Gerard Hordijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reliëf Vuurspuwende Draak in Amersfoort

Gerardus Hordijk (Den Haag, 12 september 1899 - Amsterdam, 15 oktober 1958) was een Nederlands graficus, illustrator, monumentaal kunstenaar (decorschilder), wandschilder en schilder.

Biografische schets[bewerken]

Gerard Hordijk werd geboren als zoon van de officier Hubertus Salomon Hordijk die in 1903 hoofdcommissaris van Amsterdam zou worden. Gerard Hordijk studeert bouwkunde in Delft maar studeert gelijktijdig aan de Academie van Beeldende Kunsten te Den Haag, waar hij onder andere les krijgt van Willem van Konijnenburg. Beide studies sluit hij succesvol af.

Al in 1925 koopt Piet Boendermaker werk van hem, Jos Croin, Charles Eyck, Raoul Hynckes, Otto van Rees en Toon Kelder, allen schilders die al Frans georiënteerd waren.

Parijs 1927-1935[bewerken]

In 1927 gaat hij naar Parijs, waar hij in een complex aan de Rue du Départ 26 gaat wonen, waar ook Mondriaan woont. In 1927 maakt hij een portret van Mondriaan, dit portret in olieverf is sinds 1971 in het bezit van het Gemeentemuseum Den Haag. In zijn eerste jaren in Parijs maakt hij veel olieverven, gouaches en aquarellen van onder andere het circus en ballet. Hij is erg gecharmeerd van het werk van Henri Matisse en Raoul Dufy. Die bewondering wordt hem door de kunstcritici weleens verweten. Maar Hordijk ontwikkelt in Parijs zijn eigen stijl. Zijn vroege werken zijn donker met veel okers, zijn latere werk bereikt een simpliciteit en sereniteit, waaruit zijn grote liefde voor het leven en voor het vak blijkt. Hij schildert veel strandscènes met badende vrouwen, kermissen, theater, dans en circus. Hij heeft in deze periode meer succes dan Mondriaan. In 1929 leert Hordijk zijn echtgenote kennen, de Amerikaanse Margaret Mathews. Zij is een dochter van welgestelde ouders en is in Frankrijk om de Franse taal te leren. Zij treden op 1 oktober 1930 in Parijs in het huwelijk. Het echtpaar betrekt een modern appartement in Montrouge, een voorstadje van Parijs. Daar wordt op 8 september 1931 hun eerste kind John Gerard geboren.

Amsterdam 1935-1940[bewerken]

Muurschilderingen in Pleinfoyer, Stadsschouwburg Amsterdam (1939)

In 1935 verruilt Hordijk Parijs voor Amsterdam, maar eerst maakt hij met Margaret en John Gerard een reis naar New York. De hoogzwangere Margaret bevalt op 17 juni 1935 in New York van een dochter, Marian. Hordijk krijgt tijdens dit verblijf een eerste solo-tentoonstelling in de Contemporary Arts Gallery. Na zijn terugkeer in Amsterdam betrekt het gezin een atelier/woning aan de Zomerdijkstraat nummer 22. In Amsterdam heeft Hordijk een druk leven. Hij exposeert vaak en verkoopt goed en dat betekent dat hij hard moet werken om zijn exposities gevuld te houden. Daarnaast ontwerpt hij theaterdecors en kostuums voor diverse belangrijke toneelstukken, onder andere Vondels 'Lucifer' in 1935, in 1937 'Liluli' en voor de opera 'Le donne curiose' in 1938. Vanaf 1936 versterkt Hordijk de redactie van het tijdschrift 'De Kroniek van hedendaagsche Kunst en Kultuur' (KKK). Hordijk sluit vriendschap met Ir. M.H. Damme. Damme is president-directeur van Werkspoor. Hij bezorgt Hordijk talloze opdrachten van Werkspoor maar ook van andere bedrijven. Damme bekleedt diverse commissariaten bij Nederlandse bedrijven en draagt Hordijk voor als er opdrachten te vergeven zijn. In 1939 krijgt Hordijk van de gemeente Amsterdam twee belangrijke opdrachten voor muurschilderingen in de Stadsschouwburg en het Concertgebouw. Beide opdrachten worden in de eerste maanden van 1940 opgeleverd. Ze zijn nog altijd te bewonderen. De oorlogsdreiging in Europa neemt toe en Margaret dringt er bij Hordijk op aan om Europa te verlaten en naar New York te vertrekken. In maart 1940 vertrekken zij met de MS Zaandam naar New York.

