Samenwerkende Maatschappij Vooruit Nr.1

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Samenwerkende Maatschappij Vooruit Nr.1
Vlag van de Samenwerkende Maatschappij Vooruit van Gent uit 1924 als zinnebeeld van het pensioen.
Vlag van de Samenwerkende Maatschappij Vooruit van Gent uit 1924 als zinnebeeld van het pensioen.
Rechtsvorm Coöperatie
Oprichting 21 september 1886
Portaal  Portaalicoon   Economie

SM Vooruit Nr.1 was een Belgische socialistische coöperatie die voornamelijk in het Gentse werkzaam was, maar de oprichting van socialistische coöperaties in de beide Vlaanderen actief ondersteunde. Haar organisatie en werkwijze werd in binnen- en buitenland vaak als voorbeeld aangehaald. Ze werd opgericht in februari 1881, maar pas door de overheid erkend op 21 september 1886.

Geschiedenis[bewerken]

Opstart[bewerken]

Achterzijde van een broodkaart van de Samenwerkende Maatschappij Vooruit gewest Dendermonde uit 1880.
Zicht op de Groote Magazijnen (heden bekend als Bond Moyson) en Ons Huis vanop de Vrijdagmarkt te Gent.

Sm Vooruit nr. 1 ontstond als een afscheuring van coöperatie De Vrije Bakkers, waarvan de werking verlamd was geraakt door de tweestrijd tussen de technische bestuurders, die de coöperatie als het doel zagen, en de socialistische propagandisten, die de coöperatie als het middel zagen. Deze laatsten haalden met de stichting van Vooruit hun gram, al verloren ze de economische realiteit nooit uit het oog. Leden van de coöperatie konden broodkaarten kopen die net iets duurder waren dan gewoon brood, maar enkele keren per jaar konden ze dan in de winst delen. Deze winst werd echter niet geldelijk uitbetaald maar in nieuwe aankoopkaarten. Door de winstverdeling in aankoopkaarten te regelen, bleef het geld in de organisatie. [1]

Beginjaren[bewerken]

Na enkele jaren kende de maatschappij een grote ontwikkeling. De gedurfde keuze voor de installatie van industriële bakkersovens bleek een meesterlijke zet. De winsten van de broodverkoop maakten een stelselmatige uitbreiding van de actieradius en het dienstenpakket mogelijk, wat tot uiting kwam in de inzet van broodkarren, de oprichting van een ziekenbeurs, de verkoop van kleding en de opstart van apotheken. Naast de commerciële activiteiten werden ook politieke propaganda en ontspanning (met politieke meetings, toespraken en toneelopvoeringen) niet uit het oog verloren. De voortrekkers in de eerste jaren waren Paul Verbauwen, Edmond van Beveren en de meer bekende Edward Anseele. Die laatste trok de leiding van de coöperatie steeds meer naar zich toe. Anseele droomde van een parallelle socialistische economie, waarmee hij de kapitalistische zou bekampen: dit ‘Modèle Gantois’ kreeg heel wat aandacht en navolging, zowel in binnen- en buitenland, maar was ook voer voor controverse: zijn tegenstanders beschuldigden hem ervan een zakenman en kapitalist te zijn, die de socialistische ideologie verried. Vooruit bouwde een netwerk van winkels, volkshuizen en apotheken uit, en werd op haar beurt de klant van tal van socialistische fabrieken. Er kwam een weverij, brouwerij (Brouwerij Vooruit), suikerfabriek en uiteindelijk zelfs een bank (Belgische Bank van de Arbeid). Daarnaast waren ook tal van sociale zekerheden voorzien zoals een kraambedfonds en eigen pensioen. [2]

Groei en bloei[bewerken]

In juni 1893 kocht Vooruit een eigen stek aan de Vrijdagmarkt. In Ons Huis werd een supermarkt gevestigd naar het voorbeeld van Le Bon Marché te Parijs. In 1895 volgde een eigen feestlokaal in de Bagattenstraat. De feestelijkheden in 1906 ter gelegenheid van een kwarteeuw bestaan waren een orgelpunt in de uitstraling van de coöperatieve macht. Kort daarop werd grond aangekocht in e de Sint-Pietersnieuwstraat om er een imposant Feestpaleis op te richten dat vanaf het Zuidstation zichtbaar was. De ledenvoordelen namen steeds verder toe en de werking werd uitgebreid naar de hele provincie, met oprichting van afdelingen in Zelzate, Eeklo, Waarschoot, Assenede en Zottegem. De coöperaties van Lokeren (1921), Dendermonde (1923), Aalst (1930) en Deinze (1932) werden door Vooruit overgenomen. Het hoogtepunt voor de uitstraling van de partij was de organisatie van een internationale coöperatieve tentoonstelling (Eicos) in Gent in 1924.

Langzame teloorgang[bewerken]

Vanaf de jaren 1930 remde de economische crisis de groei van de maatschappij af. Daarenboven ging in 1934 de Bank van de Arbeid over de kop. Gezien Vooruit de grootste aandeelhouder was, deelde de coöperatie zwaar in de klappen. De éne na de andere ‘rode fabriek’ moest noodgedwongen van de hand worden gedaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de resterende infrastructuur (zwaar) beschadigd: net als tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het Feestpaleis opgeëist en gebruikt door de Duitse bezetters. Nadien kende Vooruit nog een korte heropleving, die tot midden jaren 1950 zou duren. Vooruit beschikte over bakkerijen, kruidenierswinkels, een steenkoolhandel, een brouwerij, een kleren-, schoenen- en meubelmagazijn, apotheken, een feestlokaal in de Sint-Pietersnieuwstraat met verschillende feestzalen, een restaurant, café, cinema en vergaderlokalen en Ons Huis op de Vrijdagsmarkt met een feestzaal, bibliotheken, café en diverse burelen. Vooruit was niet enkel actief op ontelbare terreinen, maar beschikte ook over een indrukwekkend patrimonium [3]. De privéhandel begon zich echter goed te organiseren. Het distributiesysteem onderging grote veranderingen en in 1958 werd de grendelwet, die tot dan de commerciële vestigingen had tegengehouden, opgeheven. De coöperaties hadden zich hier onvoldoende op voorbereid; terwijl de privéketens supermarkten vestigden, bleven de coöperanten zich vastklampen aan hun wijkwinkels. Een reddingsplan in samenwerking met enkele grootwarenhuizen kwam te laat. In de jaren 1980 trok sm Vooruit, die zich als een van de weinige coöperaties nog had weten te handhaven, zich uit de distributiesector terug. Vandaag is Vooruit enkel nog actief in de apotheeksector en bezit ze nog enkele volkshuizen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]