Cokesfabriek (Maastricht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Cokesfabriek
Maastricht, Cokesfabriek2014-2.jpg
Locatie
Locatie Maastricht, Cabergerweg/Lage Frontweg
Status en tijdlijn
Huidig gebruik cokesfabriek
Bouw gereed 1912
Bouwinfo
Architect J.G. Wiebenga
Erkenning
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 506632
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De gemeentelijke cokesfabriek is een voormalige cokesfabriek aan de Cabergerweg in de Nederlandse stad Maastricht. Het gebouw van architect-constructeur Jan Wiebenga geldt als de oudste, nog bestaande cokesfabriek van Nederland, is tevens een van de oudste voorbeelden van het Nieuwe Bouwen in Nederland, en is sinds 2005 een rijksmonument.

Geschiedenis[bewerken]

Luchtfoto van het terrein omstreeks 1930

De cokesfabriek werd in 1907 opgericht als gemeentelijke gasfabriek in opdracht van Gemeentebedrijven Maastricht met behulp van Belgische kapitaalverschaffers, de SA Hollando-Belge pour la fabrication du coke. De cokesfabriek in het industriegebied Bosscherveld werd gebouwd ter vervanging van een uit 1858 stammende gasfabriek in het Statenkwartier.[1] De nieuwe gasfabriek werd gebouwd op een ca. 4 hectare groot terrein dat deel uitgemaakte van de vestingwerken Nieuwe Bossche Fronten. Voor de nieuwbouw, die bescheiden was in omvang, was oorspronkelijk een constructie in ijzer voorzien, ontworpen door de firma Klönne in Dortmund. Uit kosten- en veiligheidsoverwegingen (explosiegevaar) koos men uiteindelijk voor een betonconstructie waarin de oorspronkelijk ontworpen ijzerconstructie vrijwel exact is overgenomen. Het gebouw werd in 1912 in gebruik genomen en is een ontwerp van Jan Wiebenga, die in dezelfde periode in Maastricht een fabriekscomplex ontwierp voor de Société Céramique, waarvan thans de Wiebengahal nog het enige overblijfsel is. Wiebenga was in die jaren in dienst van de N.V. Industrieele Maatschappij F.J. Stulemeijer in Breda. De gasfabriek bestaat uit een stokerij, bunkergebouw, kolenloods, was- en kleed- en schaftlokalen en is gebouwd in functionalistische stijl. De firma Klönne bouwde de oveninstallatie. De stokerij werd in 1914 met twee traveeën verlengd. In 1926 werd een laboratorium toegevoegd (in 1937 gesloopt).[2]

In 1928 nam de gemeenteraad van Maastricht een voorstel aan om in de toekomst het goedkopere cokesgas van de Staatsmijnen te betrekken. In 1930 werd de relatief kleine, en daardoor dure, gemeentelijke gasfabriek gesloten. Het gebouw en het omliggende terrein werden in 1932 in gebruik genomen door twee bedrijven: houthandel 'De Maas' en NV Bataafsche Rubber Industrie (later rubberfabriek Radium, thans Rubber Resources). In de periode 1946-49 vonden een aantal verbouwingen plaats. Zo werd de kolenloods aangepast om dienst te doen als grondstoffenhal en werd het bunkergebouw geschikt gemaakt als personeelsruimte voor de Radiumfabriek. De stokerij werd zeer ingrijpend verbouwd, de was-, kleed- en schaftlokalen werden gesloopt en ook de fabrieksschoorsteen verdween in 1948. Vanaf ca 1970 werden de gebouwen van de cokesfabriek nog slechts voor opslag gebruikt, of stonden leeg.[3]

Toekomst[bewerken]

In de plannen voor de verlegging van de aanlanding van de Noorderbrug werd aanvankelijk uitgegaan van sloop van het rijksmonument. In overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en diverse organisaties in Maastricht werd besloten het tracé van de aanlanding iets te verleggen, waardoor een deel van het gebouw behouden kan worden.[4] Het bedrijf Rubber Resources verhuisde in 2013 naar het industrieterrein Beatrixhaven, waardoor de cokesfabriek beschikbaar kwam voor herontwikkeling. Voor het gebouw, nu gelegen in het Frontenpark in het herontwikkelingsgebied Belvédère, wordt nog een bestemming gezocht.

Beschrijving[bewerken]

De cokesfabriek heeft een rechthoekige plattegrond en staat op een 6 meter in hoogte variërende ondergrond. De drie aaneengeschakelde bouwvolumes zijn gebouwd op de overgang van de twee terreinniveaus en bestaan uit een kolenloods, een hoger bunkergebouw en een lagere stokerij. Het geheel is uitgevoerd als betonskeletconstructie, gewapend met grote hoeveelheden ijzer. De draagconstructie bestaat uit betonnen kolommen, balken en dwarsbalken. Het betonskelet is ingevuld met holle betonstenen. De bouwdelen hebben met platte daken, waarvan de hoogte varieert.[5]

De kolenloods aan de noordzijde meet 14 x 56 meter en bevatte zeven silo's, die samen 2900 ton steenkool konden bevatten. Zes van de zeven silo's waren door middel van een fabrieksspoorlijn verbonden met het spoorwegnetwerk. Boven het diepste punt van deze silo's, gebouwd op een helling met een hoek van 35 graden, liep een elektrische grijperkraan. Deze kraan transporteerde de kolen naar de zevende silo, die onder een hoek van 45 graden lag en als trechter fungeerde naar de kolenbreker. De loods is aan twee zijden geheel open.

Het bunkergebouw vormt het middendeel van het fabriekscomplex en heeft een rechthoekige plattegrond van ca 6 x 14 meter. Dit gebouw bevatte de waterreservoirs van de fabriek, een ketelhuis, een hoogbunker, een laagbunker en een trappenhuis. Een lopende band bracht de kolen van de laagbunker naar de hoogbunker.

De stokerij ligt aan de zuidzijde van het complex en meet ca 22 x 14 meter. In het gebouw waren drie grootovens ondergebracht. De stokerij kenmerkt zich door een verhoogd middenschip, een oostelijke zijbeuk met steunberen waartussen zich grote stalen vensters bevinden.

Door de jarenlange leegstand en het ontbreken van enige vorm van onderhoud, is de bouwtechnische staat van het gebouw zeer slecht. Zo is op een groot aantal plekken betonrot opgetreden, deels veroorzaakt door het nog niet geperfectioneerde gebruik van de nieuwe bouwmethode.[6]