New York 1940-1948[bewerken]

Net als Mondriaan verhuist Hordijk in 1940 naar New York, sinds zijn Parijse periode heeft Hordijk de lange IJ in zijn naam veranderd voor een Griekse Y. Die 'naamsverandering' komt hem in Amerika goed van pas. Hordyk is in New York zeer actief, hij exposeert veel en krijgt vaak opdrachten. De vriendschapsbanden met Piet Mondriaan worden weer aangehaald. De twee schilders ontmoeten elkaar regelmatig en houden elkaar door middel van kleine briefjes op de hoogte van hun doen en laten. Hordijk organiseert in NY met regelmaat groepsexposities waaraan veel Europese artiesten, die ook in New York wonen, belangeloos deelnemen. Met de opbrengsten uit de verkoop van schilderijen steunen zij kunstenaars in Europa die een tekort aan materiaal hebben om te kunnen schilderen. Hordyk krijgt opdracht voor het maken van vier grote wandschilderingen in het ontvangstgebouw van de Verenigde Naties. Hij maakt er naam mee. Hij wordt in 1943 uitgenodigd voor een solo expositie in de toen al wereldberoemde Wildenstein Gallery. Hij illustreert een boek dat geschreven wordt door Dola de Jong. Het boek heet 'Picture Story's Of Holland', het verschijnt in 1946 uit en is een bestseller in Amerika.

In 1943 komt zijn dochtertje op achtjarige leeftijd tijdens een zeiltocht over de Hudson om het leven en in het voorjaar van 1944 overlijdt zijn goede vriend Piet Mondriaan. Met zijn huwelijk gaat het in de jaren hierna bergafwaarts. In 1947 wordt de echtscheiding uitgesproken en Hordijk keert in 1948 alleen terug naar Amsterdam. Zijn vrouw en zoon, inmiddels Amerikaans staatsburger, blijven in Amerika. Margaret overlijdt onverwacht in 1953 in New York.

Amsterdam 1948-1958[bewerken]

Nadat Hordijk uit New York was teruggekeerd in Amsterdam betrok hij een woning-atelier aan de Kromme Waal nr. 17. Hier zou hij tot zijn dood in 1958 blijven wonen. Hoewel de belangstelling voor figuratieve kunst sterk was afgenomen zat Hordijk beslist niet zonder werk. Voor Werkspoor maakte hij in 1949 een groot sgraffito in de directiekamer. Maar hij was ook actief als kostuum- en decorontwerper in opdracht van het Holland Festival. In 1949 ontwerpt hij kleding en kostuums voor de opera Manon en in 1950 voor de opera Oberon. Hordijk wordt lid van de Hollandse Aquarellistenkring die is opgericht door Otto de Kat en Kees Verwey om tegenwicht te bieden aan de abstracte en experimentele schilders die op dat moment furore maken. Naast veel werk in opdracht blijft Hordijk ook vrij werk maken en exposeren. In 1953 vertrekt een grote Nederlandse handelsdelegatie o.l.v. Prins Bernhard naar Argentinië. Een van de meereizende handelspartners is Ing. Damme, president-directeur van Werkspoor. Hij sluit een mega contract af voor het leveren van treinstellen aan de Argentijnse spoorwegen. Onderdeel van het contract is dat er 2 presidentiële wagons worden geleverd voor president Peron en zijn vrouw Evita. Hordijk krijgt de opdracht om deze luxe wagons te decoreren. Opdrachten blijven komen, zo wordt Hordijk illustrator voor het destijds populaire kindertijdschrift Kris Kras en wordt hij redactielid van het kunsttijdschrift Kroniek van Hedendaagsche Kunst en Kultuur. Hij wordt ook lid van de VbMK. Verder krijgt hij opdrachten van de Koninklijke Jaarbeurs in Utrecht en van diverse ministeries om muurschilderingen te maken in verschillende rijksgebouwen. Als Hordijk in 1958 begint aan een opdracht voor een muurschildering in Vlissingen in het Scheldegebouw wordt hij ernstig ziek, er is bij hem keelkanker geconstateerd. Nog geen reden om te stoppen met werken want hij accepteert nog een opdracht van de PUEM om voor een schakelgebouw in Amersfoort een gevelplastiek te maken. Hij zou de oplevering niet meer meemaken, op 15 oktober 1958 overlijdt Hordijk in Amsterdam.

