Graafschap Horn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Land van Horn
Heerlijkheid in het graafschap Loon
 Maasgouw (gouw) ±1100 – 1794 Eerste Franse Republiek 
Blason ville nl Horn(Limburg).svg
Kaart
Locator Lordship of Horne (1350).svg
Algemene gegevens
Talen Limburgs
Regering
Dynastie Horne, Wittelsbach
Het kasteel Nijenborgh in de Biest buiten Weert, voor de verwoesting van 1702
Horn (oranje) na het verlies van de heerlijkheden Weert en Wessem
Gedenksteen voor Montmorency, voor het altaar van de Sint-Maartenskerk

Het Land van Horn, ook wel Horne en Hoorn(e) genoemd, was een heerlijkheid in het huidige Nederlands- en Belgisch-Limburg. De stamburcht van het gebied was het kasteel Horn. Ten onrechte[1] spreekt men ook van graafschap Horn.

Omvang[bewerken]

De heerlijkheid Horn was al in 1243 een leen van het graafschap Loon. Ze was eigenlijk opgebouwd uit twee delen:[2]

De heerschappij over deze gebieden stond in een personele unie met rechten in diverse aangrenzende territoria:

Onder het Huis Horne[bewerken]

De heerlijkheid Horn ontstaat omstreeks 1100 in het zuidelijke gedeelte van de Nedermaasgouw. Het lijkt erop dat ze al vroeg een leen van Loon is, maar wanneer precies is niet bekend. Mogelijk is ze al in de 10e eeuw een afgelegen onderdeel van het graafschap Huste[3] en wordt ze later afgescheiden als een apanage van het Huis Loon.[4] Een oorkonde uit 1147 laat een in leen opdraging ten voordele van Arnold II van Loon plaatsvinden,[5] maar de echtheid ervan blijft onduidelijk.

De eerste met zekerheid bekende landsheer is Willem I. Hij is een neef van Dirk III, heer van Altena maar ook van Kessenich.[6] Na Dirks dood verklaart Willem bijgevolg dat hij, naast zijn eigen grefliche gerichte te Haelen, alle Luiks-Loonse rechten in een gebied van Geistingen tot de Mussenberg en tot Weert ontvangen heeft (1243).[7] De erflanden worden echter ook opgeëist door Dirks zuster Sophia, die naar Hollands recht de eigenlijke erfgename is.[8] Zij en haar echtgenoot, Leonius, behouden een restgedeelte van Kessenich,[9] terwijl de omringende plaatsen in de heerlijkheid Horn ondergebracht worden.

Willem I verwerft verder de drie nederzettingen in Weert,[10] die één van zijn opvolgers zal samenvoegen tot één heerlijkheid met schepenbanken te Overweert en (vanaf ±1360) te Nederweert.[11] Onder Willem I wordt bovendien de voogdij over het kerkelijke bezit Wessem omgezet in erfpacht (1219),[12] erfpacht die uiteindelijk wordt afgekocht door Gerard I (1329).[13] Door deze gebeurtenissen is er dus een personele unie tussen de heerlijkheden Horn, Weert en Wessem ontstaan.

Door erfenissen en erfdelingen komen ook andere heerlijkheden in deze personele unie (zie lijst van de landsheren). De heer van Horn is voortaan een leenman van niet alleen Luik-Loon, maar ook van Gelre, Holland en Brabant. Het Huis Horne groeit uit tot een bekend adellijk geslacht. Jacob I van Horne is een belangrijke bondgenoot van Filips de Goede en Lodewijk van Bourbon.[14] In 1450 verkrijgt hij de status van rijksgraaf, een titel die waarschijnlijk persoons- en niet territoriaal gebonden is.[15] Jacob III van Horne wordt zelfs opgenomen in de prestigieuze Orde van het Gulden Vlies (1505).

