Griend (eiland)
| Eiland van Nederland | |
|---|---|
| Locatie | |
| Land | |
| Eilandengroep | Waddeneilanden |
| Provincie | |
| Water | Waddenzee |
| Coördinaten | 53° 15′ NB, 5° 15′ OL |
| Algemeen | |
| Oppervlakte | 1 km² |
| Inwoners | 0 |
| Lengte | 2000m[1] |
| Breedte | 1000m |
| Foto('s) | |
| Griend met zwermen vogels (2005) | |
Griend is een onbewoond eiland, gelegen tussen Harlingen en Terschelling in het Nederlandse deel van de Waddenzee. Het eiland was in vroeger eeuwen veel groter. Het behoort tot de gemeente Terschelling. Het gedeelte van de Waddenzee rondom Griend heet Grienderwaard.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Griend was in de middeleeuwen een Fries eiland aan het Vlie met een kleine handelsnederzetting. Het was over land nog verbonden met Terschelling en grensde aan het kweldergebied ten zuiden van Suryp (Striep). Het klooster Mariëngaarde (nabij Hallum) vestigde er in de 12e eeuw een uithof en een kloosterschool. De kerk op het eiland was van klooster Ludingakerke. De kloosterschool werd in 1238 opgeheven.[2]

Het noordelijk kustgebied van Nederland, Engeland en Duitsland werd op 13 en 14 december 1287 getroffen door de Sint-Luciavloed, die in totaal zo'n 50.000 doden eiste. Ook Griend werd zwaar aangetast.[3] Er bleef aanvankelijk nog een aanzienlijke oppervlakte over, maar die werd wel voortdurend kleiner. Door afslag aan het noorden en aanslibbing aan het zuiden verplaatste het eiland zich naar het zuiden. In 1399 had het nog een omvang van 170 à 180 bunder. Er ontwikkelde zich een nieuw geulenstelsel rond het eiland, waardoor de handelspositie van Griend verloren ging en de landverbinding met Terschelling verdween.
Griend was net als Terschelling van oorsprong Fries gebied en had een eigen grietman. Nadat in 1289 de West-Friesland (regio) definitief door de Hollandse graaf was onderworpen vormde het Vlie de grens tussen de Hollandse en Friese gebieden. Toen vanaf 1398 de Hollandse graven Westerlauwers Friesland hadden veroverd en - kortstondig - het feodale stelsel werd ingevoerd, werd de hoofdeling Ziwaert Popma tot schout benoemd en werd Jan van Arkel met Terschelling en Griend beleend. Tussen 1401 en 1414 voerden de Hollandse graven oorlog met Jan van Arkel, maar de Popma’s wisten hun positie te handhaven. Op 5 maart 1415 kreeg Poppe Siwaertsz Popma het eiland Griend in pacht om het te bedriven ende bewaren ende dairaf te hebben sulc profyt als hi voirtyt dairaf gehadt heeft. Hij mocht dus zijn eerder gebruik voortzetten, de graaf zelf hield de heerlijke rechten. De Popma’s gedroegen zich als de feitelijke heer van Terschelling en Griend en zo beschouwden de bewoners hen ook: dominus Scellingi et Grientie. Na 1500 kwam er een eind aan hun macht.[4]
Op kaart van Jacob van Deventer uit 1556 is Griend afgebeeld als een hallig met enige huizen op het hoogste gedeelte, omringd door kweldergronden. In 1611 bleek Griend ‘aanmerkelijk afgespoeld’ en stonden er nog vier eenvoudige boerenwoningen. De pachters hielden in dat jaar tezamen zo’n 25 koeien en ongeveer 300 schapen.
In 1727 bezocht Zacharias l’Epie het eiland, dat toen al onbewoond was. Aan de noordwestkant bleken schelpenvissers diverse oude waterputten te hebben ontdekt met stenen putwanden.[5]
Kapen
[bewerken | brontekst bewerken]In 1855 werden er op het eiland drie houten kapen gezet die vooral belangrijk waren voor de navigatie in de Blauwe Slenk.[6] Ze waren tien meter hoog en voorzien van scherm en bakenbol. De Noord- en de Westkaap waaiden in 1881 om en werden opnieuw opgebouwd. Ze verdwenen in respectievelijk 1925 en 1928. De Oostkaap werd diverse keren vernieuwd en in 1963 vervangen door een elf meter hoge kaap. Deze werd 125 meter zuidelijker gezet omdat het eiland verder was gewandeld.