In 1959 wordt een herdenkingstentoonstelling gehouden met de titel 'Een bekende onbekende' in museum Fodor aan de Keizersgracht in Amsterdam.De tentoonstelling wordt geopend door Willem Sandberg.

Nalatenschap[bewerken]

In 2006 ontdekte de Utrechtse kunsthandelaar Marcel Gieling in een leegstaande villa in Armonk, 60 kilometer boven Manhattan, de vrijwel complete nalatenschap van Hordijk. Het betreft honderden schilderijen en aquarellen, maar ook brieven van Piet Mondriaan, die later geschonken zijn aan museum Het Mondriaanhuis in Amersfoort, en aan Jan Wiegers, Frits Klein, Adriaan Lubbers en Germ de Jong.

Op 1 december 2008 is de monografie 'Gerard Hordijk, een kleurrijk schilder' bij uitgeverij Optima, Vianen, ISBN 978 90 76940 52 6 verschenen. Hierin reconstrueert Marcel Gieling aan de hand van Hordijks archief en andere bronnen het dynamische leven van Hordijk, die na de Tweede Wereldoorlog in de vergetelheid raakte. In 2017 is Marcel Gieling gastconservator bij Museum Flehite in Amersfoort. Hij is dan betrokken bij de samenstelling en inrichting van een overzichtstentoonstelling bij genoemd museum. Gieling is ook de auteur van de tentoonstellingscatalogus met de titel ' Gerard Hordijk buurman en vriend van Piet Mondriaan'. In dit boek beschrijft Gieling de levenslange vriendschap tussen Hordijk en Mondriaan die eindigde met de dood van Mondriaan in 1944. Naar aanleiding van de tentoonstelling 'Gerard Hordijk, buurman en vriend van Piet Mondriaan' in Museum Flehite in Amersfoort die is gehouden van 21 mei tot 24 september 2017 schreef Marcel Gieling de gelijknamige catalogus. Hierin beschrijft hij met name de vriendschap tussen Hordijk en Mondriaan. Gieling geeft in Museum Flehite (en daarbuiten) lezingen over het boeiende leven van Gerard Hordijk.

Oeuvre[bewerken]

Een lijst van al zijn werken zal nooit volledig zijn, maar enkele worden hier geplaatst om een overzicht te geven van de variëteit:

  • 1930: Paardenrace
  • 1935: Stilleven met koffiepot (olieverf), Aan het strand (gouache)
  • 1938: Olijfbomen in Menton (olieverf), geëxposeerd in 1959 in Museum Fodor
  • 1939: Paardendressuur, Fun in Central Park
  • 1940: Muurschildering 'Muzen met paard' in het Concertgebouw in Amsterdam.
  • 1948: De Dierenriem, een groot ovaal, tweelaags (rood en wit) plafondsgraffito (4,5 x 8m) voor de directiekamer van Werkspoor in Amsterdam.
  • 1950: Gezicht op Centraal Station
  • 1952: Glazen herinneringsschaal, in reliëf gegoten, i.o.v. NS

Werk van Hordijk hangt in Museum De Wieger in Deurne, het Gemeentemuseum Den Haag, het Museum Arnhem, Het Spoorwegmuseum in Utrecht, het Theater Instituut Nederland, het Springfield Museum in Springfield (Massachusetts, USA) en in de Phillips Memorial Gallery (Washington D.C., USA) en is te vinden bij Kunsthandel Marcel Gieling in Utrecht.

Externe links[bewerken]