Splitsing en opheffing[bewerken]

Landsheer Montmorency is één van de leiders van het verzet tegen de Inquisitie onder Filips II van Spanje. Vóór zijn onthoofding (1568) duidt hij, bij gebrek aan zonen, zijn broer Montigny aan als erfgenaam. Montmorency's bezittingen binnen de Bourgondische Kreits worden echter verbeurd verklaard. Als dusdanig moeten ook Weert en Wessem aan Filips II vallen, in diens functie van hertog van Gelre, maar per vergissing worden ze voorlopig aan Montigny gelaten.[16]

Wanneer duidelijk wordt dat Weert en Wessem wél tot de Bourgondische Kreits behoren, geeft Alva de opdracht deze heerlijkheden alsnog te confisqueren (26 juli 1569). In 1570 wordt Montigny geëxecuteerd; nu valt ook het Loonse leen rond Horn zonder erfgenaam. Gezien het uitblijven van een leenverheffing te Kuringen valt dit deel eveneens terug aan de leenheer, d.i. de prins-bisschop van Luik in diens functie van graaf van Loon (18 december 1570).

Wanneer de Nederlandse Opstand bekoelt, retourneert de Spaanse regering het Gelderse gebied (17 november 1610), waarmee Weert-Wessem opnieuw een eigen landsheer krijgt. In het Loonse gebied verandert er niets. De heerlijkheden blijven dus van elkaar gescheiden, en dit tot aan de komst van de Frans-revolutionaire troepen (1794). Dan gaan ze op in het departement 'Beneden-Maas'. Sinds de 24 Artikelen behoren Horn, Weert en Wessem tot Nederland, met de uitzondering van Ophoven-Geistingen.

Landsheren van Horn[bewerken]

Heerschappij
over Horn-
Weert-Wessem
Naam van de landsheer[17]
(vanaf 1450 'rijksgraaf')
Overige bezittingen
tot ±1215 Willem/Engelbert × Margaretha van Altena[18]
1215-64 Willem I van Horne (zoon) Altena, Kortessem
1264-1300 Willem II van Horne (zoon) Altena, Kortessem, Loon-op-Zand
(1277-) 1301 Willem III van Horne (zoon) Altena, Kortessem, Loon-op-Zand
1301-30 Gerard I van Horne (broer) Altena, Kortessem, Loon-op-Zand, Kranenburg, Perwijs, Herlaar
1330-43 Willem IV van Horne (zoon) Altena, Kortessem, Loon-op-Zand, Kranenburg,
Gaasbeek, Herstal, Baucigny, Montcornet
1343-45 Gerard II van Horne (zoon) idem
1345-57 Willem V van Horne (halfbroer) Altena, Kortessem (Alle andere lenen worden toegeëigend door
Gijsbrecht van Abcoude, echtgenoot van Gerards zuster)
1357-69 Dirk Loef van Horne (voogd van Willem VI) Altena, Kortessem
1369-1405 Willem VI van Horne (zoon) Altena (tot 1386), Kortessem, Munnikenland
1405-28 Willem VII van Horne (zoon) Altena (vanaf 1417), Kortessem
1428-40 Frederik van Meurs (voogd van Jacob) Altena, Kortessem
1440-71 Jacob I van Horne (zoon) Altena, Kortessem, Bocholt, Cranendonck
(met Eindhoven, Woensel, Soerendonk, Maarheeze en Budel)
1471-86 Jacob II van Horne (zoon) Altena, Kortessem, Bocholt, Cranendonck
1501-31 Jacob III van Horne (zoon) Altena, Kortessem
1531-40 Jan van Horne (broer) Altena, Kortessem, Bocholt
1540-68 Filips van Montmorency (stiefzoon) Altena, Kortessem, Bocholt

In 1569-70 vallen Montmorency's bezittingen terug aan zijn leenheren, de landvoogd van de Habsburgse Nederlanden en de prins-bisschop van Luik. Enkel het Gelderse gedeelte Weert-Wessem krijgt later opnieuw een eigen landsheer en -vrouwe (1610).[19]

- Zie prins-bisschoppen van Luik voor de landsheren van Horn na 1569
- Zie landsheren van Weert-Wessem voor de landsheren van Weert en Wessem na 1569

Trivia[bewerken]

  • Het voormalige Horn ligt voor het grootste deel in de gemeente Leudal. Bij de oprichting van deze gemeente (2007) werd 'Land van Horne' voorgedragen als één van de mogelijke gemeentenamen.
  • De kinderloze dood van Montmorency bracht een einde aan het verband tussen de titel 'graaf van Horne' en het Land van Horn. De titel ging sindsdien over naar nazaten uit familietakken die Horn niet bezaten. In 1677 werd Eugène 'graaf van Horne' verheven tot 'prins van Horne'.

