Glaphyromorphus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Glaphyromorphus
Glaphyromorphus pumilus, lichaam en schubben aan de kop, tekening uit 1885 - 1887.
Glaphyromorphus pumilus, lichaam en schubben aan de kop, tekening uit 1885 - 1887.
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde:Scincomorpha (Skinkachtigen)
Familie:Scincidae (Skinken)
Onderfamilie:Sphenomorphinae
Geslacht
Glaphyromorphus
Wells & Wellington, 1984
Afbeeldingen Glaphyromorphus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Glaphyromorphus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Glaphyromorphus is een geslacht van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae).

Naam en indeling[bewerken]

De wetenschappelijke naam van de groep werd voor het eerst voorgesteld door Richard Walter Wells en Cliff Ross Wellington in 1984. Er zijn elf soorten, inclusief de pas in 2014 beschreven soorten Glaphyromorphus nyanchupinta en Glaphyromorphus othelarrni. [1]

Een aantal soorten werden vroeger aan de niet meer erkende geslachten Hinulia en Mocoa toegewezen. Veel soorten werden tot recentelijk tot de geslachten Lygosoma en Sphenomorphus gerekend.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De soorten bereiken een lichaamslengte van ongeveer 5,5 tot 9,5 centimeter inclusief de staart. De staart wordt langer dan het lichaam. De lichaamskleur is bruin tot roodbruin aan de bovenzijde, vaak met een tekening van kleine donkere vlekjes aan de bovenzijde tot een donkere marmertekening. De buik en de onderzijde van de staart hebben nooit een roze tot rode kleur, dit is een verschil met veel verwante soorten skinken.[2]

De poten zijn vrij kort maar goed ontwikkeld en hebben vijf vingers en tenen. De oogleden zijn beweeglijk en hebben geen doorzichtig venster in het midden. De gehooropeningen hebben geen lobachtige schubben aan de achterrand.

Levenswijze[bewerken]

De vrouwtjes zetten bij alle soorten eieren af op de bodem. Hierin ontwikkelen embryo's zich tot volledig ontwikkelde jongen. Er is echter een opmerkelijke uitzondering, exemplaren van de soort Glaphyromorphus nigricaudis zijn levendbarend en de jongen komen volledig ontwikkeld ter wereld. Deze populatie komt voor in het zuiden van Kaap York-schiereiland.[2] Het komt zelden voor dat binnen één soort zowel eierleggende als levendbarende vrouwtjes bestaan.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De verschillende soorten komen voor in Australië en delen van Azië in de landen Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. De habitat verschilt enigszins per soort en varieert van regenwouden en vochtige bossen tot meer droge begroeide gebieden zoals graslanden, bosranden, kustduinen en rotsige kuststreken.[2] Veel soorten schuilen tussen de bladeren in de strooisellaag en onder houtblokken.

Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is aan twaalf soorten een beschermingsstatus toegewezen. Alle soorten worden beschouwd als 'veilig' (Least Concern of LC).[3]

Soorten[bewerken]

Het geslacht omvat de volgende soorten, met de auteur en het verspreidingsgebied.

Naam Auteur Verspreidingsgebied
Glaphyromorphus clandestinus Hoskin & Couper, 2004 Australië (Queensland)
Glaphyromorphus cracens Greer, 1985 Australië (Queensland)
Glaphyromorphus crassicaudus Duméril & Duméril, 1851 Australië (Queensland)
Glaphyromorphus darwiniensis Storr, 1967 Australië (Noordelijk Territorium, West-Australië)
Glaphyromorphus fuscicaudis Greer, 1979 Australië (Queensland)
Glaphyromorphus mjobergi Lönnberg & Andersson, 1915 Australië (Queensland)
Glaphyromorphus nigricaudis Macleay, 1877 Australië (Noordelijk Territorium, Queensland), Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea
Glaphyromorphus nyanchupinta Hoskin & Couper, 2014 Australië (Queensland)
Glaphyromorphus othelarrni Hoskin & Couper, 2014 Australië (Queensland)
Glaphyromorphus pumilus Boulenger, 1887 Australië (Queensland)
Glaphyromorphus punctulatus Peters, 1871 Australië (Queensland)

Bronvermelding[bewerken]