoten met het kweken van hopvariëteiten die konden groeien met 10 uur licht.

Effecten van hop[bewerken]

Aan het extract van hop wordt een rustgevende en slaapverwekkende werking toegeschreven.[16] Met dit doel wordt het soms in thee verwerkt. Ook wordt het beschouwd als maagversterkend. Eén van de in hop voorkomende stoffen is lupuline, waarvan soms wordt beweerd dat het een oestrogene werking heeft.

Mensen die met de hand de rijpe hopbellen plukten, kregen nogal eens klachten die de 'hopplukkersziekte' genoemd werden. Ze bestonden uit verschijnselen als hoofdpijn, ademhalingsklachten en huidirritatie. De vraag is of dit te maken had met de hop of met de chemicaliën waarmee de hop werd bespoten gedurende het groeiproces.[17]

Afbeeldingen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen

Noten en referenties

  1. Humulus lupulus in de Flora of China
  2. Humulus lupulus in de Flora of North America
  3. Humulus lupulus in de Flora Europaea
  4. Ruud van der Meijden, Heukels' Flora van Nederland, 23, Wolters-Noordhoff, Groningen, 2005
  5. a b E.J. Weeda, Nederlandse Oecologische Flora, IVN, 1985
  6. Linnaeus, C. (1753), Species plantarum deel 2: 1028
  7. Linnaeus verwees naar zijn eigen Hortus Cliffortianus 458, Flora Suecica n°818 en Materia Medica n°458, en naar Dalibards Florae Parisiensis prodromus 301 en Van Royens Florae Leydensis prodromus 222, die elk op zich weer terugwezen naar Hortus Cliffortianus (van 1738) of Genera plantarum n°750 (1e druk, 1737). In Hortus Cliffortianus verwees Linnaeus naar Herman Boerhaave's Index alter plantarum 2: 104 (1727), John Ray's Historia plantarum 1: 156 (1686), Gaspard Bauhins Pinax 298 (1623), Johann Bauhins Historia plantarum universalis deel 2: 152 (1651) en naar Robert Morisons Plantarum historiae universalis Oxoniensis deel 2: 37 (38) en sect. 1 T.7 (1715). In deze laatste twee werken zijn ook afbeeldingen te vinden.
  8. Lectotype van Humulus lupulus (BM-000647487), bewaard in het Natural History Museum in Londen
  9. Small, E. (1978), A Numerical and Nomenclatural Analysis of Morpho-Geographic Taxa of Humulus. Systematic Botany 3: 37-76 (61) (Abstract)
  10. Humulus lupulus in The Linnaean Plant Name Typification Project
  11. in Naturalis historia Liber 21, Caput 15, zie: Ray, J. (1686), Historia plantarum deel 1: 156
  12. Humulus in de IPNI-database
  13. Murakami, A., Darby, P., Javornik, B., Pais, M.S.S., Seigner, E., Lutz, A. & Svoboda, P. (2006), Molecular phylogeny of wild Hops, Humulus lupulus L. Heredity 97: 66-74
  14. De Clippeleer, J. (2013). Flavour stability of pale lager beer; Characterisation of critical factors related to wort production and hopping. Dissertatie KU Leuven
  15. Samenvatting van het onderzoek van De Clippeleer
  16. Hüsstege, G. (1976). Zakflora voor Bos en Heide. Helmond: Uitgeverij Helmond. ISBN 9025265650
  17. Bartels, M. (2007), Boeren voor de stad, RAD nr. 21, Gemeente Deventer, Deventer