Natuurbescherming
[bewerken | brontekst bewerken]Omstreeks 1838 lag er een strandwal met duinvorming in een halve cirkel aan de noordwestkant. In de beschutting daarvan lag een kwelder met enkele slenken die naar het zuidoosten afwaterden. In dat jaar schatte het kadaster de oppervlakte op 23,4 ha. Het recht op het gewas van het eiland was in 1817 door de Nederlandse staat aan particulieren verkocht. Zij gebruikten het als weidegebied voor schapen en voor de winning van hooi. Vanaf het einde van de negentiende eeuw nam de jacht op vogels op Griend sterk toe vanwege de populariteit van vogels op bijvoorbeeld dameshoeden, ook wel gruwelmode genoemd. Daarnaast werden de eieren van meeuwen en sterns massaal geraapt voor de consumptie. In 1912 werd dit recht verkocht aan de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. Natuurmonumenten kreeg van de Nederlandse Staat ook het eiland zelf in erfpacht. Vanaf die tijd werd Griend bewaakt om vogels een veilig broedgebied te geven.[7] Het beleid van Natuurmonumenten hield gedurende de jaren die daarop volgden vooral in dat de natuur zijn gang moest kunnen gaan, vrij van menselijke invloeden.[8]
Daaraan kwam echter een einde in 1932, door de voltooiing van de Afsluitdijk en daarmee het afsluiten van de Zuiderzee. Griend onderging van oudsher namelijk een proces waarbij een samenspel van erosie aan de ene kant van het eiland en afzetting van slib aan de andere kant ertoe leidden dat het eiland zich als het ware voortbewoog. Dit proces van afslijten en weer aangroeien wordt ook wel aangeduid als ‘wandelen’, maar door de Afsluitdijk, en daarmee onder andere een toename in de getijdenamplitude, werd dit proces verstoord. Vanaf dat moment groeide het eiland niet meer aan door slibafzetting, terwijl het effect van erosie aan de tegenovergestelde kant van het eiland wel bleef. Met andere woorden, vanaf het afsluiten van de Zuiderzee kon vogelparadijs Griend niet meer zonder menselijk ingrijpen blijven bestaan. In de daaropvolgende jaren vond een lange lijst aan steeds grootschaliger wordende ingrepen door Natuurmonumenten plaats: zo werd er in 1939 gras aangeplant, in 1941 een dam van takken aangebracht, in 1958 de noordwestelijke strandwal flink opgehoogd, in 1973 een enorme dijk aangelegd om een groot deel van het eiland heen, zand opgespoten, palen in zee geplaatst om de stroming en golven te dempen en stabiliserende plantensoorten geplant.[9] Al deze maatregelen bleken niet duurzaam en begin jaren 1980 waren stukken van het eiland alweer verdwenen in zee, waarna de dijk uit 1973 werd gedicht en versterkt met klei.[10]
Om een oplossing voor de langere termijn te vinden door het natuurlijke proces van het opnieuw aangroeien van het eiland nieuw leven in te blazen, benaderde Natuurmonumenten het Waterloopkundig Laboratorium en Rijkswaterstaat. Als gevolg hiervan werd tussen 1985 en 1988 een zanddijk van een kilometer lang aangelegd te noordwesten van het eiland, die Griend voor de komende 85 jaar veilig moest stellen.[11] Dit bleek niet realistisch en in de winter van 2006 op 2007 was de dijk al deels doorgebroken. In 2016 vond de volgende en meest recente ingreep plaats, onder leiding van Natuurmonumenten en met financiering van onder andere Rijkswaterstaat. Onder andere werd aan de westkant van het eiland 250.000 kubieke meter zand bijgespoten waardoor het eiland 18 hectare groter werd. De verwachting is niet dat Griend hiermee definitief is gered, maar wel dat het eiland het nu lang genoeg kan volhouden totdat in de komende decennia nieuwe inzichten in de ecologie en natuurbescherming kunnen worden gecreëerd om dit dynamische gebied te doorgronden.[12]
Griend in de huidige tijd
[bewerken | brontekst bewerken]Griend is onbewoond. Het is een beschermd natuurgebied dat wordt beheerd door de Vereniging Natuurmonumenten. De enige twee door mensen gebouwde constructies op de zandplaat zijn een houten kaap en een vogelwachtershuis. Het vogelwachtershuis wordt gedurende een deel van het jaar gebruikt als onderdak voor vogelwachters en natuuronderzoekers. Natuurmonumenten organiseert één keer per jaar een dagexcursie, waarbij bezoekers onder begeleiding van een boswachter Griend mogen bezoeken. Voor de rest van het jaar is Griend niet toegankelijk voor het publiek.[13]
Op 13 oktober 2004 presenteerde ingenieursbureau Oranjewoud een plan om Griend tot een waddeneiland om te bouwen. Dat eiland zou in de eerste plaats de natuur in de Waddenzee moeten versterken. In navolging daarvan zouden natuurliefhebbers het kunnen bezoeken om bijvoorbeeld vogels te spotten.
