Cornelis Jol

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cornelis Corneliszoon Jol
Tijdens de Slag bij Duins bewaakte Jol de noordflank. De legenda van deze prent vermeldt (in het Frans) bij letters X en Y: “Schepen van het Noorderkwartier, die de brand steken in een galjoen en furieus schieten op de andere”.
Tijdens de Slag bij Duins bewaakte Jol de noordflank. De legenda van deze prent vermeldt (in het Frans) bij letters X en Y: “Schepen van het Noorderkwartier, die de brand steken in een galjoen en furieus schieten op de andere”.
Bijnaam Houtebeen (Pie de Palo; Pé de Pau; Pied de Pol); El Pirata
Geboren 1597
Scheveningen
Overleden 1641
São Tomé
Begraven Kathedraal van São Tomé, Nossa Senhora de Conceição
Religie Nederduitse Gereformeerde Kerk
Land/partij Prinsenvlag.svg Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Onderdeel West-Indische Compagnie
Dienstjaren 1626 - 1641
Rang Admiraal
Eenheid West-Indische Compagnie; Staatse vloot
Slagen/oorlogen Slag bij Duins
Portaal  Portaalicoon   Marine

Cornelis Corneliszoon Jol (Scheveningen 1597 - São Tomé, 31 oktober 1641), bijgenaamd "Houtebeen", was een admiraal van de West-Indische Compagnie (WIC) tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Als kaper maakte hij veel buit bij zijn overvallen op Spaanse en Portugese schepen, beladen met goud en zilver. Jol werd in de Republiek als een volksheld beschouwd vanwege zijn grote moed, zijn bijzondere bekwaamheid als navigator en zijn menswaardige behandeling van krijgsgevangenen[1]; dit laatste in tegenstelling tot veel boekaniers, die bemanningen van veroverde schepen simpelweg overboord plachten te zetten.[noot 1]

Biografie[bewerken]

"Houtebeen"[bewerken]

Zijn bijnaam "Houtebeen" kreeg hij nadat hij in een gevecht gewond was geraakt en een been van hem moest worden afgezet. Dit werd vervangen door een houten been. Ook bij andere naties was hij als "Houtebeen" bekend: Pie de Palo in het Spaans, Pé de Pau in het Portugees en Pied de Pol in het Frans. De Spanjaarden noemden hem ook wel El Pirata. Jan Vos dichtte over hem:

Dit is hy die de zee zal baanen naar de Mooren.
Heeft hy een been van hout? hy heeft een yzre handt.
Het klotsen van zyn stelt dreunt Aragon in d'ooren
Gelyk een donderslagh. het lichaam van ons Landt
Dat rust niet op zyn been: maar op zyn moedigheeden.
Wie zich vol moedts betoont ontbreekt het aan geen leeden.[2]

West-Indische Compagnie[bewerken]

Bij de aanval op Campeche nam Jol 22 Spaanse schepen als prijs.

Jol, afkomstig uit een Scheveningse schippersfamilie, ging in 1626 in dienst bij de West-Indische Compagnie en stak negen keer de Atlantische Oceaan over om de Spanjaarden en Portugezen in de West (de Braziliaanse kust en de Caraïben) te bestrijden. In december 1629 veroverde Jol het Braziliaanse eiland Fernando de Noronha[3][4][5], dat tot 1654 als Pavonia deel bleef uitmaken van Nederlands-Brazilië. Ook aan de daaropvolgende verovering in 1630 van Olinda en Recife nam hij deel onder kapitein-generaal Hendrick Lonck. Met een eskader van tien schepen viel hij in 1633, tezamen met de piraat Diego el Mulato, de havenstad Campeche op het schiereiland Yucatán (Mexico) aan. In 1635 werd hij in de buurt van Duinkerke gevangengenomen door Duinkerker kapers, die hem ruim een half jaar later weer uitleverden. In 1638 werd hij benoemd tot admiraal van de WIC. Zijn aanval in datzelfde jaar op de Spaanse Zilvervloot onder Don Carlos de Ibarra mislukte door tegenstand van zijn kapiteins[noot 2], die zich (hetzij uit lafheid, hetzij uit jaloezie dat Jol met voorbijgaan van ouderen in rang tot admiraal was benoemd) aan de strijd onttrokken.[6] Voor zijn persoonlijke dapperheid tijdens deze aanval beloonden de Staten-Generaal hem met een gouden ketting met medaille.

Slag bij Duins[bewerken]

Tijdens de Slag bij Duins in 1639 voerde hij als viceadmiraal van de Staatse vloot het bevel over een eskader van zeven schepen, waarmee hij op last van Maarten Tromp onder meer de vluchtroute afgrendelde voor de noordelijke flank van de Spaanse Armada. Door de overwinning van de Nederlanders op deze vloot ging de hegemonie van de Spanjaarden op de Europese wateren voorgoed verloren. Daniël Heinsius schreef op de overwinning het gedicht Don Spek,[noot 3] waarin hij de spot drijft met de Spaanse bevelhebber Don Antonio de Oquendo en er een aantal Nederlandse Dons van eigen maaksel tegenover stelt (waaronder Jol als Don Houtebeen):

De Zee was Don te klein; ons mannen waren dwergen;
De schepen min als niet; zijn Gallioenen, bergen!
Den blixem van de zee, bewust van wind en vloed,
De mannelike Tromp, heeft hem aldaar ontmoet
Met ingeboren Dons, raphandige gezellen,
Die altijd op de zee de pijpen aardig stellen.[noot 4]
Don Keertekoe, Don Jaap, Don Houtebeen was daar
Don Banker en Don Vijg met Don de Mangelaar.[7]

Voor zijn verrichtingen tijdens de Slag bij Duins ontving Jol een beloning van 100 ducatons. Tevens werd hem bij deze gelegenheid door de verzamelde Oost- en West-Indische Compagnie een gouden medaille uitgereikt.

Laatste veroveringen in West-Afrika[bewerken]

De verovering van Luanda en São Tomé in 1641.

Op 30 mei 1641 voer Jol vanuit Nederlands Brazilië naar Afrika en veroverde daar de stad Luanda (Angola) en het eiland São Tomé op de Portugezen. Daarmee had het handelsimperium van de West-Indische Compagnie zijn grootste omvang bereikt. Jol zelf echter overleed kort na de verovering, op 31 oktober 1641, te São Tomé aan malaria.

Familie[bewerken]

Cornelis Jol was gehuwd met Aeltje Jans, en woonde met haar in Amsterdam. Zij kregen drie kinderen: een dochter (Annetje) en twee zoons (Jan en Cornelis). Beide zoons werden schipper bij de VOC. Zijn jongste zoon Cornelis was daarnaast kapitein van de Leyden tijdens de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog (1652-1654). Evenals zijn vader in 1639, vocht Cornelis junior dus onder aanvoering van Maarten Tromp.

Eerbetoon[bewerken]

In Scheveningen, Haaksbergen en Oss zijn straten vernoemd naar Cornelis Jol (senior). De Amerikaanse musicus John Franceschina componeerde een muziektheaterproductie, genaamd Houtebeen, over het leven van Cornelis Jol. Het stuk werd in 2013 uitgevoerd ter gelegenheid van het 525-jarig bestaan van de Koninklijke Marine door het Project Orkest Alphen Opus 2 onder leiding van Sergé Latychev.[8]

Literatuur[bewerken]