Veni Creator Spiritus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Veni Creator Spiritus is een kerkelijke pinksterhymne, die vooral in de Rooms-katholieke Kerk bij bijzondere gelegenheden ten gehore wordt gebracht.

De tekst is vermoedelijk van de Benedictijner monnik Hrabanus Maurus en wordt meestal in het Gregoriaans gezongen, hoewel hij ook als inspiratiebron diende voor andere componisten, zoals in het eerste deel van de Achtste Symfonie van Gustav Mahler.

Binnen de katholieke kerk wordt de hymne meestal vertolkt bij wijdingen van diakens, priesters en bisschoppen. Ook wordt het Veni Creator traditioneel gezongen als de kardinalen de Sixtijnse Kapel betreden voor een conclaaf om een nieuwe paus te kiezen.

De tekst in het Latijn luidt:

De Heilige Geest daalt neer op de Maagd Maria en de apostelen op de dag van Pinksteren: Miniatuur uit Très Riches Heures du Duc de Berry
Veni, creator Spiritus
mentes tuorum visita,
imple superna gratia,
quae tu creasti pectora.
Qui diceris Paraclitus,
altissimi donum Dei,
fons vivus, ignis, caritas
et spiritalis unctio
Tu septiformis munere,
digitus paternae dexterae
tu rite promissum Patris
sermone ditans guttura.
Accende lumen sensibus,
infunde amorem cordibus,
infirma nostri corporis,
virtute firmans perpeti.
Hostem repellas longius
pacemque dones protinus,
ductore sic te praevio,
vitemus omne noxium.
Per te sciamus da Patrem,
noscamus atque Filium,
te utriusque Spiritum
credamus omni tempore.
Deo Patri sit gloria,
et Filio qui a mortuis
Surrexit, ac Paraclito,
in saeculorum saecula.
Amen.

De Nederlandse vertaling door J.W. Schulte Nordholt in het Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk, die zingbaar en berijmd is, luidt:

Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer,
houd Gij bij ons uw intocht, Heer;
vervul het hart dat U verbeidt,
met hemelse barmhartigheid.
Gij zijt de gave Gods, Gij zijt
de grote Trooster in de tijd,
de bron waaruit het leven springt,
het liefdevuur dat ons doordringt.
Gij schenkt uw gaven zevenvoud,
O hand die God ten zegen houdt,
O taal waarin wij God verstaan,
wij heffen onze lofzang aan.
Verlicht ons duistere verstand,
geef dat ons hart van liefde brandt,
en dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij het geeft.
Verlos ons als de vijand woedt,
geef ons de vrede weer voorgoed,
Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad,
geen ongeval ons leven schaadt.
Doe ons de Vader en de Zoon
aanschouwen in de hoge troon,
O Geest van beiden uitgegaan,
wij bidden U gelovig aan.
[Aan God de Vader zij de eer
en aan de opgestane Heer
en aan de Geest die troost en leidt
van eeuwigheid tot eeuwigheid.]
Amen[1]

Anders[bewerken]

In een vrije vertaling/bewerking (Kom, jij beloofde), op muziek van Antoine Oomen, heeft Huub Oosterhuis de Geest in deze hymne overal een vrouwelijke vorm gegeven, zoals blijkt uit het eerste couplet: Hierheen, Vrouwe Ademtocht, waar de trouwe zielen zijn die geheel de Uwe zijn. Dat wij nieuw geschapen worden, dat wij open velden zijn voor de dauw van uw genade. Verderop noemt Oosterhuis die Geest nog: 'Paraclete', 'Troosteres', 'Leidsvrouw' en 'Zoete hand op doodmoe hoofd'.[2][3]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Liedboek voor de Kerken, gezang 237
  2. Kom, jij beloofde; CD, Antoine Oomen en Huub Oosterhuis met het Koor van Nieuwe religieuze muziek; 399486 MIRA 8713604994867
  3. http://leerhuisenliturgie.nl/cds/kom-jij--beloofde.241.html