Flora
[bewerken | brontekst bewerken]Op Griend staat een enkele boom, naast het huis. Verder is het eiland nog bomenvrij. Op de hogergelegen delen van het eiland groeien grassen zoals zandhaver. Op de lagergelegen delen groeien onder meer lamsoor en zeealsem.[14]
Fauna
[bewerken | brontekst bewerken]Griend is een belangrijk eiland voor vogels, waaronder trekvogels. Het eiland wordt gebruikt om er te rusten, om voedsel te zoeken en als nestplaats. Op Griend kwam de grootste kolonie van de grote stern van West-Europa voor. Aan het begin van de twintigste eeuw broedden er nog jaarlijks ruim 10.000 paren van deze soort op het eilandje. In 2016 werden nog slechts 590 paren geteld.[15] Daarnaast broeden op Griend onder meer de visdief, Noordse stern, eidereend, bergeend, scholekster, tureluur, kokmeeuw, stormmeeuw, kleine mantelmeeuw, zilvermeeuw, grote mantelmeeuw en incidenteel zwartkopmeeuw en velduil. Tijdens de aanleg van de zanddijk in de jaren 1980 is het eiland gekoloniseerd door de bosmuis. Sinds 2008 wordt het eiland door grijze zeehonden gebruikt als kraamkamer.[14]
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- Lijst van gebieden van Natuurmonumenten
- Zuidwalvulkaan: deze ligt iets ten zuidwesten van Griend in de ondergrond
- Bronnen
- Brouwer, G. A. e.a., "Griend. Het vogeleiland in de Waddenzee" (Den Haag 1950)
- Buisman, J., Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen, deel 1 (Franeker 1995)
- l’Epie, mr Zacharias, Onderzoek over de oude en tegenwoordige Natuurlyke Gesteldheyd van Holland dog voornamentlyk West-Vriesland (Amsterdam 1734, 1e druk)
- Govers, Laura, Reijers, Valérie, Griend, Een bewogen eiland (Zeist 2021)
- Knol, Egge; Vries, Koos de; Driesche, Koos van den; Griend, verslag van een bezoek op 18 februari 2016 (Mededeling Verdronken Geschiedenis nr. 2016-01; april 2016)
- Lambooij, Herman, Sibrandus Leo en zijn abtenkronieken van de Friese premonstratenzerkloosters Lidlum en Mariëngaarde (Hilversum 2008)
- Schoorl, Henk, De convexe kustboog, Texel-Vlieland-Terschelling deel IV (Schoorl 2000)
- Veen, J., Dallmeijer, H.J. Griend eiland voor vogels (Wiesel 2016)
- Veen, Jan, Kam, Jan van de, "Griend. Vogeleiland in de Waddenzee" (Zutphen 1988)
- Referenties en noten
- ↑ Afmetingen en oppervlakte geschat op satellietkaart.
- ↑ Kroniekschrijver Pier Winsemius meende ten onrechte dat op Griend een ommuurde stad lag; hij begreep de latijnse tekst verkeerd. (Lambooij p. 163, Schoorl p. 771)
- ↑ Buisman deel 1, pp. 538-540
- ↑ Schoorl pp. 742-745
- ↑ l'Epie pp. 10-14
- ↑ Bericht aan zeevarenden, Ned. Staatscourant 30 april 1862
- ↑ , Het eilandje Griend, Nieuwsblad van Friesland 5 december 1916
- ↑ Brouwer e.a., G. A. (1950). Griend. Het vogeleiland in de Waddenzee. Nijhoff, p. 56. ISBN 9024707862.
- ↑ Govers e.a., Laura (2021). Griend. Een bewogen eiland. KNNV Uitgeverij, 28, 45-46. ISBN 9789050118125.
- ↑ Een groene dijk voor Griend, Leeuwarder Courant 17 april 1982
- ↑ Veen e.a., Jan (1988). Griend. Vogeleiland in de Waddenzee. Terra, p. 25.
- ↑ Govers e.a., Laura (2021). Griend. Een bewogen eiland. KNNV Uitgeverij, p. 25. ISBN 9789050118125.
- ↑ Natuurgebied Griend. Geraadpleegd op 3 oktober 2023.
- ↑ a b Natuurgebied Griend. Geraadpleegd op 12 september 2024.
- ↑ Griend, prooi voor de golven, Leeuwarder Courant 7 juni 2021