Belgische verkiezingen 1921

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bij de Belgische verkiezingen 20 november 1921 koos men in België een nieuwe Kamer van Volksvertegenwoordigers en een nieuwe Senaat. Door de grondwetswijziging van hetzelfde jaar krijgt de Senaat een meer democratische samenstelling en wordt het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd voor mannen vanaf hun eenentwintigste. De vrouwen hebben dan nog enkel stemrecht bij gemeenteraadsverkiezingen.

De verkiezingen van 1921 - en eigenlijk ook al die van 1919 - brengen een politieke aardverschuiving teweeg. Voortaan beschikt geen enkele partij nog over een meerderheid van de parlementszitjes. Dat impliceert dat er coalities tussen verschillende partijen zullen moeten worden gesloten, wat dan weer toegevingen vraagt van zij die mee willen regeren. Onrechtstreeks versterkt dit de politieke partijen, die zelf fractiedwang moeten gaan nastreven.

Na deze verkiezingen is het voorlopig gedaan met regeringen van nationale eenheid, en wordt er een rooms-blauwe regering-Theunis I gevormd.

Kamer[bewerken]

Zetelverdeling Kamer 1921
68
33
80
1
4
68 33 80 
De 186 zetels zijn als volgt verdeeld:

██ BWP: 68

██ Liberale Partij: 33

██ Katholieke Unie: 80

██ Oud-strijders: 1

██ Frontpartij: 4

De Katholieke Partij komt als overwinnaar uit de bus. De partij is nochtans volop in transformatie tot de Katholieke Unie, waar de verschillende standen in participeren. In sommige arrondissementen worden alternatieve conservatief-katholieke lijsten ingediend, met name in Antwerpen met Paul Segers, de voorzitter van de Federatie van katholieke kringen. In andere arrondissementen zoals Kortrijk is het de conservatieve vleugel die de "officiële" lijst heeft, terwijl het ACW een alternatieve lijst indient.

In Oost-Vlaanderen wordt het kartel tussen de Frontpartij en de Daensisten, dat twee jaar eerder drie zetels opleverde, niet voortgezet. Beide partijen komen er los van elkaar op en verliezen de drie zetels.

Partij Kamer van Volksvertegenwoordigers
Stemmen  % Zetels Zetels +/-
Katholieken[1] 783.676 40,57% 80 +7
BWP 672.478 34,81% 68 -2
Liberalen 343.959 17,80% 33 -1
Frontpartij 58.790 3,04% 4 -1
Oud-strijders 19.401 1,00% 1 -1
Andere 53.662 2,78% 0 -2
Totaal 1.931.966 100% 186 -

Senaat[bewerken]

52
28
73
52 28 73 
De 153 zetels zijn als volgt verdeeld:

██ BWP: 52

██ Liberale Partij: 28

██ Katholieke Unie: 73

Door de recente grondwetswijziging kan men zich veel gemakkelijker kandidaat stellen voor de Senaat. Er worden dan ook meer lijsten ingediend dan twee jaar eerder, en het resultaat van deze verkiezing benadert dat van de Kamer.

De categorie van de door de provincieraden aangeduide senatoren is vergroot: nu 40 zetels in plaats van 23. Bovendien is er een nieuwe categorie gecreëerd, van 20 gecoöpteerde senatoren.

Partij Senaat
Stemmen  % Zetels
Katholieken[2] 768.376 41,24% 42
BWP 661.168 35.48% 33
Liberalen 362.187 19.44% 18
Frontpartij 29.726 1,60% 0
Oud-strijders 14.246 0,76% 0
Overige 27.629 1,48% 0
Totaal 1.863.332 100% 93

Verkozenen[bewerken]