Sint-Luciavloed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Luciavloed
Jaar 1287
Datum 13 en 14 december
Regio Nederland en Engeland
Doden minstens 50.000 (onbetrouwbare schatting)

De Sint-Luciavloed (ook wel stormvloed van 1287) was een zware stormvloed die plaatsvond van 13 op 14 december 1287, de naamdag van de Heilige Lucia. De gegevens over deze vloed zijn echter beperkt.

Zuiderzee[bewerken]

De Sint-Luciavloed trof vooral Friesland. Mede door deze overstroming kreeg de Waddenzee vermoedelijk zijn huidige omvang, en verdween het eiland Griend bijna in de golven. Verder werkte deze stormvloed mee aan het ontstaan van de Zuiderzee, waardoor West-Friesland definitief werd gescheiden van het huidige Friesland. Een onbekend aantal dorpen dat op de plaats van het huidige IJsselmeer en de Waddenzee lagen, is in de elfde, twaalfde en dertiende eeuw verlaten.

Dollard[bewerken]

Volgens zestiende-eeuwse overleveringen zou ook Oost-Friesland (Duitsland) zwaar zijn getroffen door deze overstroming, die hier gedateerd werd op 1277. Meer dan dertig buurtschappen en dorpen zouden in de golven zijn verdwenen. Daarbij zou de Dollard zijn ontstaan. Verschillende onderzoekers hebben echter aangetoond dat dat niet kan kloppen. Hoogstens heeft er een eerste doorbraak plaatsgevonden en heeft men - zoals de bekende mediëviste Elisabeth Gottschalk betoogde - verwisseling met het jaartal 1287 plaatsgehad. Duitse historici weten dit eerder aan de Marcellusvloed van 1362. Tegenwoordig houdt men het meestal op de laatste decennia van de 14e of het begin van de 15e eeuw, hoewel berichten van tijdgenoten ontbreken.[1] Als gevolg van het grote verlies aan land en de relatief gevaarlijk gebleken ligging van de veengebieden verlieten de inwoners van het Dollardgebied de lage streken en vestigden zich op hogere gronden.

Engeland[bewerken]

De stormvloed had dezelfde verwoestende effecten in Engeland. De oostkust werd van Lincolnshire, Norfolk, Suffolk tot aan Kent zwaar getroffen.

Delen van Norfolk werden overstroomd, zoals het dorp Hickling, waar 180 mensen verdronken en het water tot bijna een halve meter boven het hoogaltaar in de plaatselijke kerk steeg. De haven van Dunwich in Suffolk zou door de gevolgen van de storm verlopen. Ook van Whitstable in Kent wordt gezegd dat deze plaats door de overstroming is getroffen.

Storm van februari 1287[bewerken]

Bij een zware storm die tien maanden eerder in Zuidoost-Engeland plaatsvond werd de stad Winchelsea op Romney Marsh verwoest, maar later op hoger gelegen gronden opnieuw opgebouwd. In de directe omgeving werd ook Broomhill verwoest. De 'Great Storm' had een krachtig effect op de zogenaamde Cinque Ports. De loop van de rivier de Rother verlegde zich van New Romney naar Rye, waardoor dat een belangrijke havenstad werd. In Hastings stortte een klif in. Daardoor viel een deel van Hastings Castle op de stad en blokkeerde de haven, waarna de rol van Hastings als handelscentrum sterk in betekenis afnam. Het bleef wel een centrum voor de visserij.

Slachtoffers[bewerken]

Het precieze aantal slachtoffers van deze watersnoodramp is onduidelijk, maar een schatting van de priesters en dekens (in de kroniek van klooster Bloemhof te Wittewierum) stelde hun aantal op 30.000 doden van "Stavoren tot de Lauwers" en van "de Lauwers tot de Eems" 20.000 doden. Als de invloed van de overstroming in naburige gebieden even groot zou zijn, zou het totale aantal slachtoffers tussen de 50.000 en de 80.000 doden kunnen zijn geweest. De Sint-Luciavloed zou hierdoor, in verhouding tot een totale bevolking rond die tijd van ongeveer een half miljoen, de grootste stormvloed ooit in dit deel van de Noordzeekust kunnen zijn geweest. Betrouwbare schattingen werden in deze periode echter zelden gemaakt, eerder hanteerde men getallen met een symbolische lading.

Gevolgen voor de taal[bewerken]

  • Ten gevolge van de stormvloed kon West-Friesland gemakkelijker worden ingelijfd bij het graafschap Holland. De invloed van de Friese taal en cultuur was hierdoor in West-Friesland definitief uitgespeeld.

Foute datering[bewerken]

In de populaire literatuur wordt deze stormvloed wel op 25 december (soms 23 december) 1277 gedateerd. Dat is het gevolg van mystificatie uit de 16e eeuw, die vooral bekendheid kreeg door de Dollardkaart van Jacob van der Mersch uit 1574 en vervolgens door auteurs als Ubbo Emmius werd overgenomen. Kronieken uit de 13e en 14e eeuw kennen alleen een overstroming in 1287. De kroniek van klooster Bloemhof geeft als datum 14 december, enkele Hollandse kronieken 17 december. Op Terschelling spreekt men sinds het midden van de jaren zeventig ook wel over de Sint Hubertusvloed; diens naamdag valt echter op 3 november.[2]

Classificatie in ranglijsten[bewerken]

In theorie gaat het om de op vijf na grootste vloed aller tijden in de wereld na de overstroming van Centraal-China (1931, 2,5-3,7 miljoen doden), overstroming van de Gele Rivier (1887, 900.000-2 miljoen doden), overstroming van de Gele Rivier (1938, 500.000-700.000 doden), doorbraak van de Banqiao-dam (1975, 231.000 doden) en de overstroming van de Jangtsekiang (1935, 145.000 doden). De overstroming is naar aantallen slachtoffers vergelijkbaar met de overstroming van Vietnam (1971, Dong Bang Song Hong en Hanoi, ongeveer 100.000 doden), Sint-Felixvloed (1530, mogelijk - aantal slachtoffers onbekend) en de overstroming van de Jangtsekiang (1911, ongeveer 100.000 doden).