Daniël van Dopff

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Daniel Wolff baron van Dopff)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Postuum geschilderd portret door Johann Valentin Tischbein.

Daniël Wolff baron van Dopff (Hanau, 10 januari 1650 - Maastricht, 15 april 1718) was een vooraanstaand militair in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij was onder andere generaal van de cavalerie van de Staatse troepen en later commandant en gouverneur van de vesting Maastricht.

Biografie[bewerken]

Van Dopff was afkomstig uit een niet-adellijke familie uit Hessen. Zijn vader was in dienst als schout en tolheffer van de graaf van Hanau. Daniël opteerde al op jonge leeftijd voor een militaire loopbaan.

Op 16-jarige leeftijd trad hij in dienst van het grafelijke leger. Later stapte hij over naar het leger van keurvorst Frederik Willem I van Brandenburg. In het rampjaar 1672 vocht hij aan de zijde van de Staten-Generaal tegen de Franse legers. Voor zijn dapperheid werd hij onderscheiden met een Brandenburgse ridderorde, de Ordre de la Générosité. De zwarte, achtpuntige ster uit deze orde zou Van Dopff later in zijn familiewapen opnemen. De militaire carrière van Van Dopff verliep daarna voorspoedig. In 1675 werd hij aangesteld als ingenieur-fortificatiemeester; in 1679 was hij al ordinaris-ingenieur, een van de hoogste rangen van militair ingenieur.

In 1683 voegde hij zich onder het bevel van graaf George Frederik van Waldeck-Eisenberg bij de keizerlijke troepen, die het Beleg van Wenen door de Turken wisten op te heffen. Op 17 oktober 1685 verleende de keizer hem hiervoor de adellijke titel Reichsfreiherr (baron). De graaf van Waldeck ontpopte zich als zijn levenslange beschermheer. Hij benoemde Van Dopff tot zijn kamerheer en deze verbleef daarna regelmatig te Maastricht, waar de graaf benoemd was tot gouverneur van de vesting. Van Dopff kreeg de leiding over de vestingwerken.

Tussen 1688 en 1690 liet Van Dopff aan de zuidwestzijde van Maastricht vier nieuwe bastions aanleggen om de stad beter te beschermen tegen een eventuele aanval door de Fransen (Negenjarige Oorlog). Na de dood van Waldeck bleef Van Dopff in Maastricht en werd door de nieuwe gouverneur Johan Adolf van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Plön in 1694 zelfs bevorderd tot commandant der vesting. Van 1701-02 kwam onder leiding van Van Dopff het Fort Sint Pieter op de noordelijke flank van de Sint-Pietersberg tot stand.

Na het overlijden van de hertog van Holstein in 1704 was Van Dopff bijna tien jaar waarnemend gouverneur. In 1708 ondersteunde hij de prins van Savoye en de hertog van Marlborough in de Slag bij Oudenaarde en in 1709 in de Slag bij Malplaquet. In 1712 was Maastricht de uitvalsbasis van een grote troepenmacht onder leiding van de prins van Savoye, die de Fransen definitief terug moesten dringen. Van Dopff werd, samen met twee anderen, op verkenning gezonden en wist bijna Parijs te bereiken. De vredesonderhandeling maakten een voortijdig einde aan de expeditie. Pas in 1713, na de Vrede van Utrecht werd Van Dopff officieel benoemd tot militair gouverneur van Maastricht. Dat hij zo lang op deze benoeming moest wachten, had waarschijnlijk te maken met zijn niet-adellijke afkomst (zijn voorgangers waren allen hoogadellijk geboren). De Vrede van Utrecht en de benoeming van Van Dopff werden gevierd met een groots vuurwerk op het Sint-Antoniuseiland (nu Griendpark).

Na zijn benoeming moest Van Dopff bij de Luikse prins-bisschop Jozef Clemens van Beieren de eed van trouw afleggen. Deze kon hem echter pas in 1715 ontvangen en weigerde toen zijn deel van de kosten voor de vesting te dragen, waarmee een einde kwam aan dit prins-bisschoppelijk ceremonieel. In 1717 ontving Van Dopff de Russische tsaar Peter de Grote op zijn geheel vernieuwde buitenverblijf Château Neercanne. De tsaar bezocht onder andere het Fort Sint Pieter en de Sint-Pietersberg. Volgens de overlevering vatte Van Dopff bij die gelegenheid een zware verkoudheid, omdat volgens het protocol niemand in aanwezigheid van de Russische vorst een hoofddeksel mocht dragen. Van Dopff overleed op 15 april 1718 en werd op 1 mei in het koor van de Sint-Janskerk begraven.

Nalatenschap[bewerken]

Aan Van Dopff herinneren in Maastricht onder andere het bastion Waldeck in het Waldeckpark, dat als enige van de vier door hem ontworpen bastions behouden bleef. Het bastion is genoemd naar Van Dopffs beschermheer, de graaf van Waldeck, en is later diverse malen aangepast. Ook het bekende Fort Sint Pieter kwam door toedoen van baron van Dopff tot stand. Het imposante bouwwerk kwam in slechts zes maanden gereed en is onlangs ingrijpend gerestaureerd.

Van Dopff was verder de bouwheer van het Kasteel Neercanne dat hij na zijn benoeming tot commandant nabij het dorp Kanne in het Jekerdal liet optrekken. Van Dopff liet het oude Kasteel Agimont ter plekke grotendeels slopen en bouwde er een lustslot in de stijl van het Hollands classicisme, naar het voorbeeld van het door Pieter Post ontworpen Johanniterslot Sonnenburg bij Kostrzyn nad Odrą. Van Dopff schonk ook een som geld voor de restauratie en verfraaiing van de Heilig Grafkapel in Kanne.

In 1709 kocht hij het Kasteel Ruyff in Hendrik-Kapelle, maar het is niet bekend of hij er iets aan verbouwde of toevoegde. In 1716 verkocht hij het kasteel weer.

Voorganger:
Johan Adolf van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Plön
Gouverneur van Maastricht
1713 - 1718
Opvolger:
Claude-Frédéric t'Serclaes van Tilly