AOW-gerechtigde leeftijd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf AOW-leeftijd)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De AOW-gerechtigde leeftijd, ook AOW-leeftijd genoemd, werd in de oorspronkelijke versie van 1956 van de Algemene Ouderdomswet vastgesteld op 65 jaar. In 2012 werd dat gewijzigd door de VVD-CDA regering met steun van D66, ChristenUnie en GroenLinks. Nu is die leeftijd afhankelijk van de geboortemaand.

Tabel[bewerken]

Vastgestelde AOW leeftijd
Geboren in periode Jaar van bereiken AOW leeftijd AOW leeftijd
vanaf tot en met
01-1953 08-1953 2019 66 jaar en 4 maanden
09-1953 04-1954 2020 66 jaar en 8 maanden
05-1954 12-1954 2021 67 jaar
01-1955 09-1957 2022, 2023, 2024[1][2][3][4] 67 jaar en 3 maanden

Wettelijke regeling[bewerken]

Een en ander volgt uit artikel 7 dat bepaalt dat iemand recht krijgt op ouderdomspensioen bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, en het eerste lid van artikel 7a dat per kalenderjaar in jaren en maanden bepaalt wat de pensioengerechtigde leeftijd is, en de verdere verhoging van de AOW-leeftijd in 2022, en het niet verhogen in 2023 en 2024, overeenkomstig het hieronder beschreven systeem. Ook vele andere wetten en besluiten verwijzen naar "de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet". Omdat zowel de leeftijd van een gegeven persoon als de AOW-leeftijd stijgen, komt het bereiken van de AOW-leeftijd erop neer dat de leeftijd de AOW-leeftijd inhaalt. Iemands persoonlijke AOW-leeftijd is zijn leeftijd wanneer dit gebeurt.

Wie bijvoorbeeld geboren is op 31 augustus 1950 bereikt de leeftijd van 65 jaar en 3 maanden op 1 december 2015, wanneer de AOW-leeftijd ook 65 jaar en 3 maanden is; het recht op uitkering vangt dus aan op 1 december 2015. Wie geboren is op 30 september 1950 bereikt de leeftijd van 65 jaar en 3 maanden op 30 december 2015, wanneer de AOW-leeftijd ook nog 65 jaar en 3 maanden is; het recht op uitkering vangt dus aan op 30 december 2015. Iemand die aan het eind van een maand geboren is bereikt een leeftijd van een bepaald aantal jaren en maanden dus soms niet aan het eind van een maand, maar pas in het begin van de volgende maand. Doordat december 31 dagen heeft doet dit zich niet rond de jaarwisseling voor en heeft dit dus geen gevolg voor het kalenderjaar waarin iemand een leeftijd van een bepaald aantal jaren en maanden bereikt, en dus geen gevolg voor zijn persoonlijke AOW-leeftijd. Daardoor is (zoals te zien in bovenstaand overzicht) iemands persoonlijke AOW-leeftijd uitsluitend afhankelijk van zijn geboortemaand, en niet van de dag van de maand.

De verhoging van iemands persoonlijke AOW-leeftijd ten opzichte van de huidige AOW-leeftijd (dus bovenop de verhogingen die al hebben plaatsgevonden) is (zoals in het bovenstaande al aangestipt) vaak groter dan de verhoging van de AOW-leeftijd ten opzichte van de huidige AOW-leeftijd in het kalenderjaar waarin hij de huidige AOW-leeftijd bereikt, omdat door die verhoging vaak ook nog eens de AOW-leeftijd van het volgende of daarop volgende kalenderjaar van toepassing wordt. Bij het tempo van de verhoging van de AOW-leeftijd moet onderscheid gemaakt worden tussen het tijdsverloop tussen de verhogingen (de komende jaren steeds een jaar) en de grootte van het interval van geboortedata van het geboortecohort waarvoor één bepaalde AOW-leeftijd van toepassing is. Iemands leeftijd (die stijgt met een tempo van een jaar per jaar) moet, zoals gezegd, de AOW-leeftijd inhalen. Bij het huidige tempo van verhoging van de AOW-leeftijd met 3 maanden per kalenderjaar gebeurt dit met een tempo van 9 maanden per jaar; iemand die op enig moment een bepaald aantal jaren jonger is dan de op dat moment geldende AOW-leeftijd krijgt dus (behoudens afronding) AOW na 4/3 van dit aantal jaren. Bij het in de nabije toekomst geldende tempo van verhoging van de AOW-leeftijd met 4 maanden per kalenderjaar gebeurt dit met een tempo van 8 maanden per jaar; iemand die op enig moment een bepaald aantal jaren jonger is dan de op dat moment geldende AOW-leeftijd krijgt dus (behoudens afronding) AOW na 3/2 van dit aantal jaren.

