Dracopelta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dracopelta
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Fossiel voorkomen: Laat-Jura
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Infraklasse:Archosauromorpha
Superorde:Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde:Ornithischia
Onderorde:Thyreophora
Infraorde:Ankylosauria
Geslacht
Dracopelta
Galton, 1980
Typesoort
Dracopelta zbyszewskii
Galton, 1980
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Dracopelta is een uitgestorven geslacht van plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de Ankylosauria, dat tijdens het Laat-Jura leefde in het gebied van het huidige Portugal.

Vondst en naamgeving[bewerken]

In 1963 en 1964 vond George Zbyszewski bij Praia do Sul, nabij Ribamar da Ericeira, de resten van een kleine ankylosauriër. In 1980 werden die benoemd en beschreven door Peter Malcolm Galton als de typesoort Dracopelta zbyszewskii. De geslachtsnaam is afgeleid van het Oudgrieks δράκων, drakoon, "slang, draak", en πέλτη, peltè, "licht schild". De soortaanduiding eert Zbyszewski.

Het holotype, MIGM 5787, is gevonden in een laag van de Farta Pao-formatie die vermoedelijk dateert uit het Tithonien. Het bestaat uit een gedeeltelijk in verband liggende reeks van dertien ruggenwervels, daarmee ten dele verbonden ribben en minstens en meer dan vijftien osteodermen. Het gaat om een volwassen exemplaar. Er bestond enige twijfel over de vindplaats, Galton gaf die aan als Ribamar bij Mafra. Daar bevonden zich volgens Miguel Telles Antunes in 2003 echter alleen lagen uit het vroege Krijt en hij dacht dat het om Ribamar bij Lourinha moest gaan, en een laag daterend uit het Kimmeridgien. In 2005 werd dit misverstand uit de wereld geholpen. Tegelijkertijd werd gemeld dat in de ribbenkast een gedeeltelijke rechterhand was aangetroffen met de tweede, derde en vierde vinger, verbonden aan onderste stukken van het tweede, derde en vierde middenhandsbeen. Het zou echter ook om een voet kunnen gaan. Dit is een van de weinige in verband aangetroffen autopodia, onderste elementen van de ledematen, die van ankylosauriërs bekend zijn.

Beschrijving[bewerken]

De lengte van Dracopelta is geschat op twee meter, het gewicht op tachtig kilogram. De gevonden ribbenkast is ongeveer zeventig centimeter lang en achteraan vrijwel even breed. Zijn lichaam was bedekt met pantserplaten, die het dier beschermden tegen carnivoren. Deze osteodermen zijn aangetroffen op de ribbenkast. Er zijn verschillende typen. Een aantal bestaat uit erg kleine geïsoleerde platte beenplaatjes. Die kunnen ingebed zijn in een dikke huidlaag en een continu pantser vormen. Op het midden van de rug bevinden zich gepaarde cirkelvormige kleine platen die verhoogd zijn in hun middelpunt en aan hun randen. Aan de linker en rechterzijde van de ribbenkast zijn grotere configuraties van platen gevonden. Vooraan bevinden zich erg langwerpige platen, in de lengterichting van het lichaam georiënteerd. Daarachter liggen overlappende platen die zijwaarts uitsteken en dus een soort snijrand vormen. Hoger gelegen rijen platen zijn korter en overlappend maar steken niet uit.

Bij de beschrijving van de hand werd een unieke afgeleide eigenschap, autapomorfie, vastgesteld: de bovenste kootjes van de tweede en derde vinger zijn even lang als breed.

Fylogenie[bewerken]

Zbyszewki meldde eerst een lid van de Nodosauridae gevonden te hebben. Gezien de beperkte resten kunnen moderne geleerden niet nauwkeuriger zijn dan een Ankylosauria incertae sedis. Dracopelta is een van de oudste bekende ankylosauriërs.

Levenswijze[bewerken]

Dracopelta leefde in beboste gebieden, waar het zich tegoed deed aan planten. De loopsnelheid was vrij beperkt door de zware bepantsering, wat een nadeel was bij een aanval van carnivoren. Het dier kon zich niet goed actief verdedigen, omdat hij vermoedelijk aan de staart geen slagwapen had, dus drukte het zich wellicht plat tegen de grond, vertrouwend op het pantser. Een alternatief is dat de "snijrand" gebruikt werd om aanvallers te rammen.