Als je begrijpt wat ik bedoel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Als je begrijpt wat ik bedoel (1967) is de titel van de eerste verhalenbundel die uitgeverij De Bezige Bij van de verhalen van Marten Toonder uitbracht in de serie Literaire Reuzenpockets. Deze bundel bevat de verhalen Het boze oog, De grauwe razer en Het kukel.

Daarnaast is Als je begrijpt wat ik bedoel de titel van de door Rob Houwer geproduceerde, avondvullende tekenfilm, voor een belangrijk deel gebaseerd op De zwelbast.

Film[bewerken]

Het is ook de titel van de eerste avondvullende Nederlandse tekenfilm (1983). De titel verwijst naar de uitdrukking die vaak door Heer Bommel wordt gebezigd. Bjørn Frank Jensen en Bert Kroon hebben De zwelbast tot het scenario bewerkt en hebben de film samen met Harrie Geelen geregisseerd. Ook Toonder was betrokken bij de productie van de film. De film werd geproduceerd door Rob Houwer.

De film is losjes gebaseerd op het verhaal van De zwelbast van Marten Toonder. De geboorte van de draak geboren uit een ei is ontleend aan het verhaal: Het monster-ei. Het plan van Bul Super om gasten op een chic feest te beroven is eerder vertoond in het verhaal: De doffe Doffer. In de film is de plaats van handeling het slot Bommelstein en in het genoemde verhaal het buiten van de markies de Canteclaer. Marten Toonder was niet geheel gelukkig met de film.[1] De film zou te veel het karakter van een slapstick gekregen hebben.

In 2005 is de film op dvd uitgebracht.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het verhaal gaat over Heer Bommel. Hij vindt een groot gestippeld ei waaruit een lieve, kleine draak komt. Het beestje ziet Heer Bommel als zijn vader, omdat hij de eerste was die hij zag nadat hij uit het ei gekropen was.[2] Heer Bommel neemt de zorg voor dit draakje op zich en noemt hem Zwelgje.

Het dier blijkt niet zomaar een draak, het is een zwelbast. Een zwelbast groeit en wordt een wilde draak als hij boos gemaakt wordt of als het plezier heeft. Anderzijds krimpt een zwelbast ook wanneer hij bang of verdrietig is. Verder hebben zwelbasten een hekel aan water. Bovendien heeft de zwelbast een voorliefde voor glimmende zaken zoals munten, en is hij een geboren dief. Dit zorgt uiteraard voor de nodige problemen wanneer een gegroeide Zwelgje bijvoorbeeld in zijn plezier alles om zich heen omver maait. Bommel negeert waarschuwingen dat Zwelgje een wild dier is en in De Zwarte Bergen thuishoort, en staat erop hem als zijn zoon op te voeden.

Heer Bommel kan Zwelgje niet onder controle houden. Zo ruïneert de zwelbast bijvoorbeeld zijn eigen chique feestje. Bommel probeert Zwelgje door Dr. Zielknijper te laten behandelen om wat aan zijn gedrag te doen, maar Super en Hieper ontvoeren hem op de behandeltafel in de kliniek.

Super en Hieper maken misbruik van Zwelgje. De twee laten de draak een bank beroven. Zwelgje, feitelijk nog maar een baby, is erg makkelijk te beïnvloeden en doet wat Super en Hieper hem zeggen, denkend dat het een spelletje is. Bommel verschijnt ter plekke om Zwelgje bestraffend toe te spreken, maar hierdoor zien de burgemeester Dickerdack en commissaris Bulle Bas hem als misdadiger en willen hem arresteren. Zwelgje grijpt Bommel om hem mee te nemen naar de Zwarte Bergen.

Het leven als vluchteling is veel te zwaar voor Bommel: hij kan niet in een grot slapen en knollen eten zoals Zwelgje. Hij verlangt terug naar slot Bommelstein. Bommel verdwaalt in een bos aan de voet van de Zwarte Bergen en hallucineert in zijn heimwee over Joost en diens goede zorgen. In zijn wanen loopt hij recht in de armen van de politie, die hem meteen arresteert.