Een verdere verhoging van de AOW-leeftijd en de aanvangsleeftijd, voor beide gelijk (in de formule: V) wordt jaarlijks vastgesteld en gaat steeds 5 jaar later in. Het is voor het eerst gebeurd in het laatste kwartaal van 2016 voor het jaar 2022, zie boven. Dit gebeurt steeds bij algemene maatregel van bestuur, als volgt:

V = (L – 18,26) – (P – 65)

waarbij:

  • L staat voor de geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in het kalenderjaar van verhoging
  • P staat voor de AOW-leeftijd in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van verhoging

Indien V negatief is of voor afronding minder dan 0,25 bedraagt wordt deze gesteld op 0. Indien V voor afronding 0,25 of meer bedraagt, wordt deze gesteld op 0,25 (een verhoging met 3 maanden).

Achtergrond[bewerken]

Het getal 18,26 in de formule is de macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd zoals die gold in de referentieperiode 2000–2009. Bij deze levensverwachting en een AOW-leeftijd van 65 jaar zou deze leeftijd niet verhoogd worden; de verwachte duur van de uitkering zou voor iemand van 65 jaar 18,26 jaar zijn (niet te verwarren met de verwachte toekomstige duur van de uitkering voor iemand als die geboren wordt; door de kans op vooroverlijden is deze lager). Bij een macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd van 20,26 jaar en een AOW-leeftijd van 67 jaar zou deze leeftijd ook niet verhoogd worden; de verwachte toekomstige duur van de uitkering voor iemand van 65 jaar zou iets groter dan 18,26 jaar zijn (omdat bij overlijden binnen 2 jaar de uitkeringsduur 0 is en niet de vanaf de 65-jarige leeftijd resterende levensduur min 2 jaar) en de verwachte duur van de uitkering zou voor iemand van 67 jaar nog iets groter zijn (omdat degenen die die leeftijd niet halen niet meegenomen worden in het gemiddelde). Voor mannen zijn de levensverwachtingen lager dan genoemd, voor vrouwen hoger.

Overgangstermijn van aanpassing van de AOW-leeftijd aan de nieuwe norm[bewerken]

Uit het bovenstaande en het vermelde onder "Verhogingen AOW-leeftijd" blijkt dat de aanpassing van de AOW-leeftijd aan de nieuwe norm op basis van levensverwachting in 10 stappen plaatsvond/vindt, ingaand in elk van de jaren 2013 t/m 2022: een verhoging met 27 maanden in stappen van achtereenvolgens 1 maand (3 maal), 3 maanden (3 maal), 4 maanden (3 maal) en 3 maanden (1 maal). In 2022 is de overgangstermijn dus voltooid. Verdere aanpassingen lopen gelijk op met de statistische levensverwachting.

Belang van de AOW-leeftijd[bewerken]

De AOW-uitkering gaat in op de dag dat de leeftijd van de betrokkene de AOW-leeftijd (pensioengerechtigde leeftijd) bereikt.

Verder houdt bij het bereiken van de AOW-leeftijd het recht op uitkering op bij de WW, WAO, WIA, Wajong,[5] Anw, IOAW / IOW, IOAZ, TW (en waar van toepassing ook de premieplicht). Ook zijn onder meer enkele heffingskortingen hiervan afhankelijk.

Verdere toekomst[bewerken]

De tabel geeft de maximale AOW-leeftijd (bij de huidige wet) naar geboortemaand. De geschatte AOW-leeftijd is lager.[6] De exacte AOW-leeftijd is 5 jaar van tevoren bekend, in 2019 is dit tot en met 2024.

Maximale AOW-leeftijd (bij de huidige wet) naar geboortemaand
Geboren in periode Jaar van bereiken AOW leeftijd AOW leeftijd
vanaf tot en met
01-1953 08-1953 2019 66 jaar en 4 maanden
09-1953 04-1954 2020 66 jaar en 8 maanden
05-1954 12-1954 2021 67 jaar
01-1955 09-1957 2022, 2023, 2024[7][8][9][10] 67 en 3 maanden
10-1957 06-1958 2025 67 jaar en 6 maanden
07-1958 03-1959 2026 67 jaar en 9 maanden
04-1959 12-1959 2027 68 jaar

Zie ook[bewerken]

Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) afgesplitst vanaf een ander artikel op de Nederlandstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie deze pagina voor de bewerkingsgeschiedenis.