Externe links[bewerken]

  1. In 1450 werd Jacob I verheven tot rijksgraaf. Dit was echter een persoonlijke en geen territoriale titel, m.a.w. mochten de dynasten van het Huis Horne zich 'graaf' noemen zonder dat hun gebied gold als graafschap. Bij de kinderloze dood van Montmorency ging de titel 'graaf van Horn' over naar verwanten die Horn niet bezaten.
  2. P.L. Nève (1972). Het rijkskamergerecht en de Nederlanden – in Maaslandse Monografieën vol. 14, Assen: Van Gorcum, p 337-9.
  3. Jean Baerten (1969). Het graafschap Loon (11de - 14de eeuw), Assen: Van Gorcum, p 66.
  4. Jozef Lyna (1941). De territoriale gerechtshoven in het graafschap Loon – in Verzamelde opstellen, Hasselt, p 58.
  5. Mathias Joseph Wolters (1849). Codex diplomaticus Lossensis, Gent: Gyselynck, p 48.
  6. Gezien zijn latere grootlenen, omvatte Kessenich oorspronkelijk ook de Hornse plaatsen Ophoven, Geistingen, Beegden en Nederweert. Dirk III moet, als schoonbroer van Hendrik van Kessenich en Argenteau, erfgenaam van dit 'Groot-Kessenich' geweest zijn.
  7. Ego Wilhelmus … de Horne … notum facio quod ego de … Comite de Loos teneo … (1) justitiae quae … Grefliche Gerichte appellatur … (2) cujuscumque juris in Geystingis inferiori – hactenus dictus comes habuit – (3) … potestatem … inter Guystingen et Maschenberge … (4) Horne, Hedele, Cuygheim, Bucgenheym, Halem, Raegele et Hamescheyn cum … appenditiis … (5) suos homines servilis conditionis, ac etiam homines … manentes et mansinos … de Geystingis usque Werthe ...
  8. Taede Klaversma (1978). De geslachten van Altena en Horne tot ca. 1300 – in Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg vol. 114, p 29-30.
  9. L.A.J.W. Sloet (1876). Oorkondenboek der graafschappen Gelre en Zutfen tot 1288 vol. 2, 's-Gravenhage: Nijhoff, p 742.
  10. W.M. van de Boel (1977). De oudste heren van Horn en hun stamland – in Horne, heemkundig jaarboek vol. 3, Overijse: Beierij van IJse, p 27.
  11. J.F.A. Wassink (2005). Van stad en buitenie: een institutionele studie van rechtspraak en bestuur in Weert 1568-1795, Hilversum: Uitgeverij Verloren, p 29-30.
  12. Taede Klaversma (1978), ibid., p 51.
  13. Theodor Joseph Lacomblet (1853). Urkundenbuch für die Geschichte des Niederrheins vol. 3, Düsseldorf: Schaub, p 198.
  14. P.L. Nève (1972), ibid., p 343.
  15. P.L. Nève (1972), ibid., p 336.
  16. Emile Haanen (2014). Bijdragen aan de muntgeschiedenis van de heerlijkheid en het graafschap Horn – in Jaarboek voor Munt en Penningkunde vol. 101, p 61.
  17. W.M. van de Boel (1989). De heren van Horne – in Jac Wijnands en Piet Spee (red.), Horne : Horn : Häör, Horn, p 23-30.
  18. Taede Klaversma (1978), ibid., p 32.
  19. J.F.A. Wassink (2005), ibid., p 37-8 en 345-6.