Geodeet (wiskunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de differentiaalmeetkunde is een geodeet in een gekromde ruimte, een kromme zodanig dat voor elk tweetal punten op de kromme die dicht genoeg bij elkaar liggen, de "lengte" van de kromme tussen die twee punten stationair is (relatief weinig verandert bij bepaalde kleinere veranderingen van de kromme). Voor een vlakke ruimte zijn de geodeten de lijnen.

Definitie[bewerken]

Zij f:[0,a]\to M een continu differentieerbare kromme, die regulier is, dus nergens stationair ten opzichte van de parameter, op een pseudo-riemann-variëteit. De kromme is geodetisch of een geodeet als op ieder punt van de kromme de richtingsafgeleide df\over dt en de eigen richting parallel zijn. Symbolisch kan dit als volgt worden geformuleerd:

\frac{D}{dt}\dot f(t) = \nabla_{\dot f(t)}\dot f(t) = 0

waarbij \nabla de levi-civita-verbinding van de variëteit aanduidt. In termen van lokale coördinaten x^i is dit in einsteinnotatie het volgende stelsel differentiaalvergelijkingen:

{d^2 f^i\over dt^2}+\Gamma^i_{jk}{df^j\over dt}{df^k\over dt}=0

waarbij \Gamma^i_{jk} de christoffelsymbolen zijn.

Eigenschappen[bewerken]

De snelheid van een geodeet heeft constante grootte.

Elke raakvector verschillend van de nulvector is de snelheidsvector van precies één geodeet. Dit volgt uit algemene beschouwingen over de oplosbaarheid van gewone differentiaalvergelijkingen. Op een volledige variëteit kunnen deze geodeten onbeperkt worden verlengd.

Elke samenhangende Riemannse variëteit wordt een metrische ruimte door als afstand tussen twee punten te definiëren: het infimum van de lengten van alle krommen die deze twee punten verbinden. Met die definitie is een geodeet lokaal de kortste afstand tussen twee punten, dat wil zeggen elk punt heeft een voldoende kleine omgeving waarbinnen de afstand van dat punt tot ieder ander punt, gemeten via een geodeet door beide punten, de kortst mogelijke is. Globaal hoeven geodeten niet altijd de kortste afstand te bepalen, vooral niet in positief gekromde stukken van de variëteit. Zo is bijvoorbeeld de evenaar op een ideale wereldbol een geodeet, maar een reisweg in vogelvlucht over meer dan de helft van de evenaar, van Centraal-Afrika over Indonesië naar Peru, is lang niet de kortst mogelijke.

Voorbeelden[bewerken]

Het water volgt een geodeet in de ruimtetijd.

In de Euclidische ruimte \mathbb{R}^n zijn de geodeten rechte lijnen.

Op het gewone boloppervlak zijn de grootcirkels de geodeten.

Algemeen[bewerken]

Als M slechts een pseudo-Riemannse variëteit is, dat wil zeggen dat de metrische tensor niet noodzakelijk positief-definiet is, dan definieert men een geodeet aan de hand van bovenstaande differentiaalvergelijkingen zonder te eisen dat de afstand minimaal is.

In een willekeurige metrische ruimte is elke kromme die de kleinste afstand tussen twee punten bepaalt een geodeet. Op een samenhangende Riemannse variëteit vallen de twee begrippen samen.

Verband met mechanica en relativiteit[bewerken]

Geodeten zijn de extremaalkrommen voor de energiefunctionaal, of eigenlijk: actiefunctionaal

E(f)=\frac{1}{2}\int g(\dot f(t),\dot f(t))\,dt

In de formulering van de analytische mechanica door Joseph-Louis Lagrange beschrijven geodeten de baan van een deeltje waarop geen uitwendige kracht werkt, een zogenaamd vrij deeltje.

In het bijzonder zijn boven gegeven differentiaalvergelijkingen de bewegingsvergelijkingen voor vrije deeltjes of voor licht in de algemene relativiteitstheorie.