Apothecium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Apothecium

Apothecia (enkelvoud: apothecium) zijn de duidelijk gevormde enkelvoudige of samengevoegde bekerstructuren die voorkomen bij sommige zakjeszwammen (ascomyceten) zoals de oranje bekerzwam (Peziza aurantia), morieljes en kluifzwammen. We vinden ze ook terug bij de korstmossen of lichenen.[1][2] Aan de binnenzijde van een in de lengte doorgesneden apothecium vindt men het hymenium (een dun schijnweefsel) met fertiele asci of sporenzakjes waarin meiotisch de ascosporen ontstaan en waartussen steriele parafysen voorkomen. Direct onder het hymenium ligt het hypothecium, dat uit dicht ineengevlochten schimmeldraden met plasmarijke celinhoud bestaat. Op dit weefsel zijn de sporenzakjes en de parafysen ingeplant. Onder het hypothecium bevindt zich het merg, de medulla. De rand van het apothecium wordt gevormd door het excipulum. Een weefsel van steriele schimmeldraden met grote, dikwandige structuren.

Bij korstmossen kan het excipulum ook algen bevatten.

Zie ook[bewerken]