The Ramblers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

The Ramblers is een jazzy dansorkest, dat vooral beroemd is geworden als populair radio-orkest in Nederland in het midden van de twintigste eeuw. Het orkest beschikte over het volledige instrumentarium van de bigbands uit die tijd en bracht een gemengd repertoire van jazz en amusementsmuziek. In de jaren dertig van de 20e eeuw hadden muziekensembles met dergelijk aanbod enorm veel succes in Europa, en aan hun dominantie binnen de jazz kwam pas een einde door de komst van de bebop in de jaren veertig.

Beginperiode[bewerken]

The Ramblers werden opgericht op 1 september 1926, als cabaretorkest voor het cabaret La Gaîté in Amsterdam. Onder leiding van Theo Uden Masman groeide het uit tot het bekendste dansorkest van Nederland. De oorspronkelijke bezetting was: Louis de Vries, trompet; Jan Gluhoff, klarinet en saxofoon; Gerard Spruyt, trombone; Theo Uden Masman, piano; Jac. Pet, banjo; Kees Kranenburg, drums, en Jack de Vries, sousafoon.

De soort muziek die zij speelden kreeg bij de christelijke KRO en de NCRV geen voet aan de grond en werd zelfs als minderwaardig beschouwd. In 1933 werd het eerste radio-concert gegeven voor de VARA, en er zouden er nog meer dan tweeduizend volgen. Vanaf 1936 werden The Ramblers zelfs het vaste huisorkest van deze socialistische omroep. The Ramblers introduceerden zo de swing in Nederland. Jack Bulterman was de motor achter Nederlandstalige succesliedjes als Wie is Loesje, Het proces van Pietertje Swing, Meneer de baron is niet thuis, De Ramblers gaan naar Artis (van Paul Roda) en Weet je nog wel die avond in de regen?.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de oorlog speelden The Ramblers voor de gelijkgeschakelde Nederlandsche Omroep. De joodse leden Sem Nijveen en Sal Doof werden in 1941 weggestuurd. Bij de optredens die volgden waren twee lege stoelen te zien. The Ramblers hebben tijdens de oorlog de zorg op zich genomen van de joodse leden, inclusief gelegenheid tot onderduiken. Doof ontkwam niet aan de Duitsers. In 1942 vaardigde het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten een verbod uit op "negroïde en negritische elementen in dans- en amusementsmuziek" uit. Een van die maatregelen was dat orkesten geen Engelse naam mochten dragen. The Ramblers veranderden hun naam noodgedwongen in Theo Uden Masman en zijn Dansorkest. Met vernederlandsing tot De Remblers namen de Duitsers geen genoegen, hoewel het orkest hen ter wille was door op te treden voor de Wehrmacht en Duitse liefdadigheidsinstellingen. Ook scatzingen, dempers en drumstops en zowat alles wat jazz tot jazz maakt, werd vanaf 1942 verboden.

The Ramblers na oorlogs programma boekje De speellijst waaruit gekozen werd

Naoorlogse periode[bewerken]

Het feit dat Theo Uden Marsman met zijn dansorkest ook tijdens de nazificatie voor de openbare oproep bleef werken kwam hem na de bevrijding duur te staan. Vooral zijn optredens voor de Wehrmacht en het Nederlandsch Arbeidersfront (de nazi-vakbeweging) werden hem kwalijk genomen. Hij werd beschuldigd van collaboratie, maar desondanks werden The Ramblers ook na de oorlog opnieuw populair. Na de bevrijding kreeg het orkest wel een speelverbod tot 1 januari 1946, en Theo Uden Masman mocht het orkest niet leiden tot 5 mei 1946. De Ramblers speelden in de eerste maanden na de bevrijding buiten Nederland, onder leiding van drummer Kees Kranenburg. De eerste concerten in Nederland verliepen tumultueus door protesten van verzetslieden. Echter, de in de oorlog ontslagen Sem Nijveen keerde na de oorlog gewoon weer terug in het orkest. Hij zei over de oorlog: "Ze speelden door om te leven". Hij was het niet eens met het beeld dat de Ramblers "fout in de oorlog" waren geweest en had een hoge pet op van de vasthoudendheid waarmee Theo Uden Masman hem en zijn lotgenoot Sal Doof steeds had beschermd. In 1955 traden zij op samen met het Rotterdams Philharmonisch Orkest waarbij Rolf Liebermann's Concerto For Jazzband And Symphonic Orchestra ten gehore werd gebracht. Ook werd, met matig succes, aansluiting gezocht bij jonge artiesten als Rob de Nijs. Op 11 april 1964 gaf Uden Masman met de Ramblers het laatste optreden voor de VARA-microfoon; de VARA ging verder met het VARA-Dansorkest onder leiding van Charlie Nederpelt. Een jaar na het gedwongen afscheid overleed Theo Uden Masman.

Heroprichting[bewerken]

The Ramblers werden in 1974 heropgericht onder leiding van Jack Bulterman en Marcel Thielemans. Het orkest vond een nieuw thuis bij de TROS en bediende de trouwe aanhang met vooral oud repertoire. Oude muzikanten stonden hun plaats af aan nieuwe. In 1997 werd Jacques Schols de nieuwe orkestleider. Onder zijn leiding krijgen nieuwe nummers weer een kans.

The Ramblers staan sinds 1992 in het Guinness Book of Records als oudste dansorkest ter wereld; hoewel deze eer in feite te beurt viel aan The Original Victoria Band o.l.v. Ad Houtepen, die reeds in 1924 was opgericht.

Opnamen[bewerken]

Het Nederlands Jazz Archief (NJA) heeft vele cd's uitgebracht met muziek van The Ramblers.

Trivia[bewerken]

In de roman De Avonden van Gerard Reve figureren de Ramblers als De Zwervers, in deze passage:

" 'De Zwervers gaan verder met Sensatie Nummer Een', zei de omroeper. 'Tuut tuut te tuut tuut', zei zijn moeder, toen het nummer begon, 'verschrikkelijk'. 'Je moet jazzmuziek proberen te volgen', zei Frits. Hij zat op een stoel dichtbij het toestel. 'Kan dat gemier niet af ? vroeg zijn vader en richtte zich op. 'Nee', zei Frits, 'je moet eens luisteren, dan zul je horen, dat het geen onsamenhangend lawaai is. Het orkest geeft het ritme aan, de saxofoon speelt de melodie en de improvisaties.' 'Maar het kan wel zachter', zei de man en draaide de knop terug."