Sneeuwgans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Chen caerulescens)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Sneeuwgans
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2020)
Sneeuwgans
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Anseriformes (Eendvogels)
Familie:Anatidae (Eendachtigen)
Geslacht:Anser
Soort
Anser caerulescens
(Linnaeus, 1758)
Originele combinatie
Anas caerulescens
Verspreidingsgebied. Blauw = broedgebied; donkerrood = overwinteringsgebied
Geluid van blauwe en witte sneeuwgans (Artis)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Sneeuwgans op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De sneeuwgans (Anser caerulescens) is een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae). De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 als Anas caerulescens gepubliceerd door Carl Linnaeus.[2]

Het is een vogel van het hoge noorden van Noordoost-Siberië, Alaska, Canada en Groenland, die overwintert in het zuiden van Noord-Amerika. De vogel is dwaalgast in West-Europa, maar broedt daar ook als exoot.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Het is een forse gans met een lengte van 65 tot 75 cm en een spanwijdte van 133 tot 156 cm. De sneeuwgans is wit met zwarte vleugelpunten en roze poten en snavel. Op de ondersnavel zit een donkere verkleuring die het dier een soort grijnslach geeft. De grijnslach is een goed onderscheidingskenmerk met de Ross' gans (A. rossii) die in vrijwel dezelfde streken voorkomt. Beide witte ganzen zijn zeker niet altijd helemaal wit. Zij komen ook met een gedeeltelijk blauwig verenkleed voor. Er is lang gedacht dat de blauwe vorm een andere soort was, maar dat is niet het geval.[3]

Verspreiding en leefgebied[bewerken | brontekst bewerken]

De sneeuwgans broedt in het hoge noorden van Noordoost-Siberië, Alaska, Canada en Groenland op de toendra ten noorden van de boomgrens. Gewoonlijk overwintert hij in een niet aaneengesloten gebied tussen het zuidwesten van Brits-Columbia (Canada) tot aan de Atlantische kust van de VS of de Golf van Mexico. In West-Europa is het een dwaalgast, maar er broeden ook uit gevangenschap ontsnapte vogels in het wild.

In het begin van de 20ste eeuw gingen de populatie-aantallen in Noord-Amerika achteruit. Sinds het midden van de jaren 1970 is het met de vogel echter weer vooruitgegaan. De aantallen hebben een punt bereikt waarbij de toendragebieden waarin zij broeden en de zoutwatermoerassen waarin zij overwinteren ernstig zijn aangetast door hun graasgedrag. Dit levert een ecologisch probleem voor de sneeuwgans zelf en voor andere diersoorten die van deze leefgebieden afhankelijk zijn.[4][5]

Er worden 2 ondersoorten onderscheiden:

  • A. c. caerulescens: noordoostelijk Siberië, noordelijk Alaska en noordwestelijk Canada
  • A. c. atlantica: noordoostelijk Canada en noordwestelijk Groenland

Voorkomen in Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

De sneeuwgans is in Nederland een wintergast in uiterst klein aantal. Daarnaast zijn er broedgevallen bekend. Jaarlijks broeden er gemiddeld drie paar. Dit zijn waarschijnlijk verwilderde vogels die uit gevangenschap zijn ontsnapt. Over trends in de tijd is niets bekend.[6][7]

Vliegende sneeuwganzen in North Carolina