Wiggenbeen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wiggenbeen
os sphenoidale
Bot
Wiggenbeen zichtbaar midden rechts
Wiggenbeen zichtbaar midden rechts
Figuur 1: Wiggenbeen, bovenzijde.
Figuur 1: Wiggenbeen, bovenzijde.
Naslagwerken
Gray's Anatomy 35,147
MeSH A02.835.232.781.802
Portaal  Portaalicoon   Biologie
os sphenoidale (geel in het midden van de schedel)

Het os sphenoidale (wiggenbeen) is één van de botten in de basis van de schedel. Het bevindt zich op ooghoogte in het midden van de schedel, is vlindervormig en ongeveer 10 cm breed. In dit bot bevindt zich een holte, de sinus sphenoidalis. Hierachter zit de sella Turcica (= Turkse zadel). Daarin ligt de hypofyse. Het hellende vlak van de achterzijde van het os sphenoidale dat ondersteuning geeft aan de pons wordt clivus genoemd.

Het wiggenbeen is het eerste bot dat in het embryo wordt gevormd. In het begin van het embryo is het plat, zoals bij alle zoogdieren. Als de hersenen en het zenuwstelsel zich beginnen te ontwikkelen ontvouwt het wiggenbeen zich en krijgt het zijn uiteindelijke vorm. Als die ontvouwing niet optreedt, ontstaat er nauwelijks hersenvorming en een reusachtige kaak, waardoor het embryo niet levensvatbaar is. Een dergelijke schedel lijkt veel op miljoenen jaren oude schedels:
Tijdens de evolutie van de mens is het wiggenbeen namelijk bij het steeds verder rechtoplopen meer naar beneden gekromd, waardoor meer ruimte voor de hersenen ontstond. In het verleden is het vijf keer verder gekromd, waarbij er telkens een nieuwe soort van het geslacht Homo ontstond.

Bij een hypofyseoperatie wordt eerst het neustussenschot verwijderd. Vervolgens wordt een gat geboord in het wiggenbeen om uiteindelijk via de sella Turcica bij de hypofyse te komen.