Drie Eijghen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De onderdelen van de Drie Eijghen

 Abdijvorstendom Thorn

 Rijksheerlijkheid Kessenich

 Luiks vrijdorp Neeritter

 Heerlijkheid Bronshorn, vanaf ±1400
in een personele unie met Kessenich

De Drie Eijg(h)en(en), Drie Eyg(h)en(en) of Drie Eigen is de verzamelnaam voor het abdijvorstendom Thorn, de rijksheerlijkheid Kessenich en het Luiks vrijdorp Neeritter. Dit waren drie 'eigen', d.w.z. 'rijksvrije', heerlijkheden op de grens tussen het graafschap Loon, het graafschap Horn en het Overkwartier van Gelre.

Term[bewerken | brontekst bewerken]

De verzamelnaam was gangbaar in het ancien régime, omdat de Drie Eijghen op dat moment sommige aspecten van hun soevereiniteit gezamenlijk uitvoeren. Hiertoe kan hun (vermoedelijk) gemeenschappelijke oorsprong geleid hebben, maar ook het voornemen samen sterker te staan tegen de machtige buurstaten. De samenwerking vindt plaats op vlak van:[1]

  • Rechtspraak: van 1279 tot in de 15e eeuw bestaat er een gemeenschappelijke schepenbank voor zware misdrijven
  • Verdediging: bij een conflict met de Crispelen (1441) is er sprake van een landweer van de Drie Eijghen
  • Grondbeheer: woeste gronden zoals het Vijverbroek worden gebruikt door burgers uit alle drie gebieden
  • Beslag: in 1551 maken de Drie Eijghen gebruik van eenzelfde regeling voor inbeslagnames in Roermond

In moderne tijden wordt de benaming ook gebruikt om enkele samenwerkingsverbanden aan te duiden:

  • De 'Drie Eigen' is het grensoverschrijdende wandelgebied in Thorn, Kessenich en Neeritter[2]
  • De 'Stichting Drie Eigen' is eind 2011 opgericht om het Vijverbroek tegen grindwinning te beschermen[3]

Ontstaan[bewerken | brontekst bewerken]

In de vroege middeleeuwen maken de Drie Eijghen achtereenvolgens deel uit van de territoria Maasgouw, Kessenich-Eik en Casallum. Binnen dit Casallum groeien de plaatsen Thorn, Neeritter en Hunsel later uit tot zelfstandige entiteiten (zie uiteenvallen van Casallum). De stichting van nieuwe nederzettingen (13e en 14e eeuw) werkt verdere versnippering in de hand. Het ontginningsgebied Beersel wordt zelfs verdeeld onder alle vier dorpen. De aldus ontstane lappendeken zal in de vroegmoderne tijd meerdere reorganisaties noodzakelijk maken.

Franse en Nederlandse tijd[bewerken | brontekst bewerken]

In de Franse tijd worden de Drie Eijghen omgevormd tot gemeenten binnen de Franse administratie te Maastricht (december 1794), later 'departement van de Beneden-Maas' genoemd. Begin 1796 komen de definitieve bestuurlijk-gerechtelijke kantons tot stand; de voormalige Drie Eijghen vallen grotendeels binnen het kanton Maaseik.[4] In de periode 1810–1830 worden diverse gemeentegrenzen aangepast, vooral in de strook Ell–Grathem–Wessem. In november 1830 wordt de streek integraal onderdeel van het nieuwe België.

Het grensverdrag van 1842[bewerken | brontekst bewerken]

De 18 Artikelen laten de beide Limburgen integraal aan België. Na de Tiendaagse Veldtocht moet België echter genoegen nemen met de 24 Artikelen, o.a. dat Stramproy, Neeritter, Ittervoort en Thorn avec leurs banlieues ... seront partie du territoire hollandais. Die gemeenten worden overgedragen (1839), maar er is discussie: volgens België kunnen 'de Beersels' onmogelijk tot leurs banlieues gerekend zijn, want dan zouden twee exclaves van de gemeente Kessenich geïsoleerd raken. Voorlopig treft men een regeling om vrij verkeer tussen de drie delen van Kessenich mogelijk te maken. De definitieve regeling is het Grensverdrag van Den Haag (1842): 'de Beersels' keren terug naar België. Bovendien wordt de grens tussen Kessenich en Neeritter verlegd naar de Itterbeek, uitgezonderd in Borgitter dat op verzoek van baron Michiels Belgisch blijft. Bij KB van 14 april 1843 worden de gebiedsaanwinsten bij de gemeente Kessenich aangehecht.

De gemeenten Kinrooi en Molenbeersel[bewerken | brontekst bewerken]

Samenstelling van de gemeente Molenbeersel
Samenstelling van de gemeente Kinrooi

De gemeente Kessenich is nu zo groot dat sommige woonkernen 8 km buiten het dorp liggen. Dit bemoeilijkt niet alleen de administratie, maar ook het onderwijs en de ordehandhaving. Volksvertegenwoordiger Vilain XIIII dient begin 1844 een wetsvoorstel in om 'de Beersels' in een nieuwe gemeente Molenbeersel onder te brengen. De twee exclaves die van oudsher bij Kessenich horen, protesteren. Ook de gehuchten Manestraat, Bomerstraat en Broekhoek verzetten zich, want zij zouden gescheiden raken van het nabije Kinrooi.[5] Op grond hiervan wordt een plan uitgewerkt waarin ook Kinrooi, tezamen met de Bomerstraat en de Broekhoek, zelfstandig wordt. De nieuwe gemeenten worden samengesteld uit de volgende secties (gemeenten van vóór 1843):[6]

  • Kinrooi, 686 inwoners
    • gehucht Kinrooi, incl. 'de Driessenstraat' (Kessenich)
    • gehucht 'de Hagendoren', incl. 'de Simpel' (Ophoven)
    • gehucht 'de Bomerstraat', incl. 'de Broekhoek' (Neeritter)

Het parlement keurt het plan goed in april 1845. De kaart bij het wetsvoorstel blijkt achteraf niet te kloppen; ze deelt de Manestraat in bij Kinrooi en de Driessenstraat bij Kessenich. Eind 1846 wordt een correctie van de kaart gestemd.[7] Terwijl Kessenich in 1843–45 een bevolking van 2.102 zielen telt, valt dit aantal door de verdeling terug tot 649 inwoners. In 1971 worden Kessenich, Kinrooi en Molenbeersel herenigd. Samen met Ophoven vormen ze sindsdien de 'fusiegemeente Kinrooi'.