Tom Poes
Tom Poes is een Nederlands stripfiguur en het hoofdpersonage in de gelijknamige stripverhalen van Marten Toonder. Tom Poes is een kleine, witte kat. De naam is een woordspeling op het gebakje tompoes.
Inhoud |
[bewerken] Oorsprong
In 1931 maakte de jonge Marten Toonder een zeereis naar Buenos Aires. Daar ontmoette hij een gewezen assistent van Pat Sullivan en Otto Messmer, de geestelijke vaders van Felix de Kat. Deze Jim Davis bracht in korte tijd Toonder enkele principes van het striptekenen bij. Het is niet uitgesloten, dat deze ervaring[1] Toonder ertoe heeft gebracht, juist een kat de hoofdrol in zijn grote stripreeks te geven.
De eerste Tom Poes strip (Tom Poes en Het geheim der blauwe aarde) verscheen vanaf 16 maart 1941 in het dagblad De Telegraaf/Nieuws van de dag. Aanvankelijk betrof het een kinderstrip, voor jeugd vanaf 10 jaar. De eerste zes strips van het eerste verhaal werden geschreven door Phiny Dick, Toonders echtgenote, en van het begin af aan getekend door Marten Toonder. De eerste buitenlandse publicatie verscheen op 18 december 1941 in het tweeweeksblad Punta in Tsjechoslowakije.[2] Phiny vond het erg leuk dat Fraenkel van De Telegraaf de broer van haar Miezelientje eruit had gezocht. De naam Tom Poes was ook een suggestie van haar, toen ze met moorkoppen thuiskwam een uur voordat Marten zich met strip en naam moest melden bij de Telegraaf.[3]
Aanvankelijk was Tom Poes de hoofdfiguur in de strip, die overigens altijd zijn naam zou blijven dragen. In het derde avontuur, ('In den toovertuin') stapt een zekere Heer Olivier B. Bommel de verhalen binnen. Heer Bommel wordt eerst een vast karakter in de strips, en langzamerhand groeit hij zelfs tot de hoofdpersoon uit. In het 153e verhaal Het griffoen-ei speelt Tom Poes geen rol, al wordt hij wel even genoemd. Maar zo is hij wel nog als enige in alle 177 verhalen aanwezig.
[bewerken] De strip
De avonturen van Tom Poes verschenen zowel als een dagstrip (dagelijks gepubliceerd in diverse dagbladen, aanvankelijk in De Telegraaf, na de oorlog gedurende meer dan vier decennia in de NRC Handelsblad en de Volkskrant (1947-1965)), en in vele regionale dagbladen) en als weekstrip (o.a Ons Vrij Nederland, Donald Duck, en Revue). In de dagstrip staan de teksten naast of onder de tekeningen, in de weekstrip zijn ze in tekstballonnen in de tekeningen opgenomen. De dagstrip geldt als het belangrijkste werk, en het immense volume (11768 afleveringen (in totaal 177 verhalen) tot aan 'Het einde van eindeloos' in 1986) doet al het andere werk verbleken.
Waar Toonder aanvankelijk teksten schreef om de tekeningen te verduidelijken, worden vanaf ca. 1950 de rollen omgedraaid. Toonder is niet langer in de eerste plaats een tekenaar maar wordt een verteller. Zijn verhaaltrant kent vele eigenaardigheden, die hun weg in het dagelijks taalgebruik hebben gevonden. Toonder speelt in de Tom Poes-verhalen op meesterlijke wijze met de Nederlandse taal. Al in 1954 werd hij opgenomen als lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde waarmee hij als literator wordt erkend. Toch zal de discussie over het literair gehalte van de Tom Poes verhalen nog jaren voortduren. Met het verschijnen van het verhaal 'De bovenbazen' in 1964 verstomde deze discussie. [bron?] Sindsdien zijn Toonders literaire kwaliteiten onomstreden.
