Abdij van Boudelo
| Abdij OLV van Baudeloo | ||||
|---|---|---|---|---|
Portaal van het Abtshuis, Gent. | ||||
| Land | ||||
| Coördinaten | 51° 11′ NB, 3° 59′ OL | |||
| Religie | Rooms-Katholieke Kerk | |||
| Kloosterorde | Cisterciënzers | |||
| Moederklooster | Abdij van Cambron | |||
wapenschild abdij | ||||
| ||||




De Abdij van Boudelo (Lat.:Abbatia B. Virg. Maria de Baudelo) was een cisterciënzerabdij te Klein-Sinaai, nabij Sint-Niklaas in België. De abdij wordt beschouwd als dochterstichting van de Abdij van Cambron. In de late middeleeuwen groeide deze abdij uit tot de belangrijkste abdij van het Waasland, en diens abt verkreeg het privilege om de eed af te nemen van de graaf van Vlaanderen, als heer van Waes.[1] Nadat de monastieke gemeenschap was verjaagd uit het Waasland, kwam de abdij opnieuw kortstondig tot bloei in Gent.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Het jaar 1197 markeert de vestiging van een kluis op de site Coudenborn, wanneer een of meerdere monniken uit de Sint-Pietersabdij in Gent onder leiding van Boudewijn van Boekel, zich in Klein-Sinaai als kluizenaars vestigen. De naam Boudelo, die uit twee delen bestaat, kan als volgt worden verklaard: Bouden, vleivorm op -in, afgeleid van Boudewijn (Boudewijn I van Constantinopel, graaf van Vlaanderen), en lo een bosje op een zandige, hoger gelegen plek.[2] De kleine gemeenschap groeide uit tot een abdij op een locatie tussen de huidige Koebrugstraat en Kloosterstraat.
Middeleeuwse fondatie
[bewerken | brontekst bewerken]Erkenning volgde in het begin van de 13e eeuw door de bisschop van Doornik. Over de redenen waarom de benedictijn Boudewijn van Boekel (die in 1205 overleed) zijn confraters in Gent verliet blijft het gissen. Vast staat dat de benedictijnenbeweging in die tijd een crisis doormaakte.
In 1215 verzochten de monniken om incorporatie bij de Abdij van Clairvaux, maar dit verzoek werd door het generaal kapittel afgewezen. Deze incorporatie werd noodzakelijk geacht om het monastieke leven te bevorderen en de abt van het vereiste gezag te voorzien. In 1217 verkregen de cisterciënzers alsnog incorporatie via de Abdij van Cambron, vermoedelijk nadat de graaf van Vlaanderen deze voordracht had ondersteund. Hierdoor werd de abt van Cambron gemachtigd om de abtsverkiezingen en de kloosterdiscipline nauwgezet te controleren. De aanwezigheid van de monniken van Abdij van Cambron dient te worden begrepen binnen de context van grafelijke patronage. In dit verband schonk Johanna van Constantinopel in 1218 twintig bunders grond aan deze abdij. De Stekelburg, gesitueerd in Kemzeke op de Motte van Alvinsberg, kende in de loop van de late middeleeuwen een proces van verval. In 1248 werden de resten van de Stekelburg door Margaretha van Constantinopel overgedragen aan de Abt van Baudeloo.[3]
Vanaf de late middeleeuwen, begonnen de monniken van de Abdij van Baudeloo de vruchten van hun arbeid te plukken en kwam het monastieke leven tot volle bloei. Zij speelden een actieve rol in de ontginning en inpoldering van de streek rond de Schelde. Deze activiteiten kregen onder meer gestalte via de oprichting van uithoven, zoals te Lamswaarde en Othene in Zeeuws-Vlaanderen. Daarnaast beschikte de abdij over refugiehuizen in Hulst en Gent, waaronder het zogenoemde refugiehuis Baudeloo.
Verder bezat de abdij een hoeve te Aarsele, bekend als de Baudeloohoeve of het Hof van Baudeloo, die na een brand in 1717 werd heropgebouwd. Dat het er in abdijen niet altijd christelijk aan toe ging bewijst het feit dat abt Theodorikus in 1226 door abdijbewoners werd vermoord. Een slaande ruzie in 1235 leidde ertoe dat de abdij onder pauselijk toezicht werd geplaatst.
