Tandheelkunde
Tandheelkunde (Odontologie) is het vakgebied dat zich bezighoudt met het herkennen, voorkomen en behandelen van ziekten van de tanden en de omringende structuren. In Nederland is de studie Tandheelkunde mogelijk in Groningen (RUG), Nijmegen (KUN) en Amsterdam (ACTA -gemeenschappelijk UvA en VU). De studie Tandheelkunde duurt 6 jaar (zowel bachelor als master studie bestaan uit een 3-jarig curriculum). Na voltooiing van de masterfase wordt de titel tandarts verkregen. Er zijn specialisaties mogelijk tot orthodontist en kaakchirurg. Na het voltooien van de opleiding wordt de specialist ingeschreven in een wettelijk erkend register. In deelgebieden kunnen tandartsen zich differentiëren in deelgebieden van de tandheelkunde. De erkening na voltooien van de opleiding vindt plaats via beroepsorganisaties en hebben geen wettelijke status.
[bewerken] Beroepsmatig
Binnen de tandheelkunde zijn de volgende deeldisciplines te onderscheiden:
- pedodontologie oftewel kindertandheelkunde: specifiek gericht op het behandelen van kinderen;
- conserverende tandheelkunde: is de studie die zich richt op het saneren (gezondmaken) van de tanden door vullingen van goud, amalgaam, composiet of glasionomeercement;
- parodontologie: houdt zich bezig met de behandeling van de structuren rond de tanden, zoals het tandvlees en het ligamentum parodontale;
- endodontische tandheelkunde: gericht op behandelen van aandoeningen van het tandmerg;
- orthodontie: vakgebied gericht op het corrigeren van een verkeerde tand- en/of kaakstand;
- kaakchirurgie oftewel mondheelkunde: zowel kleinere als grotere chirurgische ingrepen in en van de kaken. Ook de Orale pathologie wordt hieronder gerekend;
- Temporomandibulaire dysfunctie oftewel TMD: het behandelen van aandoeningen van het kaakgewricht;
- adhesieve tandheelkunde: deelgebied van de tandheelkunde dat zich bezighoudt met het restaureren, beschermen of verfraaien van het gebit door het 'plakken' van composietmateriaal aan (resterend) tandmateriaal;
- prothetiek: het plaatsen van protheses of kronen en bruggen ter vervanging van verloren gegane of serieus aangetaste tanden en kiezen;
- implantologie: vakgebied gericht op het vervangen van tanden door zogenaamde implantaten, ofwel kunsttanden;
- gerodontologie: het tandheelkundig behandelen van ouderen;
- forensische tandheelkunde: vakgebied gericht op identificatie van slachtoffers, onder andere aan de hand van een gebitsstatus.
De tandarts als algemeen practicus dient van al deze markten tot op zekere hoogte thuis te zijn want al deze disciplines komen in de algemene praktijk voor. Voor uitgebreide behandeling op het gebied van een van deze disciplines bestaat er echter de mogelijkheid tot horizontale of verticale verwijzing naar een specialist dan wel gedifferentieerd tandarts. Als specialisatie worden onderscheiden de kaakchirurg en de orthodontist. Gedifferentieerde tandartsen hebben zich bekwaamd tot een deelgebied van de tandheelkunde als kindertandarts, tandarts-endodontoloog, tandarts-parodontoloog, tandarts-implantoloog, tandarts-gnatholoog. Daarnaast kent men de tandarts-gerodontoloog en de forensisch odontoloog.
[bewerken] Aanverwante beroepen
In het veld van de tandheelkunde moet de tandarts soms een beroep doen op meer technisch dan medisch geschoolde deskundigen. Soms ook is de kennis van de tandarts te algemeen en moet hij de patiënt doorsturen naar chirurgen.
Deze aanverwante beroepen zijn:
[bewerken] Nederland
In Nederland zijn tandartsen verenigd in twee beroepsorganisaties, te weten de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT) en de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT).
Een in Nederland practiserend tandarts dient ingeschreven te zijn in het BIG-register. Tevens dient hij aangesloten te zijn bij een klachtencommissie voor patiënten. Zowel de ANT als de NMT hebben voor hun leden klachtencommissies in het leven geroepen. Indien een tandarts niet is aangesloten bij een van de beroepsorganisaties dient de tandarts te voorzien in een eigen klachtenregeling. Voor de honorering van tandartsen gelden de UPT-Uniforme Particuliere Tarieven. Deze tarieven worden vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). (voorheen het COTG).