Heer Bommel belandt in een cel en Dickerdack komt met een plan om ook Zwelgje te grijpen. De kans is namelijk zeer groot dat Zwelgje Bommel zal komen halen, omdat een zwelbast nooit zijn vader in de steek laat. Wanneer dat gebeurt moet Bommel Zwelgje oproepen zich over te geven. Als Bommel meewerkt wordt hij van alle blaam gezuiverd. Bommel stemt toe en die avond komt een gegroeide Zwelgje inderdaad Bommel ophalen. Bommel zegt dat hij Zwelgjes vader niet is en dat Zwelgje zich moet overgeven. De zwelbast, die zich verraden voelt, krimpt van verdriet en onzekerheid. Dickerdack draagt hem over aan Bul Supers circus. Bommel is van alle blaam gezuiverd.

Zwelgje is echter veel te depressief om op te treden, of zelfs maar te ontsnappen wanneer Tom Poes zijn kooi opent. Maar Bommel kan het misbruik niet meer aanzien en arriveert ter plekke met een vuurspuit wanneer Super Zwelgje met de zweep wil slaan om hem door een brandende hoepel heen te laten springen. Bommel schiet in de lucht en roept naar Zwelgje, die groeit en zich tegen de boeven keert. De circustent wordt vernield. Super en Hieper proberen de opbrengst van de voorstelling veilig te stellen, maar Zwelgje verbrandt met zijn vurige adem het papiergeld. Opnieuw neemt hij Bommel mee naar de voet van de Zwarte Bergen.

Bommel heeft nu zijn les geleerd en ziet zich gedwongen om afscheid te nemen van Zwelgje. Hoewel hem dit zwaar valt, doet hij het uiteindelijk toch. Eindelijk ziet hij zelf ook in dat beschaafde heren en zwelbasten niet kunnen samenleven. Hij neemt afscheid van Zwelgje, die weer teruggaat naar het land achter de Zwarte Bergen, waar hij thuishoort. Hij beantwoordt de lokroep van zijn soortgenoten. Heer Bommel krijgt van de burgemeester gelukwensen met de afloop en hij is dan ook geen gezocht persoon meer. Bediende Joost kan dan ook een gezellige slotmaaltijd uitserveren.

Moraal: Het is een typisch verhaal waarin de mens (hier gesymboliseerd door dieren) ergens aan gaat rommelen waar hij beter van af kan blijven. Het resultaat is dat hij alleen maar onheil sticht. Het is het thema van de Doos van Pandora.

Het bekendste citaat uit de film is:

"Zwelgje, zweeeeeelgje..."

wanneer Heer Bommel Zwelgje zoekt.

Verschil met de Bommelverhalen[bewerken]

In het verhaal over de zwelbast kon Zwelgje praten. De verhaallijn begon met een weddenschap in de Kleine Club, waarbij heer Bommel werd uitgedaagd een zwelbast te halen. Hij treft het diertje aan rond zijn kasteel, maar Zwelgje komt nooit het kasteel in. In de film komt het beest uit een ei gekropen in de fontein van het slot en verblijft in het kasteel totdat hij wordt overgebracht naar de kliniek van dokter Zielknijper. In de film krijgt Wammes Waggel een leuke bijrol als hulpje van bediende Joost, waarschijnlijk vanwege zijn prominente rol in het verhaal: Het monster-ei. Het laatste stuk van de film volgt het verhaal over de zwelbast redelijk nauwgezet, al kan Anne Marie Doddel nooit aan de slotmaaltijd aanzitten. Ze was ten tijde van Zwelgje nog geen onderdeel van de strip.

Makers van de film[bewerken]

Stemmen[bewerken]

De stemmen in de film zijn van (op alfabetische volgorde van achternaam van de acteur):

Regie[bewerken]

Muziek[bewerken]

Liedjes (Tekst & Muziek)[bewerken]

Producent[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Lutz R. (2008) Een heer vertelt Synthese Uitgeverij b.v. ISBN 9789062710485
  2. Hier wordt gerefereerd aan het verschijnsel van inprenting, zoals voor ganzen beschreven door Konrad Lorenz.