Edward Anseele

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Edward Anseele
Standbeeld van Edward Anseele op het Frankrijkplein in Gent
Standbeeld van Edward Anseele op het Frankrijkplein in Gent
Volledige naam Eduardus Camillus Anseele
Geboren Gent, 26 juli 1856
Overleden Gent, 18 februari 1938
Land Vlag van België België
Partij BWP
Functies
1895 - 1938 Gemeenteraadslid Gent
1894 - 1936 Volksvertegenwoordiger
1909 - 1913 Schepen Gent
1918 Waarnemend burgemeester Gent
1918 - 1921 Minister van Openbare Werken
1922 - 1926 Schepen Gent
1925 - 1927 Minister van Spoorwegen
1925 - 1927 Minister van Posterijen en Telegrafie
1932 - 1933 Schepen Gent
Website
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek

Eduardus Camillus (Edward) Anseele (Gent, 26 juli 1856 - aldaar, 18 februari 1938[1]) was een Belgisch politicus en journalist.

Levensloop[bewerken]

Edward Anseele stamde uit een liberaalgezinde familie van schoenmakers en volgde enkele jaren middelbaar onderwijs in het Koninklijk Atheneum Voskenslaan, wat voor zijn afkomst en in die tijd eerder uitzonderlijk was. Na zijn studies ging hij aan de slag als bediende.

Reeds in 1874 sloot Anseele zich aan bij de Gentse afdeling van de Eerste Internationale.[2] In 1877 stichtte hij samen met Edmond Van Beveren en anderen de Vlaamsche Socialistische Arbeiderspartij, die zich naar Duits sociaaldemocratisch voorbeeld organiseerde. Het socialistisch congres van 1877 in Gent was de start van zijn socialistisch engagement. Hij trad als journalist in dienst van het weekblad De Volkswil, later omgevormd tot het dagblad Vooruit. Hij organiseerde mee de in 1880 gestichte coöperatieve bakkerij Vooruit. In 1885 was hij medeoprichter van de Belgische Werkliedenpartij. Hij verwierf nationale bekendheid toen hij naar aanleiding van de sociale woelingen van 1886 tot zes maanden celstraf veroordeeld werd. Van 1894 tot 1900 zetelde hij voor het arrondissement Luik in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, waarmee hij het eerste Vlaamse socialistisch parlementslid werd, en vervolgens zetelde hij van 1900 tot 1936 voor het arrondissement Gent in de Kamer. Ook was hij van 1895 tot 1938 gemeenteraadslid van Gent, waar hij van 1909 tot 1918 en van 1922 tot 1926 schepen en in 1918 waarnemend burgemeester was.

Anseele bleef zeker tot aan de Eerste Wereldoorlog de onbetwiste leider van de Vlaamse socialisten. Onder zijn impuls werd de socialistische beweging in Gent uitgebouwd tot een model dat ook buiten de landsgrenzen inspirerend werkte. Rond de coöperatie Vooruit groeide een netwerk van bedrijven en instellingen die op den duur een waar industrieel imperium zouden vormen. Hiermee wilde Anseele een tegengewicht vormen tot de 'kapitalistische' ondernemingen, en kon hij arbeidersacties ook materieel steunen. Dit liep in 1913 uit op de oprichting van de socialistische Bank van de Arbeid, die participeerde in verschillende industriële bedrijven. Tijdens de crisis van de jaren dertig ging dit echter zo goed als geheel verloren. De Gentse Vooruit getuigt nog van die (vergane) glorie.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg hij van de Duitse bezetter de post van 'president van België' aangeboden, hetgeen hij weigerde. Na de oorlog werd hij daarvoor beloond met enkele ministerambten : van 1918 tot 1921 Minister van Openbare Werken en van 1925 tot 1927 Minister van Spoorwegen en PTT. In 1930 kreeg hij de eretitel Minister van Staat.

Anseele was nooit een overtuigd bepleiter van de Vlaamse zaak. Zo vroeg hij in een van zijn eerste optredens in de Kamer om de Nederlandstalige redevoeringen te vertalen in het Frans, wegens de eentaligheid van zijn Waalse partijgenoten van proletarische afkomst. Meestal hield Anseele in de Kamer zijn redevoeringen in het Frans, maar toch hielp hij de meeste Vlaamsgezinde wetsvoorstellen mee goedkeuren. In 1898 was hij kortstondig lid van de Association flamande pour la Vulgarisation de la Langue française. Vanaf 1905 engageerde Anseele zich mede onder invloed van een nieuwe generatie socialistische, Vlaamsgezinde studenten in Gent, in de beweging voor de vernederlandsing van de Rijksuniversiteit Gent en in 1911 ondertekende hij op verzoek van Camille Huysmans namens de Vlaamse socialisten mee een wetsvoorstel die dit tot stand moest brengen. Hij had echter argwaan tegen de Vlaamsgezinden en die negatieve houding werd bevorderd door zijn ervaringen met het activisme in Gent. Hij verzette zich daarom zowel tijdens als na de Eerste Wereldoorlog tegen de vernederlandsing van de Rijksuniversiteit Gent.

Na de Eerste Wereldoorlog was de rol van Anseele als voorman van de Vlaamse socialisten uitgespeeld. Gent was namelijk als belangrijkste socialistische centrum in Vlaanderen vervangen door Antwerpen en bijgevolg werd de Antwerpse socialistische voorman Camille Huysmans, die een meer uitgesproken flamingantisch profiel had, de nieuwe ongekroonde leider van de Vlaamse socialisten. Tijdens de crisisjaren van de jaren 30 begon zijn tragische neergang met het faillissement van de Bank van de Arbeid in 1934. Twee jaar later zette hij, onder lichte dwang van de partij, zijn parlementaire loopbaan stop.[3][4] Hij schreef daarna nog enkele bijdragen in de Vooruit, waarin hij zijn bezorgdheid uitte over de opkomst van de pro-fascistische partijen in Vlaanderen.

Hij was de vader van Edward Anseele jr.

Bibliografie[bewerken]

Zijn literair erfgoed bleef door zijn drukke carrière beperkt tot drie romans:[5]

Daarnaast verzorgde hij de vertaling van Émile Zola's roman Germinal uit 1885.

In populaire cultuur[bewerken]

  • In de stripreeks Nero verklaart Jan Spier in strook 66 van het album De Muurloper (1995) dat hij zijn frietkot wil neerpoten bij het standbeeld van 'Edje Anseele'. op het Frankrijkplein te Gent.
Voorganger:
n.v.t.
Hoofdredacteur van de Vooruit
1884 - 1886
Opvolger:
Ferdinand Hardijns
Voorganger:
Joris Helleputte
Minister van Openbare Werken
1918-1921
Opvolger:
Albéric Ruzette
Voorganger:
Paul Tschoffen
Minister van Spoorwegen
1925-1927
Opvolger:
Maurice August Lippens
Voorganger:
Paul Tschoffen
Minister van Posterijen en Telegrafie
1925-1927
Opvolger:
Maurice August Lippens