16e eeuw
[bewerken | brontekst bewerken]In de eerste helft van de zestiende eeuw verwierf de abt het visitatierecht in de Priorij Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hove. In dat kader werd Joannes van Nieulande, monnik van Baudeloo, tot prior in Waarschoot verkozen, terwijl Jacob IV de Draeyere, prior van Waarschoot, tot abt van Baudeloo werd verkozen. Tijdens diens abbatiaat, in 1578 werd het monastieke leven ernstig verstoord, toen de abdij werd verwoest door de Gentse calvinisten van de Gentse Republiek. De monikken sloegen op de vlucht.
De abdij in Gent
[bewerken | brontekst bewerken]In 1584, na hun terugkeer uit ballingschap uit Keulen, vonden de monniken onderdak in hun Gents refugehuis dat op een pseudo-eiland lag, gevormd door de Leie, Baudeloovest en Ottogracht.
Abt Jacob del Rio kreeg in 1602 de toelating van de abt van Sint-Pieters om zijn abdij uit te breiden en een abdijkerk te bouwen, ter vervanging van de oude kapel van hun refugehuis. Dat laatste maakt vanaf het einde van de 16e eeuw plaats voor nieuwe conventsgebouwen. Met de constructie van het kerkgebouw werd vermoedelijk begonnen tussen 1602 en 1606; de klokkentoren is van 1660. Pierre Hemony leverde in 1661 een kleine beiaard voor dit torentje. In 1948 werden de klokken deels gebruikt om de beiaard op het Belfort uit te breiden.
De grootste uitbreiding van de abdij gebeurde in de 17e eeuw. Inkomsten in de 18e eeuw lieten de monniken toe het klooster en de kerk te versieren met onder meer tapijten, beeldhouwwerken en schilderijen. Toen het aanpalend klooster van de Engelse jezuïeten in 1773 werd afgeschaft, kocht de abdij deze aan, samen met de tuinen. In 1777 kreeg de abt een nieuwe woning aan de Steendam.
Opheffing
[bewerken | brontekst bewerken]De Franse revolutionairen verdreven de monniken uit Gent in 1796. Veel van het interieur van de abdijkerk, waaronder het triptiek van Abt del Rio, kreeg een plaats in het Stadsmuseum Gent. De voormalige abdij werd omgevormd tot centrale school in 1797 en de kerk tot Tempel van de Rede. In het huidige Boudeloohof werd in 1797 door architect Jean-Baptiste Pisson de botanische tuin aangelegd die in 1903 zijn plaats kreeg in het Citadelpark (zie Plantentuin Universiteit Gent). Vanaf 1800 werd de Baudelokapel omgevormd tot Baudelobibliotheek van alle kloosters van de stad en vanaf 1819 tot circa 1935 omgevormd tot universiteitsbibliotheek. Vanaf 1832 werden de oude conventsgebouwen ingenomen door het Koninklijk Atheneum.
Abten van Baudeloo
[bewerken | brontekst bewerken]Lijst van de gekende exempte en gemijterde abten.
| Abbas | Naam | Jaar + |
|---|---|---|
| Impinus | ||
| Amelius | ||
| Gerardus | ||
| I | Theodoricvs | |
| II | Jacobus I | |
| III | Theodoricvs II | |
| IV | Jacob II de Munte | |
| V | Gerardvs II | |
| VI | Boudewijn I Broosche | |
| VII | Jan I de Witte | |
| VIII | Gillis de Vrient | |
| IX | Willem I Speliaers | |
| X | Joannes II de Berlandia | |
| XI | Jacobus III de Moneta | |
| XII | Gilbert de Paepe | |
| XIII | Willem II van Pitthem | |
| XIV | Gerard III de Zype | |
| XVI | Goswinvs a Vinca | |
| XVI | Peter I de Schuttere | |
| XVII | Peter II Schoonvaert | |
| XVIII | Daniel Militis | |
| IXX | Jan III de Blockmaecker | |
| XX | Lieven I de Hooghe | |
| XXI | Willem III van Wymeersch | |
| XXII | Peter II van Eetvelde | |
| XXIII | Willem IV vander Heyden | |
| XXIV | Jan IV van Deynse | Bouwde in Gent de Refugie |
| XXV | Vincent van Ympe | |
| XXVI | Jacob IV de Draeyere | |
| XXVII | Jacob del Rio | |
| XXVIII | Guillelmo del castillo | |
| XXIX | Jan V Ysebaerts | 1647 |
| XXX | Boudewijn II Verschueren | 1649 |
| XXXI | Lieven II Vaentkens | 1680 |
| XXXII | Joris I van Roden | 1685 |
| XXXIII | Peter III Everaerts | 1703 |
| XXXIV | Bernard Zoetaert | 1709 |
| XXXV | Jan VI Valckgraeve | 1709 |
| XXXVI | Joris II van Duermael | |
Overblijfselen
[bewerken | brontekst bewerken]Het Boudelohof en het Boudelomonument
[bewerken | brontekst bewerken]In 1660 werd met puin van de afgebroken abdij het Boudelohof aan de Koebrugstraat in Klein-Sinaai opgetrokken. Vanaf de straat is de achtergevel te zien. In de boerderij werd een kamer voorzien om administratieve zaken in verband met de Boudeloabdij af te handelen. De monniken kwamen vaak vanuit Gent naar de vroegere locatie. De kastelein die het hof bewoonde moest steeds twee paarden en een kar voor hen voorzien.
