Dongguan Hanji

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dongguan Hanji
Naam (taalvarianten)
Vereenvoudigd 东观汉记
Traditioneel 東觀漢記
Pinyin Dōngguān Hànjì
Wade-Giles Tung-kuan Han-chi
Andere benamingen Jian wu zhu ji (建武注記, Optekening in hoofdlijnen van de krijgshaftige vestiging)
Hanji (漢記, Optekeningen van de Han)

De Dongguan Hanji (Optekeningen van de Han uit de Oostelijke Toren) is een Chinees historisch werk uit de eerste eeuw na Chr. Tot in de Tang-tijd gold het boek als de officiële geschiedenis van de Oostelijke Han-dynastie. Toen werd het vervangen door het Boek van de Late Han. Sindsdien zijn grote delen van het oorspronkelijke werk verloren geraakt. Aan het eind van de 18e eeuw werd uit bewaard gebleven restanten de huidige versie gereconstrueerd.

Naam[bewerken]

Het werk is genoemd naar de 'Oostelijke Toren' (dongguan, 東觀), één van de gebouwen waar de keizerlijke bibliotheek en het archief van het Zuidelijk Paleis van Luoyang was gevestigd. Daar zijn echter alleen de latere delen van het werk samengesteld. Het eerste gedeelte kwam tot stand in het 'Terras van de orchideeën' (Lantai, 蘭臺), de benaming van een ander gebouw van het Zuidelijk Paleis. Ook daar bevond zich een keizerlijke bibliotheek met archieven.

Ontstaan[bewerken]

Ban Gu.

In 72 (na Chr.) gaf keizer Ming opdracht tot het samenstellen van een geschiedenis van de regering van zijn vader Guangwu, de stichter van de Oostelijke Han-dynastie. De taak werd opgedragen aan Ban Gu (班固, 32-92), die op dat moment bezig was met de redactie van het Boek van de Han. Ban Gu werd ondersteund door Chen Zong (陳宗, 1e eeuw), Yin Min (尹敏, fl. 30-60), Meng Ji (孟冀, fl. 44), Ma Yan (馬嚴...-98) en Du Fu (杜撫, fl. 30). Zij werkten vanuit het 'Terras van de orchideeën'. Hun werk omvatte 28 pian en bestond uit één diji (namelijk de annalen van keizer Guangwu), een aantal biografieën en verder zaiji voor Gongsun Shu (公孫述, ...-30) en de beide rebellengroepen uit Pinglin (平林,) en Xinshi (新市), in het huidige Hubei. Het werk kreeg de titel Jian wu zhu ji (建武注記, 'Optekening in hoofdlijnen van de krijgshaftige vestiging') en besloeg de periode 22-57.

Vervolgens werd het werk vier maal aangevuld, drie maal als regeringsopdracht en één maal op particulier initiatief.

Eerste aanvulling[bewerken]

In 120 gaf de keizerin-weduwe Deng Sui (鄧綏, 81-121) opdracht aan Liu Zhen (劉珍, ...-na 126), Liu Taotu (劉騊駼, fl.110), Liu Yi (劉毅, ca.58-125) en Li You (李友, ...-na 135) om de 'Jian wu zhu ji' uit te breiden voor de periode 58-106. Zij schreven nieuwe annalen, tabellen en biografieën vanuit de 'Oostelijke Toren'. Het werk kreeg nu de titel Hanji (漢記, 'Optekeningen van de Han').

Tweede aanvulling[bewerken]

In 151 (of 152) gaf keizer Huan opdracht aan Fu Wuji (伏無忌, fl.130-150), Huang Jing (黃景, fl.130-150), Bian Shao (邊韶, fl.155), Cui Shi (崔寔, ca.110-170), Zhu Mu (朱穆, 100-163), Cao Shou (曹壽) en Yan Du (延篤, ...-167) om het werk uit te breiden voor de periode 107-146. Ook deze historici werkten vanuit de 'Oostelijke Toren'. Het nieuwe werk omvatte nu 114 pian.

Derde aanvulling[bewerken]

Tussen 172 en 177 gaf keizer Ling opdracht aan Ma Midi (馬日磾, ...-194), Han Yue (韓說, f.180), Cai Yong (蔡邕, 133-192), Lu Zhi (盧植, ...-192) en Yang Biao (楊彪, 142-225) om het werk uit te breiden voor de periode 147-167. Zij voegden behalve annalen en biografieën ook verhandelingen toe aan het werk. Het boek kreeg nu de huidige naam als titel.

Vierde aanvulling[bewerken]

De laatste aanvulling, voor de periode 168-220, werd na de val van de Han-dynastie in 220 samengesteld door Yang Biao. Hij deed dit op eigen initiatief. Uiteindelijk omvatte het werk in totaal 143 'juan'.

Huidige versie[bewerken]

Nadat de 'Dongguan Hanji' in de Tang-tijd als standaardgeschiedenis was vervangen door het Boek van de Late Han, raakten grote delen verloren. Volgens juan 33 van het Boek van de Sui bestond het werk nog steeds uit de oorspronkelijke 143 juan. Volgens juan 46 van het Oud Boek van de Tang was de omvang nog maar 127 en volgens juan 58 van het Nieuw Boek van de Tang nog maar 126 juan. Tijdens de Song-dynastie waren daarvan slechts acht juan over, zoals blijkt uit de Geschiedenis van de Song, juan 203.

In de 18e eeuw werden de overgebleven fragmenten verzameld. Zij waren vooral afkomstig uit oude encyclopedieën, met name de Grote canon van de Yongle periode. Het voorwoord van dit gereconstrueerde werk stamt uit 1774-1777 en is geschreven door Lu Xixiong (陸錫熊, 1734-1792) en Ji Yun (紀昀, 1724-1805). Zij waren ook betrokken bij de samenstelling van de Siku quanshu. De gereconstrueerde versie bestaat uit 24 juan en omvat dezelfde vijf onderdelen als de Shiji, namelijk keizerlijke annalen, tabellen, verhandelingen, biografieën en erfelijke geslachten. Deze versie vormt de basis voor de huidige Dongguan Hanji.

Chinese tekst[bewerken]

  • 劉珍, 東觀漢記 (24卷), 台北 (臺灣商務印書館) 1975, (Liu Zhen, Dongguan Hanji (24 juan), Taibei (Taiwan shang wu yin shu guan) 1975).
  • Klik hier voor de Chinese tekst in het kader van het Chinese Text Project.

Literatuur[bewerken]

  • Bielenstein, Hans en Michael Loewe, 'Tung kuan Han chi' in: Early Chinese Texts. A Bibliographical Guide (Loewe, Michael, ed.), pp. 471-472, Berkeley: Society for the Study of Early China, 1993, (Early China Special Monograph Series No. 2), ISBN 1-557-29043-1.
  • Bielenstein, Hans, 'The Restoration of the Han Dynasty, with Prolegomena on the Historiography of the "Hou Han Shu", vol. 1, in: Bulletin of the Museum of Far Eastern Antiquities, 26 (1954), p. 1-209.
    • Hier is van belang pp.9ff.