Het succes van de Tom Poes-verhalen is voor een belangrijk deel terug te voeren op de wisselwerking tussen de slimme, bijna betweterige kat en de dommige en ietwat naïeve heer van stand. Tom Poes mag dan in de strips vrijwel voortdurend de redding zijn van Heer Bommel, Heer Bommel was de redding van Tom Poes als stripfiguur. De komst van Anne Marie Doddel, die in De kiekvogel tussen de twee vrienden in komt wonen aan de Distellaan, wordt door Tom Poes meteen al gezien als een bedreiging. "Als dat maar goed gaat."
Hoewel er meerdere verhalen bestaan waarin Heer Bommel niet meespeelt, is er slechts één verhaal waarin Tom Poes geen opwachting maakt: Het griffoen-ei. Dit verhaal werd voor het eerst gepubliceerd in het NRC van 9 januari 1976 t/m 6 maart 1976. Tom Poes woont al die jaren aan de Zandweg, vlakbij het kasteel aan de Distellaan.
[bewerken] Tom Poes in Donald Duck
Tom Poes verscheen lang ook als ballonstrip in het weekblad Donald Duck. Soms waren dit bewerkingen van dagstrips, soms geheel nieuwe verhalen. Deze worden weer opnieuw uitgegeven door Uitgeverij Panda. De strip verscheen van 1 oktober 1955 tot 23 augustus 1969 en van 22 augustus 1980 tot 7 oktober 1988. De laatste vijf verhalen uit die periode zijn echter overdrukken van verhalen die oorspronkelijk in het weekblad Revue verschenen. Enkele platen zijn opnieuw getekend (wat duidelijk te zien is), omdat de oorspronkelijke tekeningen bij de brand op Kasteel Nederhorst (waar Toonder Studio's destijds was gevestigd) verloren waren gegaan. Overigens zijn de meeste verhalen uit de Donald Duck niet van de hand van Marten Toonder zelf. De meeste zijn verzorgd door Dick Matena die eind jaren negentig de strip op verzoek van Toonder Studio's voortzette in de Donald Duck en nog twee strips maakte. Dit waren tot nu toe werkelijk de allerlaatste.
[bewerken] Tom Poes als stripalbum
In de jaren zeventig en tachtig verschenen de meeste Tom Poes stripverhalen als album bij uitgeverij Oberon in Haarlem. De verhalen werden in willekeurige volgorde uitgegeven. De eerste in de reeks was "Tom Poes en de Schatscherven". In 1994 werd deze reeks opgevolgd door een tweede reeks met een gele omslag bij Uitgeverij Big Balloon. Het eerste in de reeks was "Tom Poes en het geheim van het Nevelmoeras". Na een handjevol delen stopte deze reeks eind jaren negentig. Pas in 2001 begon Uitgeverij Panda met een geheel nieuwe reeks luxe verzamelboeken waarin alle Tom Poes-stripverhalen uit de Donald Duck in de juiste volgorde opgenomen werden. Omdat het hier een facsimile-uitgave betrof, werden de pagina's één op één uit de "Donald Duck"-nummers overgenomen en waar mogelijk gerestaureerd.
[bewerken] Alle Tom Poes-weekstripverhalen
De nummers tussen haakjes zijn de verhalen die bij uitgeverij Oberon in deze volgorde in albumvorm zijn verschenen. De cursief gedrukte nummers zijn de verhalen die vanaf 1994 bij Big Balloon in de gele reeks zijn verschenen.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- Avonturen van Tom Poes, uitgeverij Panda
- Museum de Bommelzolder van Pim Oosterheert
- Website van de Verzamelaars Club
[bewerken] Bronnen en referenties
- ↑ Marten Toonder Autobiografie, ISBN 90 234 3803 5, uitg. De Bezige Bij, 1998, hoofdstuk XIII.
- ↑ Volledige Werken , band 1, pagina 199.
- ↑ Het geluid van bloemen (autobiografie deel II, 1939-1945) (1993) ISBN 90 234 33300 , pagina70- 76