Naar inhoud springen

Witte els

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Witte els
Witte els
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (planten)
Stam:Embryophyta (landplanten)
Klasse:Spermatopsida (zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'Nieuwe' tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Fagales
Familie:Betulaceae (berkenfamilie)
Geslacht:Alnus (els)
Soort
Alnus incana
(L.) Moench (1794)
Witte els
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Witte els op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Witte els, grauwe els of grijze els (Alnus incana) is een plantensoort uit de berkenfamilie (Betulaceae).

Witte els is een houtige, eenhuizige plant die uitgroeit tot boom, soms tot struik. Ze kan een hoogte bereiken van 15(–25) m. De stam is grillig gevormd. De piramidale, afgeronde kroon is half open. De gladde bast is grijs en de zeer kort gestelde knoppen hebben en blauwachtige kleur. Het iets grijsgroene blad is eirond tot langwerpig eirond, heeft een dubbel gezaagde bladrand en een spitse top. Het jonge blad is dicht behaard en is bezet met papillen. Witte els bloeit in februari en maart. De geel gekleurde, mannelijke katjes hangen, terwijl de kleine, roodgekleurde, vrouwelijke katjes rechtop staan. De gevleugelde vrucht is een nootje. Het zaad is rijp in oktober en november.

Witte els komt voor in loofbossen op kalkhoudende, vrij natte tot vochtige grond. De soort kan ook goed op droge grond gedijen.

Verspreidingsgebied

[bewerken | brontekst bewerken]
  natuurlijk verspreidingsgebied
natuurlijke geïsoleerde populaties
  geïntroduceerd en verwilderd
geïntroduceerd en verwilderd

Het natuurlijke verspreidingsgebied van witte els strekt zich uit over Noord- en Centraal-Europa, Noord-Amerika en West-Azië.

De verspreiding van de ondersoorten

Er worden door sommige taxonomen de volgende ondersoorten onderscheiden:

  • Alnus incana subsp. incana; deze komt voor in Noord-Europa, Noordwest-Azië en Centraal- en Zuid-Europa, voornamelijk in de Alpen, Karpaten en de Kaukasus.
  • Alnus incana subsp. rugosa; deze komt voor in het Noordoosten van Noord-Amerika.
  • Alnus incana subsp. hirsuta; deze komt voor in Noordoost-Azië en Centraal-Azië.
  • Alnus incana subsp. kolaensis; deze komt voor in subarctisch Noordoost-Europa.
  • Alnus incana subsp. oblongifolia; deze komt voor in het zuidwesten van Noord-Amerika.
  • Alnus incana subsp. tenuifolia; deze komt voor in het noordwesten van Noord-Amerika.

Het hout is zacht en fijn, met een regelmatige tekening, en goed te bewerken. Buiten is het niet duurzaam, tenzij continu onder water (vroeger werden er wel heipalen van gemaakt). Het hout van witte els is lichtbruin tot geel van kleur en er zitten, regelmatig verdeeld, kleine spiegels in het hout. Het glanst daardoor een beetje.

De cultivar Alnus incana 'Aurea' (ook wel goudels genoemd) wordt gebruikt voor aanplant in stedelijk gebied. Deze is in 1892 in Duitsland ontwikkeld, wordt 5–10 m hoog en heeft geel blad.

[bewerken | brontekst bewerken]