Opgravingen brachten bouwmateriaal van de vroegere abdij naar de oppervlakte. Hiermee werd in 1985 op de hoek van de Koebrugstraat en de Kloosterstraat, op de plaats van een vroegere kloostermuur het Boudelomonument opgericht. Het staat er nog steeds als herinnering aan de voormalige abdij en zijn bewoners.
Archeologisch onderzoek
[bewerken | brontekst bewerken]Op 24 februari 1971 startte onder impuls van Alfons De Belie een archeologisch onderzoek naar de abdij in Klein-Sinaai. Dat project eindigde om budgettaire redenen in 1986. De vondsten staan tentoon in het Stedelijk Museum Zwijgershoek in Sint-Niklaas.[5]
Na onderzoek in 2011 en 2012 slaagde de Universiteit Gent erin een niet eerder ontdekt neerhof van de Boudeloabdij in 3D reconstrueren. Door een combinatie van geofysische data met beperkte opgravingen kregen ze bovendien een uniek inzicht in de evolutie van het ‘herwonnen’ landschap in de middeleeuwen. Bodemonderzoeker Philippe De Smedt maakte een bodemscan van de middeleeuwse abdijsite in Klein-Sinaai. Door bodemonderzoek te combineren met archeologie kon hij 3D-kaarten maken van archeologische sites.
21e eeuw
[bewerken | brontekst bewerken]Sinds 2001 is het eigendom van de stad Gent en geeft het onderdak aan de Kunstencampus en de Academie voor Muziek, Woord en Dans. Verschillende conventsgebouwen zijn bewaard en beschermd. Het interieur heeft zijn oorspronkelijke karakter met ornamenten en snijwerk uit de 18e eeuw, bewaard. Het is niet toegankelijke voor bezoek.
Galerij
[bewerken | brontekst bewerken]Er zijn fragmenten waardevolle monastieke architectuur van de abdij in Gent bewaard.
- Interieur van het Abtskwartier, 2025
- Portaal naar de abdijkerk, 17e eeuw.
- voormalige pandgang met stucwerk
- Poort met beeldhouwwerk
- 18 eeuws stucwerk in de salon van de abt.
Galerij
[bewerken | brontekst bewerken]- Vloerfragment, verz. Stem Sint-Niklaas.
- Het refugiehuis Boudeloo in Hulst
- Voorgevel van het Boudelohof uit 1660 in Klein-Sinaai
- De achtergevel van het Boudelohof in Klein-Sinaai
- Het Boudelomonument
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]Voetnoten
[bewerken | brontekst bewerken]- ↑ https://erfgoedinzicht.be/collecties/detail/57c5b46d-5722-5a88-932d-c314b0c56c71
- ↑ Naamsverklaring van Boudelo. Gearchiveerd op 7 mei 2021.
- ↑ Beatrijs Augustyn, Annalen KOKW, deel 82 (1979)
- ↑ Volgens Antonius Sanderus, Flandria Illustrata
- ↑ De Belie, Alfons (november 1997). De Boudelo Abdij Archeologisch onderzocht. Culturele Kring Boudelo, "Voorwoord", p. 1.